stiekem mastruberen dikke naakte negerin

Erotic massage haarlem sex contact advertenties


stiekem mastruberen dikke naakte negerin


Het kan beter over zijn en niet alleen met deze Smoes. Op naar de lege handen. De man naast me denkt: Je mag niet zeggen wat je wilt, ze hebben je leren lezen, maar het vrije woord is op de bon. De besten vluchten en jij moet maar zien dat je op de grootste markt van Cuba, de zwarte, je kostje bij elkaar scharrelt. Drinken, ja drinken, o. Dat is mijn lol, mag dat? Hij vraagt waar mijn woede vandaan komt. Heb je een dag, een jaar? Laat ik het houden bij die kapotte knieën en die zes miljoen joden.

Goochem vroeg niks, hij zit te swingen op zijn stoel. En verdomd, terwijl de ene hand van zich af schrijft, trommelt de ander onwillekeurig. De band die voor in de pijpenla speelt, doet dat goed. Ieder zijn eigen ritme en toch een geheel vormend dat meer is dan de som der delen.

Ik kom op dreef. De slepende salsa-uitvoering van Hotel California bezorgt een geluksmoment, jawel. De bedelaar buiten ruikt dat en steekt uitgerekend nu zijn hand door de tralies. Hij laat zich daarna door een man in uniform niet verjagen en blijft zitten, liggen tegen de ijzeren stangen.

Hij is buiten en toch gevangen. Verderop in de straat is de gerestaureerde, fraaie, oude apotheek alweer uitgebrand. Past beter in het stadsbeeld. Drogueria, drugs, verdoven, de pijn stillen, gif mengen. Het zal de Habaneros een zorg zijn geweest. In hun apotheken is zelfs het hoognodige soms niet voorhanden. Dat ligt in de internationale versies, waar alleen de melkkoe, de Westerse toerist, terecht kan.

En als Cubaan als je een goede handelaar bent, een sterke overlever. Op de Plaza de Armas is het Palacio de los Capitanes Generales al om kwart over vijf gesloten, terwijl het tot zes uur open is. Wat kan mij dat paleis schelen. Stel het open voor de sloebers, vanuit socialistisch oogpunt, zou ik zeggen. Maar zo werkt dat niet. Kijk, je hebt die Maria de Lorento, maar boven haar staat nog de vorst, de generaal, de klootzak.

Die bidt niet om een huisje, die laat zich door sloeberman een paleis bouwen en weet zich aanbeden. Hier de Biblioteca Pedagógico. Ik sla maar even een zijstraat in en word aangeklampt door een schoenpoetser.

Terwijl ik Jezussandalen draag, u weet wel, van dat ergonomisch verantwoorde schoeisel waarmee je als je er erg in gelooft over water kunt lopen. Het hotel ziet er ruim en relaxt en stijlvol uit. Toch verkaste Hemingway van hotel Ambos Mundos op den duur naar een stek elders. Te druk vond vrouwlief het in Havana. Je kunt macho zijn, dat wil niet zeggen dat je zelf uitmaakt waar je bed staat.

Nu is het er kalm, althans naar de maatstaven van Maar er zit wel een Amerikaans gezelschap aan mijn tafel. Dat snerpen, dat brullen, die kauwgom, dat altijd maar denken dat je verbaal de ruimte in beslag mag nemen, mag binnenvallen, mag bombarderen met jouw namaak, met jouw divanvocabulaire, het stoort en stoorde altijd.

Ik moet denken aan Skeeter. Twee weken reden we samen in de bus door de Himalaya. Hij wil ons, de bus, voor zijn. En ook doemt die mooie treinreis van Jakarta naar Bandung op. Rijstvelden, kampongs, zo was het altijd en zo is het goed.

Maar bij aankomst op Bandung stuitte ik op KFC. Al tweeduizend jaar en langer kunnen ze in Indonesië eten bereiden op een manier die de gebakken kip uit Kentucky tot vreetvoer maakt, maar de wereld zal veroverd. De taxi terug pak ik in de buurt van het bewoonde standbeeld. Zou zijn bewoner uitgeluncht zijn? Inderdaad opvallend dat er standbeelden staan van tal van helden uit de geschiedenis van Cuba, dichters, schrijvers, filosofen, veldheren, revolutionairen, maar geen enkel van Fidel Castro.

Staat goed beschreven in de Ritselaars van Havana — fraai boek van Edwin Koopman, waaraan ik schatplichtig ben. Castro gelooft niet in persoonsverheerlijking. Die was alom, Kim was God op aarde. Wél is de tronie van Fidel, pratend, uitleggend, beïnvloedend, vaak op de buis. Kijk, een beeld kun je vroeger of later neerhalen, maar wie gooit er een steen door het beeld van zijn televisie? Terug in mijn Casa komt van schrijven niets meer.

Het borrelen heeft zijn aanvang genomen. Het moet eruit, de rottigheid, die zin levert het tenminste nog op. Alleen een broek had hij aan. Klein, tanig, bruin lijf, een gegroefd gezicht, grijs haar en boze ogen. Hij stond achter de tralies, pal naast de deur die toegang geeft tot mijn huis. Ik had hem niet gezien en schrok.

Wat stond hij daar, na middernacht in de verder verlaten straat te turen? Hard, verbeten staarde hij voor zich uit. Zag hij mij, mijn schrik? Deed hem dat deugd, dat de zaterdag hem toch nog iets had gebracht? Mijn groet beantwoordde hij niet. Hij staat er nog steeds en groet opnieuw niet terug. De ochtend is toch met iets als rust begonnen. Gaat die enkele voorbijganger naar de kerk?

Dat mag namelijk weer. Sinds de paus er was durven katholieken hun houvast als vanouds te belijden. Maria bracht zelfs een palmpasenblad mee, vouwde dat als kruis en bevestigde het aan de deur. Ik vertrouw toch maar meer op het dubbele slot. Zou Fidel ook op een ezel Havana binnengetrokken zijn? Kuilen door de hele buurt. Her en der putdeksels die er niet zijn. Je kunt diep vallen in deze stad. Huizen die elkaar stutten.

Zelden een venster mét ruit. Kapotte sponningen, afgebladderde deuren en kozijnen, her en der nog een plek die verraadt dat de verfkwast er ooit overheen ging.

Kaal, de boel is kaal. De muren zijn ooit gesaust, niemand weet meer in welke kleur. De kleur van de revolutie is bijna overal verweerd grijs. Hun weinige geld kunnen de Habaneros wel beter gebruiken dan voor decorum. Je werkt voor de staat en met de luttele pesos die je krijgt kun je maar één ding doen: Alles ademt kunst en vliegwerk.

De boel wordt aan elkaar gebonden. Overal draden, bovengronds uiteraard, met knopen, aftakkingen, bij bossen tegelijk. Toch hoor je in veel kale kamers televisies loeihard aanstaan en telefoons rinkelen. De straten worden opgefleurd door de befaamde oldtimers met hun hemelse kleuren.

Zij verbeelden de stad perfect. Oud, rammelend, verroest, rijp voor het museum, maar fleurig en rijden. Soms zie je aan de auto dat hij een hoger varken toebehoort. Eén klein verzetje en je daarop dag en nacht naar een kale boterham trappen.

Misschien voelt de stoemper zich wel helemaal geen eenzame fietser, maar prijst hij zijn lot boven dat van de man die met een kruiwagen  — vol lekker fruit, dat wel — al ventend door de straten trekt.

En dan heb je in het straatbeeld ook nog de vermagerde trekpaarden en honden, maar die weten van hun lijden niet af, dat telt niet. Toch, huizen zijn maar omhulsels, holen.

Verf is maar schmink. Het is niet gezegd dat je in een razende achtbaan zoveel beter af bent dan in de goede, oude draai molen. Er is water, er is elektriciteit, op een enkele stroomuitval na, een dak, doodvriezen doet niemand, en als je eenmaal slaapt zal het je een zorg zijn dat je dat met zijn vieren in één kleine kamer doet.

Helemaal zeker ben ik daar niet van. Die zit er vaak niet in maar voor. Op de stoep, op een schommelstoel, of hij hangt tegen de muur.

Hoe dan ook, hij is in gesprek. Midden op werkdagen hangen mannen werkeloos rond op straat. Maar gelachen wordt er ook veel. Midden op de middag is er rum, soms een sigaar, altijd muziek. Hij waarschuwt niet, de taxichauffeur. Zegt niet dat ik het stadsdeel Marianao op eigen risico ga betreden, zoals me dat gebeurde aan de rand van de Bronx. Je moet toch ergens ooit één keer heldhaftig zijn.

Hopen vuil op de hoeken van de straten zie ik niet. Dan is een uurtje struinen door de voorsteden, zeg maar voorsloppen, van Calcutta andere koek.

Wat je hebt, houd je schoon. Geen flats, geen blokkendozen die als in de Bronx door projectontwikkelaars eigenhandig in de hens zijn gestoken, omdat dit recht geeft op lucratieve nieuwbouw. Daar kun je deze zwarten niet van beschuldigen. Die willen wel de brand steken in het systeem maar niet in hun onderkomen, hoe schamel ook. De lach van de kinderen in het speeltuintje, bestaand uit één glijbaan en één schommel, is even onbezorgd als overal.

Wist je maar nooit wat er nog kwam. Voor de foto vragen de kids geen geld, wat ook de vrouw op de hoek niet doet die vindt dat ik haar man moet vastleggen, zijnde ziek en veel te groot voor zijn kleine bed.

De armoede valt me eigenlijk een beetje tegen, ik had er meer van verwacht. Maar in één ding word ik niet teleurgesteld, ook hier hangen weer teveel mannen in de kracht van hun leven uitzichtloos rond. De jongste zie je nog met een stuk stok en een nepbal in de weer om ooit te kunnen ontsnappen via de nationale sport, honkbal. De negers van middelbare leeftijd en ouder ondergaan de dag gelaten. Ook in het cafetaria zijn de negerinnen dik.

Geen enkele moeke of dochter maakt aanstalten mij het hof te maken in ruil voor een onderbroek, zoals ergens beschreven. Ik geef ze gelijk en zou ook niet zonder verder willen. Aan het tafeltje knuffelt een man zijn zoon. Hoe zal hij hem voorbereiden op zijn toekomst? Hoe hem uitleggen dat hij eerst lang bij vader en moeder zal moeten blijven wonen, dat een goed betaalde baan er niet in zit en dat hij met enige pech zijn eigen stulpje nooit zal betrekken.

Huist er wanhoop in deze zwarte man naast mij? Wil hij nog wat van het leven? Heeft hij dat ooit gewild? Waar heeft hij de moed verloren? Waar is het uitzitten van de tijd begonnen? Is zijn woede groot? Hoe ventileert hij die? De boel moet ontleed. Dat zint mij niet natuurlijk. Heb je geen doel, wil je dan niks van het leven? Je kunt toch niet zomaar de dagen laten passeren. Is dat mijn ziekte en de uwe?

Kan zijn, maar dan omarm ik mijn ziektebeeld. Al is het maar om de gekte die zich na luttele dagen ledigheid al aandient te verjagen, te bezweren. Ik vraag het hem op de man af: Dat ik in jouw plaats geboren was. Mijn zoon bieden wat jij jouw zoon biedt. Een moeder heeft schik met haar kroost.

Zij geurt goed, haar huid glanst en haar kleren mogen niet des couturiers zijn, haar schoonheid komt er niet minder door uit. Nu lacht ze mij toe en ik roep vanuit mijn versomberde ziel iets op dat op een glimlach moet lijken.

Wat kan mij de kleur schelen. Op zijn minst heeft iedereen recht op evenveel kansen om te verprutsen. Zal soms zo zijn, maar ik herinner me Bruce, die mij in de Bronx op straat aansprak. Hij zag mijn argwaan, mijn voorzichtigheid en zei: Ik wil u helpen. Ik ben blij dat ik u mijn buurt kan laten zien. Legde uit hoe zeer het deed om zijn vader spuitend en slikkend weg te zien teren en studeerde af. Vond een baan, werkte hard, spaarde, wilde een huis buiten de Bronx? Blanken kregen voorrang, zelfs bij een lager bod.

Maar hier in Cuba is iedereen elkanders broeder, ja toch? Deze vrouw is toch gelijk aan één van de vrouwen bij wie Castro jong kreeg? Ik kijk om me heen en voel mij, niet voor het laatst, moe en tobberig. Met al dat ik heb en wil, bots ik met de levenslust die ondanks alles in deze ruimte hangt. De chauffeur van de taxi die mij van Marianao naar het kerkhof, Necrópolis Colón, voert, beschrijf ik niet.

De geheime dienst van Cuba is groot en machtig, een van de best georganiseerde ter wereld. Hij is afgestudeerd, maar een baan in zijn vak zat er niet in. Nu bestuurt hij zes, soms zeven dagen per week zeventien uur per dag zijn kleine brik. Dat is er eentje van de staat, aan wie hij dan ook het bijeen gereden geld moet afstaan. Zelf krijgt hij omgerekend ongeveer tien euro per maand.

Jij bent mijn vriend, toch? Je weet nooit tegen wie je hier kunt praten. Op elke twintig volwassenen is er één geheimagent. Jullie zien vriendelijke, lachende Cubanen, jullie ontbreekt het aan niets. Maar voor ons is het leven hard. Geen geld, geen vrijheid, geen enkele manier is er om iets van mijn leven te maken. Je mag het land niet uit.

Vraag je permissie, dan wordt alles gecheckt. Of je een goed partijlid bent en nooit weet je wie jou waarin verlinkt heeft om er zelf beter van te worden.

De controle is volkomen. Wij moeten van dit systeem af. Wat zegt dat over jullie? Alleen dat dit mijn twaalfde werkdag op rij is. En zal er hier plaats zijn op dit monumentale kerkhof, Necrópolis Colón, waar ik inmiddels slenter? Zeker niet aan de hoofdweg, de graven ten weerszijden ervan zijn gereserveerd voor de grote meneren. Mannen met poen, anders lig je hier niet. Er is wel een plek ingeruimd voor enkele helden van de revolutie, maar het zijn toch vooral presidenten, suikerbaronnen en vechtersbazen die soms met complete huizen, met halve tempels aan de Ave.

Cristobal Colón te kijk liggen. Waren dat betere mensen? Het zijn de praatjesmakers, de mannen van het woord, van het bedotten, die boven komen drijven. Dat zal dus wel niet. Ach, draait de boel niet altijd even beroerd verder. Hoezo niet, zij van tweehoog, die haar kinderen goed in het leven zette en daarna haar eega tot in zijn seniele dood verzorgde, ligt hier niet. Zelfs tot na de laatste ronde blijft dat mesjoche verschil in stand. Nou ja, één troost: Toeristen toeren per aircobus over de 55 hectare grote dodenakker.

Weg rust, weg doodse stilte. Want stil is het hier, op deze indrukwekkende begraafplaats. Meeluisteren met de Engelstalige gids?

Dan er liever zelf een ingehuurd. Maar die is er niet, alleen een dame die genoeg zegt, nuttig, maar die het toch weer niet kan laten zich voor mijn geld aan haar tafel te noden. Er blijken nog 21 andere kerkhoven te zijn in Havana. Die moet je kopen, dat is te kapitalistisch, hij zal wel publiekelijk komen te liggen, op het Plein van de Revolutie. Als je taxichauffeur bent en nooit een knoop bijeen krijgt, wat dan?

Of als je zwart bent en je tijd zit erop in Marianao? Ik slof erheen, op een begraafplaats minder je automatisch vaart. De vogeltjes kwinkeleren vrolijk, de dodenmars is niet door hen gecomponeerd. Ik begin, als altijd op een kerkhof, in de greep van het eindige te komen. Ruim twee miljoen doden liggen hier. Voorbij is hun geploeter. Ze waren er en niet op eigen verzoek.

Op de eeuwigheid gemeten is ieders bestaan onmeetbaar klein. Ook dit hele kerkhof is er maar even, heel eventjes. Al die graven, die stenen, dat bewaren, uitstel is het van de definitieve teloorgang.

Wat haalt het allemaal uit? Wat betekent dat hele mensdom afgezet tegen die oneindige tijd? Er was ooit een verschijnsel dat mens heette, dat achtte zich uniek, maar alle sporen zijn uitgewist. Rond enkele graven liggen nog kransen. Ik loop kalm doch beslist verder. Chef en broer Raúl mogen dan met hun arbeidersparadijs willen zorgen voor de hemel op de aarde, de meeste Cubanen blijven voor de zekerheid toch maar geloven in een hiernamaals. Eentje waar al die lui die hier vooraan liggen achter in de rij aan moeten sluiten, het verst weg van de enige echte chef.

Sommige graven zijn op hun beurt ook weer aangevreten door de tijd. Deuren van grafhuisjes die kapot zijn. Ik ga er eentje binnen. Het stinkt er naar pis. Vreemde plek voor wildplassen. Aan menig graf valt weinig meer te schennen. Hoeveel dromen hebben ze meegenomen? Hoe luidde hun eindoordeel? Spraken ze laatste fameuze woorden? Nooit overtreffen zij daarin natuurlijk pater Blub, die een leven vol overgave aan de Heer met fraaie twijfel rechtvaardigde: Tegen liefde bestaat geen verweer.

Veel stenen zijn naamloos, het mocht blijkbaar geen naam hebben. Of dragen een nummer. Neergelegd door de dochter die mij zo-even met rode ogen passeerde? Het mooiste kruis is het zelfgemaakte, ijzeren staketsel. Geen geld, huisvlijt, gesmeed met tranen. De bewaker die al fietsend zijn entreegeld kwam ophalen zei: Ik sta voor twee, soms drie verdiepingen hoge, slordig neergekwakte, sobere bouwsels met holle gaten.

Met een lichte huivering loop ik dichterbij. Van beneden tot boven zijn de spelonken gevuld met duizenden, misschien wel tienduizenden kleine betonnen dozen. Namen met de kwast er slordig opgekalkt. Opgeruimd, weggestopt, weg ermee, rol uitgespeeld. Die rol van de minste onder de minsten.

Die kistjes doen zeer, zij zeggen hoe we het doen. De een vereren we, van de ander zouden we liefst elk spoor wissen. Mij boeit de naamloze. Neem Che Guevara, wiens konterfeitsel als een billboard Cuba siert. Het graf van deze cultrevolutionair in Santa Clara is nu een bedevaartsoord. Maar waar zijn de resten van de jongen die hij meenam in zijn heldendood?

Voer voor de gieren was die. Je ziet een naam op een steen, je kent wat feiten. Maar de vuile was die binnen bleef, kennen we die? Was er één moment dat Che wist dat hij held ging worden en dat hij andere mannen mee sleurde in zijn graf? Had hij nog ergens het vliegwiel der gebeurtenissen kunnen stoppen? Had hij dat moeten doen vanuit de latente homoseksuele liefde die hij voelde voor dat joch dat met hem vocht?

Ik bedoel, wat weten we? Hebben we zicht op de gedachte achter de gedachte, de bedoeling achter de bedoeling? Er deugt zo weinig. Dank aan de Tijd, die grote rechtsrijker van wat op aarde zo stinkend krom is. Onopgemerkt heeft hij me van achteren benaderd. Terwijl ik in gedachten verzonken de betonnen grafbelt verwerk, tikt hij me zachtjes op de schouder.

Als ik me omdraai zie ik hem nog net met zekere tred Calle B inslaan. Verdriet, want waar de dood de liefde raakt, schrijnt het. Het versterven van iemand meemaken is geen vreugde. Het leven onteert zichzelf op de valreep definitief. Is de stervende oud en der dagen zat dan kan de laatste ademtocht een zucht van verlichting zijn. Maar wat als het die moeder van achtendertig betreft, met haar man en kinderen verteerd van verdriet aan haar bed? Nou ja, dat zal dan wel onderdeel van het goddelijke meesterplan zijn.

Maar jouw dood, jongen, die stond niet in onze plannen. Waarom kan ik dertig jaar later deze zinnen nog nauwelijks op papier krijgen?

Het doet nog zo zeer. De wond is vers. Waarom lette ik niet beter op. Waarom had ik, godbetere, geen antenne toen je gekscherend zei dat je met dat wasdraad dat al op je kamer lag ook andere dingen kon doen. Die eenzaamheid, die laatste handelingen. Als er toch een hemel is, omarm dan je moeder, geef haar een knuffel, heel haar hart. Doorleven als je de donkere poort door bent? Als dat de tol is die ik moet betalen om vader, moeder, Bert en Koossie Poes terug te zien, dan moet dat maar.

Ik heb het niet op de eeuwigheid. De gedachte dat het nooit ophoudt is onverdraaglijk. Misschien is er wel alleen een hiernamaals voor wie dat tijdens het leven aanneemt. Interessante gedachte, vond ik terug in een puberopstel. Toen beschreef ik lyrisch mijn vreugde over de mogelijkheid om alles eindig te denken. Intussen ben ik daarrvan overtuigd. Lichaam en geest zijn één, lichaam weg, geest weg, daar houd ik het op. Ik ben de uitgang van Necrópolis Colón genaderd.

Daar ligt een graf open. Gapend diep, een soort uitnodigend. Zie ik mezelf hier liggen, ergens liggen? Aan de dood denken doen we niet graag. Misschien hopen we dat van afstel uitstel komt. De gedachte er niet meer te zijn boezemde lang angst in. Ik zal niet zeggen er nu naar uit te zien, maar angst voor de laatste hobbel heb ik niet meer. Soms is er zelfs verlangen. Nee, eerder is het nu een geruststellende gedachte dat op enig moment de bevrijding wacht.

Maar nog even niet. Niet zolang er mensen zijn bij wie ik graag in de buurt blijf, van wie ik houd. Tegen de liefde bestaat geen verweer. Er lopen bij mij in de wijk andere types. Dikker, bozer, kanslozer, deemoediger gekleed. Mijn chauffeuse, ik noem haar Petra, analoog aan de zwoele dame die mij thuis in de auto de weg wijst, gaat met mij Hemingway doen, eerst Cojímar, daarna Finca Vigía.

Haar rokje is korter dan kort en het moet gezegd, Petra heeft heerlijke benen. De witte hakschoentjes verhinderen haar niet de pedalen van de Golf soepel te bedienen. De handen aan het stuur laten lange, gemanicuurde nagels zien en aan de ene pols rinkelt een bos zilveren armbanden, terwijl de andere plaats biedt aan een groot, modern wit horloge. Hoe kom je daaraan in Havana? Het rokje heb ik in Italië gekocht, het topje op Jamaica. Petra was er namelijk als de kippen bij geweest om een vraagteken te plaatsen achter mijn ontmoeting daags tevoren met een Cubaanse schilder.

Ik ben een week op Cuba en ik geloof van deze jonge vrouw die schouder aan schouder naast me zit niets meer zonder voorbehoud. Ze lijkt me niet het type van de alcoholverbranding. Kent haar kracht, speelt het spel sterk. Zij zal niet zó in de nesten komen, zeker niet zo lang de glans der jonge jaren haar aankleeft, dat zij besluit in wanhoop zichzelf te verbranden. Alcohol over je gieten en dan de fik erin.

Een pijnlijker dood bestaat niet en volgens mijn gesprekspartner de schilder, hem noem ik Jean, komt het steeds vaker voor, maar zwijgen de mooi-weer-media ook dit dood. Redelijk begaanbare wegen buiten Havana.

Zou je alle kuilen en gaten willen vermijden dan leg je acht keer de afstand af, maar het rijdt, geen files en dat is ook wat waard. Aan mijn oog trekt tropisch groen voorbij, gelardeerd met redelijk ogende huizen en bewoners. Palmen, grassen, soms stukjes bewerkte akker. In de stilte die is ingetreden na mijn wedervraag dommel ik half weg en dringt de ontmoeting met de Cubaanse schilder zich weer op. Door de regen waren we met de tafeltjes naar elkaar toe gedreven. Tijdens de Revolutie gevlucht en terecht gekomen in Parijs.

Heeft daar nog een appartement, is geslaagd als schilder lang grijs haar, oorbellen in bejaarde oren , maar heeft het op een akkoordje kunnen gooien met de Partij en kon terugkeren. Ik kom van hier, leef lang genoeg, maar begrijp de mentaliteit van de mensen steeds minder. Warme mensen gevangen in een koud systeem, schizofreen.

Mensen die zich superieur voelen en ook zo handelen tegenover een veelvoud aan lui die naar eigen idee van een inferieure soort zijn. Het klassenonderscheid dat de Spanjaarden er nog in geramd hebben. Maar dan ga ik al verklaren.

Ik heb het verklaren opgegeven. Geen tijd meer, want ik heb er al een dagtaak aan het gif in mijn geest om te zetten in een medicijn.

Petra wil jus, ik koffie. Inderdaad, een kwestie van gezond willen leven. Ik ga ook iedere ochtend naar aerobics. Kost maar drie convertibles per maand. We zitten in La Terraza, restaurant, bar, vaste aanlegsteiger in Cojímar voor Hemingway-adepten. Ik heb Petra gezegd dat ik tijd nodig heb, dat ik het niet wil laten bij een vluchtige inspectie.

Als Hemingway sprak met de tanige mannen die de huid gelooid wisten tijdens de zonovergoten dagen en soms lange nachten op zee, dan moet er toch de aanvechting zijn geweest om de pen definitief neer te leggen? Want hoe ver is schrijven niet van leven? Dan was deugdelijk nadenken niet zijn stijl, dan was hij achter de machine meer jager dan filosoof. Het is handig wanneer je als schrijver je eigen universum creëert. Daarin bepaal jij wat waar is en liegen de woorden niet.

Je schrijft ter verstrooiing, ter troost, ook nuttig. Maar wil je haar hanteren om iets te zeggen over de werkelijkheid, zeg maar dat dagelijkse leven dat te velen te zwaar valt, dan schiet de taal schromelijk te kort. Hoe vat je iets in woorden? Zo zijn er vragen: En het antwoord is nog nooit via denken — dat is ook gebonden aan taal — tot ons gekomen.

Anderen zeggen daarom maar dat Het Antwoord ons geopenbaard is. Dat gebeurt uit wanhoop, uit angst voor de leegte, de zinloosheid, die overblijft als we toe moeten geven dat de werkelijkheid bewust beleven ons met stomheid slaat. Had ik gezegd dat dit gesneden kost ging worden, een leuk reisverslag? Ik sleur u mee naar Cuba en na een tussenstop in eigen land naar Rome en Jeruzalem en het Brabantse land. Niet om te plezieren, maar om alle Opvattingen een nekslag toe te delen en mijn zere ziel te balsemen met mijn gelijk en misschien een vonk hoop.

Denken over de levensvragen, met antwoorden komen, filosofie. Ik woonde ooit een college filosofie bij en stelde — de irritatie over de barre verzameling woorden en aannames in een zoveelste poging toch maar weer iets te zeggen waar zwijgen past was hoog opgelopen — direct de hamvraag: De ober brengt nog een kleintje, gitzwarte, zoete koffie en Petra werpt even snel een blik naar binnen, checkt of ik er nog wel ben. Ik zit en denk, ook armoedig. Maar op zijn minst geef ik dat toe. Terwijl om filosofen en schrijvers nog steeds een verheven aureool hangt.

Al die denkers, van de klassieken tot de eigentijdse verklarende geesten, ze kunnen mooi schrijven en prima redeneren vanuit aannames, maar het blijft gerommel in de kantlijn.

Te arrogant voor woorden deze stelling? Zegt u dat wel. Maar hoeveel regels en gedachten waren al niet aan het papier toevertrouwd voordat we in de vorige eeuw tot het goed geoliede systeem van de gaskamers kwamen?

Nadenken over het leven als hobby, als afwijking, doe het, maar geef de nutteloosheid toe. De een speelt met het lijf, de ander met de geest. Mijn interesse ligt in het stoppen van de stroom. Een groep Duitse toeristen betreedt La Terraza. De gids geeft uitleg bij de foto waarop Hemingway Fidel Castro de eerste prijs voor een viswedstrijd overhandigt. De Chef heeft nog nooit een wedstrijd verloren, in ieder geval geen honkbalduel waaraan hij deelnam. Ik sprak met een studente Engels in Pyong Yang.

Hoe erg kun je iemand met taal hersenspoelen? Ze lacht en zwijgt. Als de rust hersteld is, pak ik de informatie over Hemingway erbij. Straks naar de Finca Vigía. Daar staan meer dan negenduizend boeken. Zou hij die allemaal gelezen hebben? Daar zit bij één dag per boek dik dertig jaar lezen in. Het kan, maar achterdocht is altijd geboden. Hoe het ook zij, het bestempelt mij tot leesbarbaar.

Kun je wel merken ook, ik hoor het u denken. Het punt is dat ik niet las maar zocht naar een antwoord. Soms oversteeg de troost de teleurstelling. Maar even zo vaak legde ik een boek na luttele bladzijden terzijde. Te zeer had ik me dan gestoord aan de oppervlakkigheid van het verhaal, dan wel de kromheid der zinnen.

Wegen die ons de hemel niet doen ontdekken, kennen we al genoeg. Luide wegwerpmuziek schalt uit de auto als ik de deur open. Petra heeft een i-Pod. Onderweg naar Finca Vigía is alleen een verkeersdrempel het noteren waard.

Alsof niet het hele wegdek dat is. De Vigía wordt opgeknapt, zeg maar herbouwd. Hemingway vertrok met frisse tegenzin vanuit Havana, weg van zijn favoriete bars, naar hier. Zijn derde vrouw, Martha Gellhorn, drukte dat erdoor. Ik loop nog even de werkmannen voor de voeten, maar geef het op.

Jammer, de inrichting van de finca met alle jachttrofeeën, de posters van het stierenvechten, zijn typemachine, waar hij staand op ramde, en de negenduizend boeken had ik graag gezien. Een blik in de bijgebouwde villa kan ik nog wél werpen. Klopt niet, maar ze moet wat zeggen om aan haar tip te komen.

Boksschilderij aan de muur. Weinig aan te zien. De toren biedt meer. Geschenk van zijn vierde vrouw die er als dank van lieve Ernest niet mocht komen. Hij neukte er namelijk in het geniep. Onder vele anderen een dochtertje van zestien, het kan jonger zijn geweest, van een Italiaanse gast.

Vier vrouwen, talloze vriendinnen, de man in me gromt jaloers. Dat doet de leeuwenkop onder de werktafel niet meer. Ik val op die lieve ogen, zie er wanhoop in.

Het blijkt een kunststof replica. Ook staat er een kijker die Hemingway op heldere dagen in staat stelde naar zijn geliefde zee te turen. Soms draaide hij de telescoop een kwartslag, als Ava Gardner zwom in het grote, toen al lichtblauwe zwembad. Veel vrouwen had Hemingway, maar nog meer katten. Zoveel — rond de zestig — dat een van zijn tien bedienden zich alleen met deze minitijgers bezig hield. De honden liggen begraven tussen het zwembad en Pilar, de boot waarmee de Amerikaan de zee op ging om te vissen op marlijn en te drinken bovenal.

Bij zijn laatste gerichte schot nam hij in , een jaar nadat hij was teruggekeerd naar Amerika, zichzelf op de korrel. Op het terrasje bestel ik koffie. Hier vuurde de Cubaanse troetel-Amerikaan een deel van zijn boeken bijeen. Schrijven, vuren, jagen, doden, niets in dit huis doet mijn affectie voor de schrijver en zijn vak toenemen.

Wat was eigenlijk zijn bijdrage aan het grote geheel, anders, meer, dan vermaak bieden? Is er dank zij Ernest één mens minder gesneuveld? In ieder geval één meer, hijzelf. Daar is de literatuur niet voor? Daar is de hele kunst bij uitstek voor!

Altijd zal de greep te hoog blijken, maar kunst alleen omwille van de schoonheid heeft een oppervlakkig bestaansrecht. En dan dat pijnlijke dilemma. Wie zoekt naar antwoorden en schrijft, valt stil, wacht, doopt niet meer en ziet de inkt verdampen. Het lichaam liegt niet, de ogen verhullen nooit, maar de mond en de pen dragen de leugen in zich.

Ik kom daar later over te spreken. Het plein van de Revolutie en het Museum van de Revolutie bezoek ik nog, maar nu al staat vast dat elke ideologie leunt op misbruik van het woord, op misleiding van de volksgeest.

Het volk zal dit, zal dat en dan krijgt het zus en zo, nu of in het hiernamaals. Voor andere vormen van kunst dan schrijven geldt hetzelfde. Hoewel je bij beeld sneller praat over streling van het oog, van het verzorgen van de open wond, bewust, onbewust.

Voor een schilderij staan en de emotie vangen. Een beeld liegt niet. Ineens moet ik denken aan Dirk die als logische consequentie hiervan vrede had met een televisie zonder geluid, zonder taal. Daar keek hij bijna twee jaar naar. Waren er ook Cubanen zijn die dat deden als Fidel Castro het scherm weer eens langdurig in beslag nam. Geen geluid, alleen gelet op de mimiek, de oogopslag, de lijnen in zijn gezicht? Verraadde dat milde wijsheid, of vooral de wil om al sprekend zijn gelijk te halen?

Natuurlijk heeft de Commandant de intellectuelen en schrijvers omarmd. Hij weet dat het woord ten leste een dodelijker wapen is dan enig geweer. De bezoektijd loopt ten einde. De boel komt langzaam op gang in Cuba maar eindigt stipt.

Als ik bij de Finca Vigía weg loop, weet ik dat ik niet terug wil keren. Terug in de auto probeer ik door de harde muziek heen toch de lijn van de dag vast te houden. Dat wordt bemoeilijkt door het opgeschoven truitje van Petra.

Verguizen heb ik genoeg gedaan. Ik houd van een mooie zin. Zeker, literatuur kan schoonheid brengen, troost. Toch is dat niet aan de orde waar het mijn omhelzen betreft.

Jaren wantrouwde ik de taal als middel om iets te zeggen over wat ons omringt. Maar ik ben overstag gegaan, want ik weet niet beter. Altijd, overal wordt de taal misbruikt om te manipuleren, om het spel om de macht te spelen en te winnen. En zwijgen, hoe verheven ook, volstaat niet als tegenzet. Toegegeven, het is behelpen om de ziekte met het eigen virus te bestrijden, maar het zij zo. We zijn weer bij mijn Casa.

Petra werpt mij nog één keer een machtig mooie glimlach toe. Ik weet niet meer helemaal zeker of ik wel bezig ben geweest de juiste zaak te omhelzen.

Maar de taal is willoos en onschuldig en staat dat toe, zo is het toevallig ook nog eens keer. Even op bed liggen, uitrusten, de ademhaling controleren, loslaten, genoeg gedacht voor vandaag. De dag geeft het bijna op. Een kort slapie doen, mag wel. Maar net als ik weg dreig te dommelen dringt samenzang door tot op mijn derde verdieping. In de straat, pal onder mijn balkon, komt het Comité voor de Verdediging van de Revolutie bijeen.

Een vrouw van midden dertig, gekleed in arbeidersstijl, houdt een betoog. Haar gezicht straalt als dat van gelovigen die geen twijfel kennen. Ze praat en praat en praat, ze praat de mensen murw. Douchen, avondkleding aanschieten, de restaurantkeuze bepalen, naar beneden gaan en nóg praat de vrouw.

Het valt op dat lang niet de hele wijk is uitgelopen. Het zijn vooral de ouderen die samen groepen. Onder hen natuurlijk ook Maria. Daags tevoren was me al opgevallen hoe angstig mijn kostbazin de man en vrouw ontving die haar boeken kwamen controleren. Ook al moet zij maandelijks bijna alles afstaan aan de staat en zelfs betalen in de maanden dat er geen gasten zijn, zij wil haar verhuurrecht niet kwijt.

Dus staat ze hier. Jongeren fietsen opvallend vaak pontificaal voorbij, het volume van het geschreeuw niet dempend.

Na een monoloog van bijna een uur mogen er vragen worden gesteld. Die nemen ieder op zich ook weer minuten in beslag. Er worden witte voetjes gehaald. Alles is nep aan deze bijeenkomst, alles taal, alles leugen, alles ritueel. Je zou de schouders ophalen als de ernst van de zaak niet zo groot was. Het toneelstuk zit erop.

Ik grijns terug en begin mijn voettocht naar Nos Nardos. Het was me de dag van de taal wel, zeg. Ik taal soms naar huis. Even een paar dagen er lekker tussenuit. Maar ogen en oren open, dat wél. Niet de geest laten verweken door wuivende palmen en ander groen.

Want zie, een ballon is een ballon en dient doorgeprikt. Lekker mee laten spelen? Niks spelen, genoeg gespeeld, genoeg zon weggenomen door bossen ballonnen, genoeg narigheid eruit gedonderd. Viñales dient onder dezelfde loep te worden gelegd als de grote stad Havana. Dat zijn de eerste notities die ik even buiten de hoofdstad maak. Ietsje heftig, dat wel.

Misschien drijft adrenaline het potlood te zeer. Jesus gebeld, mobiel overhandigd aan de machtswellusteling achter het loket. Vijf woorden wisselde de ticketman. Niet één met mij. Pas twee minuten voor vertrek gaf hij groen licht. Het landschap betovert niet en verleidt tot bijslapen. Zij, Clara, staat er. Soms is het welkom je naam in kapitalen neergepend te zien. In Peking stond ooit niemand.

Bij het krijgen van mijn visum voor China was me gezegd per fax om een gids te vragen. Dus niet gedaan, altijd liever alleen. Daar stond ik dan op het vliegveld van de toen nog niet ontmaskerde Mao.

Groetjes aan SuperTaibo,   dank voor jullie mail en tot wederhoren.. Alles lijkt zo leeg van binnen. Mijn hart lijkt zo leeg van binnen. Mijn hart is bevroren, alsof niets mij kan bekoren. Olé, olà,   Olé, olà ….

De microcursus die uw andere cursussen overbodig maakt. Inderdaad, nederigheid is de mooiste deugd. Maar toch moet u dringend eens leren niet zo nederig te zijn, want zo goed bent u ook weer niet. Betreffende eenhoornkunst in de abdijsite van Herkenrode: Sorry, de auteur vergist zich. Kunstbespreking Eenhoorns in Herkenrode. Kunst met een visie. Blijkt inderdaad dat de eenhoorn ook het symbool van de   abdij van Herkenrode is.

Die is goed, want zo worden die bejaarde zusters door de kunstenaar eindelijk ook nog eens van een potente portie potentiële kunst op poten voorzien en men mag er ook geen karikatuur van maken. Welgemeende dank namens de sociëteit. Dat is toch om niet te geloven, achter dit kunstwerk zou dus toch een achterliggende visie schuilen?

Vier dezelfde eenhoorns, alle vier even lelijk, wel, dat is op zich al een straffe viervoudige visie op Herkenrode. Blauwe eenhoorns, want blauw is een spirituele kleur, kwestie van wat fijnmazige nuances in de visie van de kunstenaar te leggen. Alles, maar dan ook alles duidt inderdaad op de aanwezigheid van een visie en men mag er geen karikatuur van maken..

Kunst met een missie: Meer nog,   die visie lijkt eigenlijk meer op een missie die uit vier onderdelen bestaat. Maar missies zijn missies, en daarom kijkt de kunstenaar niet op één mythische missionaire publicitaire stoot meer of minder. Gelijk met vier eenhoorns er tegenaan vlammen, er op of er onder, want zo gaat dat doorgaans bij gemiddelde missionaire stoten!

Vlam ertegenaan, ach, al deze fijnzinnige nuances die van dit kunstwerk uitgaan zijn eigenlijk moeilijk onder woorden te brengen. Men mag er ook geen karikatuur van maken. Knutselaars met een visie en een emissie. Dat zijn allemaal dingen die gebeuren; en men mag er in Herkenrode geen karikatuur van maken.

De tijd is immers rijp om zich niet langer door de Heilige Geest, maar wel door een of andere betuttelende knutselaar te laten betuttelen; Zelf denken kan desnoods ook nog wel, maar dan met mate en vooral met eigen maten.

Deze eenhoorns zijn kunst en men mag er geen karikatuur van maken. Goed nieuws voor Kortenaken en Halen. Beste lezer, en toch, die simpele scheppende betuttelende knutselaar in Herkenrode treft geen schuld, maar wie is er dan wel verantwoordelijk voor al deze viervoudige eenhoornige onzin? En wie is er ook aansprakelijk voor deze goedkope publiekelijke wansmaak?

Alweer iedereen en niemand zeker? Mail het mij aub, geheimhouding verzekerd want alleen op die manier kan dit geheim ontsluierd worden. Deze eenhoorns moeten verpatst worden aan Boerenrock in Kortenaken, als ze die daar tenminste willen,   want dat is daar tegenwoordig een schone streek daar in Kortenaken. De laatste keer heb ik daar ook echt schoon volk zien rondlopen. Verpatsen, desnoods   aan de Gilde van Tielebuis voor   hun jaarlijkse karnaval stoet in Halen.

Halen, dat is toch ook niet zo ver van huis, en met opbrengst ervan kunnen echte noodlijdenden ook eens echt betutteld worden. Neen, men zou er geen karikatuur van mogen kunnen maken. Betreffende complexe huiselijke computergeschillen. Dank voor je mail. Dit blog heeft fervente fans en laat ik het toegeven ook groupies.

Jij bent immers een verstandig man die beseft dat vrouwen en parfums uiterst subtiel zijn en precies daarom moeten ze allebei goed opgeborgen worden. Jij beseft dat vrouwen kamelen zijn die mannen helpen de woestijn van het leven te doorkruisen.

Zij, die keukenprinses van weleer. Als dit geen huiselijk geschil is dan weet ik het ook niet Toevallig ben ik gespecialiseerd in huiselijke geschillen. Mijn Josée is op dat vlak ook niet te onderschatten: Geef toe dat het allemaal nog veel erger kan.

Binnen het wettelijke kader zijn al je pogingen om haar tot de orde te roepen op een sisser uitgelopen. Daarom één gouden raad: Die is goed he, en nog een tip? Ik zou je ten stelligste afraden om het met een enkelband of een burka te proberen. Ten stelligste afgeraden om Volt op haar computer te zetten of   bijvoorbeeld naar Pakistan te verhuizen. Gewoon een advocaat in plaats van uw vrouw onder de arm nemen volstaat.

Maar ik mag niets zeggen, mij er niet mee moeien van Josée. Ik zeg niets, helemaal niets want: Twee lezeressen beklagen zich over de vrouwonvriendelijke uitlatingen van de auteur. Ze noemen de auteur ronduit vrouwonvriendelijk, dit blog seksistisch en meer bepaald de relatie met Josée zien ze niet zitten. Ze gebruiken er een woord voor, maar dat woord is zo manonvriendelijk dat de auteur weigert om het woord te publiceren. Alleen al om andere manvriendelijke vrouwen niet op manonvriendelijke gedachten te brengen.

Zoals alle yin- yang relaties is ook mijn relatie met Josée er een van vallen en opstaan, van geven en nemen, van vinden en zoeken. Maar Josée en ik blijven wel met onze twee voetjes op de aarde. Wij weten dat wij noch in harmonie, noch perfect zijn. Het gevaar van al die Taoïstische poëtische verhalen met wolken erbij en zo is namelijk dat ze ons geen zoekende mensen voorspiegelen maar wel een poëtische ideale wereld van allemaal mensen die harmonie gevonden hebben.

De auteur zal ook nooit Boeddhist worden, een mens mag zich niet eens boos maken om de innerlijke vrede toch maar te bewaren terwijl Josée en ik bij wijlen de kookpannen naar mekaars hoofd zouden werpen. Alhoewel wij elkaar niet kunnen missen is er iets mis met ons, maar toch maken wij van onze ellende een feest…zie je. Christus ging immers af en toe ook flink te keer en dat lijkt al een pak aannemelijker en menselijker.

Josée weigert haar versie van de feiten te geven, daar is ze veel te slim voor. Josée wacht, en ze laat de auteur zichzelf rustig in de gracht rijden en daaraan kun je al merken hoe geraffineerd dat mens eigenlijk in elkaar zit.

Dit blog is niet perfect, het is onnozel en oppervlakkig. Maar toch, hierin verschilt dit blog, naar ik verneem, van andere Taoïstische geïnspireerde blogs: Soms grappig en soms zwaar over de schreef, soms diep religieus en soms vrijdenkend en wars.

Het is soms informatief en soms fictief. De auteur schrijft soms iets vrouwonvriendelijks, en soms eigenlijk iets te vrouwvriendelijks. De auteur amuseert zich en zolang de auteur om zichzelf kan lachen en zichzelf kan relativeren hoeft hij niet om anderen te lachen. Waarom bijvoorbeeld om Josée lachen als men zelf zoveel lachwekkends in huis heeft? Lieve lezeressen, ter gelegenheid van vrouwendag vraagt de auteur geen begrip, begrijpen kost tenslotte niets dan enkel maar wat woorden.

De auteur wenst zelf te begrijpen en ons verhaal is een uitgewerkte yin —yang metafoor. Dat scheelt een slok op de borrel. Betreffende het zoeken naar waarheid. Joop liet dit korte tekstje achter op dit blog: Beste Joop, dank voor die wijze woorden. Op mijn beurt wens ook ik je niets toe. Geen goed, geen kwaad want alles is zoals het gaat en daar kunnen wij niets, maar dan ook niets aan veranderen.

Dat wilde ook ik je laten weten. Ja watte… we zijn met dit onderwerp nog niet aan de gebakken aardappelen toe, maar je hebt alvast groot gelijk om mij niets toe te wensen. Neem nu   ons Josée hier. Josée wenst mij voortdurend het beste toe terwijl ik haar eigenlijk niets toe wens. Onbegrijpelijk wat Josée mij toe wenst; er zijn veel dingen die een mens moet begrijpen, maar Josée begrijp ik van haver tot gort.

Ik begin er zelfs niet meer aan om dat vrouwmens te begrijpen. Zij beweert altijd dat ik haar niet begrijp, maar de trieste waarheid is, beste Joop, de trieste waarheid is dat Josée eigenlijk niet wil begrepen worden. Ik zeg niets, geen goed, geen kwaad; maar Josée loopt altijd vooruit op de historische volgorde van de feiten.

Ik zeg niets, maar neem nu haar koopgedrag, haar koopgedrag wordt mij vroeg of laat fataal. Onze beschaving heeft ternauwernood een behoefte geschapen of ons Josée heeft er al een behoefte aan. Beste Joop, dat is nu de prijs die ik voor de beschaving betaal, begrijpt u? Bij Josée leven voortdurend behoeften waaraan geen enkele objectieve en niet standpuntgebonden informatie beantwoordt en dat is op den duur om zot van te worden.

Ik zeg niets, maar dat mens is qua koopgedrag niet te vertrouwen en de rest is navenant. Josée bedriegt en beliegt mij over haar aankopen, maar het is beter Joop om zich keer te laten bedriegen dan om het geloof in de mensheid te verliezen…zie je.

Ik zeg niets over Josée, geen goed, geen kwaad: Ze schiet voortdurend in haar wiek en ik heb er geen enkele steun aan, en dan maar komen klagen…vooral zichzelf beklagen. Daar heb ik geen steun aan want eigenlijk doet dat mens niets anders dan zichzelf beklagen dat ze te zwak is om mij te ondersteunen, maar ik zeg niets. Ik zeg geen goed, geen kwaad en ik verbijt mijn verdriet, maar Joop, een hart dat breekt van verdriet dat hoort men niet.! Eigenlijk wou ik Josée naar de maan wensen, maar ik zeg niets.

Gelukkig dat ik Josée met een zekere humor kan benaderen want anders was het leven voor mij niets dan troep maar gelukkig kan ik Joée aftrekken van mijn belastingen. Humor redt ons geluk, eigenlijk is Josée heel grappig en zou ik voor haar moeten bijbetalen. Maar objectief gezien is elke frank ik reken nog in Belgische franken die ik aan dat mens uitgeef is er één te veel.

In mijn geval zou een mens beter af zijn met een minimum inkomen, of zelfs met nog minder. Weet je, ik zeg niets en ik draag mijn geval met waardigheid maar je mag toch gerust stellen dat ik gelouterd ben in de smeltkroes van haar ellende. Ik ben een psychisch wreed ontwricht mens, maar ik zeg niets want Josée kan het altijd goed uitleggen. Ook nu weer onlangs is ze alweer in beroep vrijgesproken voor dierenmishandeling en dat doet pijn Joop.

Het doet pijn als je dat mens nog op vrije voeten ziet loslopen om alweer aan een of andere behoefte te voldoen. Het is hier in België voor Josée moeilijker om in de gevangenis te belanden dan om er uit te ontsnappen.

Kortom; ik wens in mijn diepste gedachten Josée naar de maan…maar officieel ik wens niets. Ergens moet er altijd iets zijn Joop en daar mag je de donder op verwedden. Trouwens, in mijn geval is er nog altijd ons Josée: Dat is een auto die niet sneller kan rijden dan Josée kan denken.

Welnu Joop, zulke auto was niet op de vrije markt te vinden en daarom heb ik die dan maar eigenhandig gemaakt. Ik zeg niets, maar dat ding rijdt 6 km per uur maar gelukkig loopt het bergaf 9 km per uur. Ik zeg niets, geen goed noch kwaad want alles is zoals het gaat. Dit probleem schreeuwt om forse filosofische onderbouwsels. Dat valt dan wel nogal minnetjes uit, alhoewel: Dat zijn allemaal dingen die kunnen gebeuren.

Beste Joop, Josée en ik wensen je niets toe dan een aangenaam verpozen tussen twee haastige oponthouden. Ik weet ook niet waarop deze besluitvorming zou kunnen slaan, maar ze klinkt wel klever en klakkeloos kinky.

Naar mijn aanvoelen kan een mens zich niet gelukkig of tevreden denken. Betreffende les geven en lesgevers tai chi. We zullen in dit antwoord er niet omheen draaien, beloofd. Maar, hoe uiteindelijk voor jou de juiste lesgever Tai Chi vinden? Janneke en Mieke bieden een portie gemengd aan. In Tai Chi zijn er twee soorten lesgevers. Iedereen kan de volgorde van de vorm geven of versnaperingen aanbieden, maar daarom kan nog niet iedereen een cursus Tai Chi Chuan geven.

Waarschijnlijk wordt er nergens zoveel onkunde in zulke proporties aangeboden als in Tai Chi Chuan. Maar, wij leven nu eenmaal in een tijd waarin het loont om het eigen gezever buiten proportioneel op te kloppen, zie je. Tot zover niets abnormaals, alhoewel je zal toch moeten toegegeven dat lesgeven in Tai Chi ook niet niks is.

Een lesgever moet eerst aan zichzelf werken vooraleer zich met anderen te bemoeien. Maar je zult ook moeten toegegeven dat ook buiten Tai Chi langzaamaan één op de twee landgenoten inmiddels de therapeut van de andere blijkt te zijn en dat wij dezelfde toestanden ook in Tai Chi aantreffen.

Blijkt dat deze samenleving de trappers kwijt is. Dat is zo, maar er is nog meer, want die Tai Chi vorm moeten zij ook kunnen duiden in de Chinese geneeskunde om tijdig een beroep te kunnen doen op Chinese zowel als westerse medische professionaliteit. Zij moeten tevens de bewegingen uit de vorm en kunnen duiden in de oosterse en de westerse filosofische traditie, in de martiale toepassingen, in verschillende wuchu varianten, in de bewegingsleer en in de energetica.

Lesgevers moeten voldoende sociale vaardigheden bezitten om op een psychologisch verantwoorde manier dit alles aan de man of de vrouw te brengen. Het Heilig Tai Chi Zeverke. Een lesgever moet de eigen weg kunnen gaan zonder blind te zijn voor andere wegen want de taichi vorm is slechts een middel, een hulpje voor onderweg. De vorm is geen doel op zich. Lesgevers moeten eerst en vooral afstand bewaren.

Nu de kerken hun deuren sluiten menen sommige lesgevers dat er nog meer kerken zouden moeten bijkomen: De tekenen des tijds. Zij moeten meditatief, voorzichtig, bedachtzaam en pedagogisch verantwoord handelen, zonder daarbij zichzelf op te dringen. Zij moeten met macht kunnen omspringen en zij moeten zich bewust zijn van de schade die zij kunnen aanrichten. Zij mogen nooit misbruik maken van hun invloed en elk mens in waarde laten, helaas.

Zij moeten niet enkel verantwoordelijk maar ook aansprakelijk zijn. Ja watte… er wordt veel van hen gevraagd.

Helaas, in het algemeen ligt het peil van de tai chi lesgevers laag en iedereen weet zulks. Koppeke schuin, neen, in het algemeen lust ook ik dat melige zichzelf promoverende Tai Chi lesgevers volkje niet. En toch Ben, toch komt elk student uiteindelijk terecht bij de lesgever die hij of zij verdient. Sommige studenten verdienen immers niet beter dan les te krijgen van blauwe maandag lesgevers.

Zo zie je maar, uiteindelijk komt alles goed terecht. Gelukkig Ben, zijn er ook nog competente, eerlijke, ernstige en gewetensvolle lesgevers en die schatten van mensen kunnen niet genoeg gewaardeerd en gerespecteerd worden. Allen, en dus ook jij daarheen! Of   misschien bent u dat juist niet? Stop vanaf heden met hoppen, shoppen of zoeken naar een interessante cursus. De ene cursus is uiteraard al wat leuker dan de andere, maar vanaf september kunt u bij mij   terecht voor een steengoede sessie van twee cursussen die   al uw andere cursussen overbodig zullen maken.

Samen maakt dat dan 90 minuten. Aan u om te beslissen, maar in beide gevallen is de cursus dezelfde: Boek mij nog heden en uw vereniging zal nooit meer zijn wat ze geweest is. Alles wat u altijd al graag wilde weten maar niet durfde te vragen over yin en yang komt aan bod. Het Betere Taoïstische Kwaliteits Blog.

Algemene   Nutsvoorzieningen                Postmail                                                          Poëzie. Wie A zegt hoeft daarom nog niet B te zeggen. Hij kan ook zeggen dat A fout was. Er is een reden. Er zijn genoeg alternatieven zoals de volgende statements: Dan zijn er nog de meeste legumen die ook in aanmerking komen behalve zuurkool en patatten. Alle huisnummers, automerken en ook Tolé.

Tolé Tolé en Olé komen ook in aanmerking. Met zulke namen kan men ten minste shaken en smaschen tot het gaat craschen of men kan er mee naar Pukkelpop gaan. We kunnen met zulke namen   met plezier het eerste kandidatuur opnieuw doen om ons daarna voort te planten of er recente ervaringen mee op doen.

Met zulke namen kan men een stap buiten de deur zetten of wat chillen. Cool is dat, maar men kan er ook vrijwilligerswerk mee doen of over dierenrechten discussiëren. Dit kan er allemaal nog bij. Onlangs ontmoette ik de Peruaanse Soledad. Josée en de auteur vieren hun retro spectievelijke successen in het gerenommeerde Chocolade Café   te Hasselt. Josée hou aub je manieren en trek je burka uit.

Wij zijn hier niet in het circus, maar wel in het gerenommeerde Chocolade Cafe in Hasselt alwaar de ganse intellectuele wereld zijn hoop op ons gesteld heeft. Met Josée is zo maar eens eventjes niets of niets aan te vangen. Dat mens doet op haar eentje de pool kappen smelten.

Bovendien is het al veel te laat, want ze hebben ons  blog " Taoïsme voor Totaal Ongeletterde Mensen " reeds bij de rubriek 'Filosofie' ingedeeld Dit, dit heb ik nog nooit meegemaakt!. Gefeliciteerd, maar dat was toch wel even schrikken! Welke verpletterende verantwoordelijkheid rust nu op onze schouders! Omdat wij bovendien ook nog met stip op nummer drie in de filosofische populariteitspoll staan, omdat wij nog véél beter kunnen maar dat niet willen althans volgens lezer P.

Constant , daarom hadden Josée en de auteur besloten om dit nieuwe verschijnsel eens ferm te gaan vieren door onszelf te trakteren op een filosofisch traktaat in het gerenommeerde sjieke Hasseltse Chocolade Café. Alles kan altijd beter, maar de trieste waarheid is, waarde lezer P. Constant, de trieste waarheid is dat wij wel beter zouden willen kunnen, maar helaas niet beter kunnen… Dat is de waarheid en u zult begrijpen dat wij als filosofen vanaf vorige week naar de waarheid zoeken.

Hoe komen die mensen aan de kost? Om u van die Huizen Truiten toch enigszins een gedacht van te geven: Zei ik zo tegen Josée daar in het Chocolade Café. Josée mag dan nog veel slimmer zijn dan ik, dat is geen probleem. Maar, alhoewel ze daartoe de neiging vertoont, moet Josée op filosofisch gebied toch niet riskeren zomaar iets en om het even wat uit haar darmen te blazen of ik vat ze meteen bij haar onlogische lurven.

Ik heb namelijk in de jaren 60 Sartre, de grote Sartre in Parijs nog in een volkscafé meegemaakt nadat hij die Simone au Revoir, of hoe heette dat vrouwmens toen ook alweer tegen de vlakte sloeg en vervolgens de ogen ten hemel hief en uitriep: Om vervolgens op een waardige wijze een oproep tot wederopstanding tot de verdrukte volkeren der aarde te richten. Jawatte zeg, bonjour zeg, au revoir…. Zelf allemaal meegemaakt en zoiets beklijft een mens voor de rest van zijn leven.

De gesneuvelden stierven toen nog een doodgewone natuurlijke dood en de levenden moesten plakkaten schilderen om de aanstaande nakende bezettingen logistiek te bevoorraden. Iedereen stond toen op de barricaden en daar was allemaal over nagedacht door Sartre.

En dat allemaal terwijl die Au Revoir daar voor het minste stond te janken   want wij kunnen rustig stellen dat dat mens zich letterlijk de geschiedenis binnen gejankt heeft, stopten wij de doden gewoon in de grond en dat was het dan. Om op alles voorbereid te zijn had ik uit voorzorg toch maar mijn persoonlijke verpleegster naar de revolutie meegenomen zodat wij die altijd bij de hand hadden.

Jaja Josée, ik beken dat mannen, helden en revolutionairen soms ook troost nodig hebben. Ja, Josée, dat waren nog eens woelige tijden die absoluut niet te vergelijken zijn met de bourgeois cultuur van vandaag: Zo, aldus… en, nog veel meer sprak ik kalm maar vastberaden tot Josée, daar in het Chocoladecafé in Hasselt.

Om vervolgens in een langdurig en zwijgend overpeinzen te verzinken. Soms gaat het raar in het leven. Wie had ooit gedacht dat Josée en de auteur ooit nog baanbrekend filosofisch werk zouden afleveren? Josée en ik mogen de wereld verblijden… welke vreugde! Zoiets is toch allemaal niet of nauwelijks te geloven! In een ambivalent vaarwel, je behoort niet langer ons beiden. De auteur werpt paarlen voor de zwijnen.

Een moeilijke opgave is dat, want jullie onderste, middelste en bovenste verwarmer hebben wel een naam maar geen vorm. Jullie drievoudige verwarmer is geen orgaan maar eerder een soort functionele verbinding tussen jullie bovenste, middelste en onderste organen.

Het is een soort communicatiesysteem tussen de bovenste, de middelste en de onderste inwendige organen, een communicatienetwerk dat je lichaam benut als het nodig is. Hoe meer ontspannen en vrij jullie bewegen, des te makkelijker en efficiënter zal die communicatie tussen de bovenste en de onderste organen verlopen.

Trouwens, elke communicatie die dwangmatig of geforceerd verloopt werkt belastend voor jullie lichaam. Schep de voorwaarden tot communicatie: Niet alleen Jan Frederik Willems, maar jullie allemaal bewegen niet als vrije mensen. Jullie zijn vlees dat aan vleeshaken hangt zou Meester Chen Man Ching zeggen. Jullie verplaatsen jullie stoffelijk omhulsel als een lege kartonnen doos. Jullie wandelen niet, maar jullie verplaatsen jullie doos in plaats van de souplesse van jullie ganse lichaam in te zetten.

Jullie horen voortijdig bijgezet in de Dome Des Invalides. Welnu, jullie onderste verwarmer omvat de organen die zich onder jullie navel bevinden en jullie opdracht zal er in bestaan om: Bestudeer met positieve belangstelling nauwgezet de zwier van de heupen en de manier waarop ze haar achterwerk en meer bepaald haar zitvlak spontaan de vrije loop laat gaan.

Ga evenwel nooit in de vuurlijn staan, want in sommige gevallen zullen jullie merken dat de tweede wereldoorlog is uitgebroken. Maar, daaraan moet u ook niet al te veel belang hechten. Ja waarlijk beste studenten, van negerinnen kunnen jullie op dat vlak van drievoudige verwarmer nog alles leren.

Wat zegt u, een bijna onmogelijke opdracht? Wel, als jullie niet eens in staat zijn om in één ganse week tijd niet eens één enkele negerin met een drievoudige verwarmer op te sporen, dan heb ik zo ergens iets van een gevoel van dat jullie ergens een stel knoeiers zijn: Trek er verder uw plan mee! Ach, het wordt stilaan een ontmoedigend verschijnsel.

Met alle respect, ik blijf mijn best doen, maar toch is er geen reden om te feesten want deze studenten zullen op die manier nooit enig aanvaardbaar niveau halen. Welke ellende om dit vast te moeten stellen. Met trots meldt de auteur dat  ook hij het licht bijna heeft gezien. Voorbijgangers gooien nu reeds muntstukken op een voor hem liggend doek, voor het embryo van zijn fysiek lichaam dat zich meestal in de halve -lus of schildpad positie bevindt. Ook zijn muladhara-chakra verkeert heden opnieuw in een goede toestand.

Zijn laatste taak, te weten het bijeenbrengen van de vier Taoïstische kostbaarheden: Geld bezit hij nog niet, nog niet. Bij dezen doet de auteur dan een laatste oproep tot al zijn zogenaamde vrienden om zijn uitgeleende gereedschappen onmiddellijk terug te bezorgen zodat hij eindelijk een geschikte werkruimte kan timmeren. Bezorg mij onverwijld mijn gerief terug want ik kan niet eens een bank overvallen! Jullie zijn geen vrienden, jullie zijn profiteurs en het ligt in jullie bedoeling om mij te beletten het licht te zien!

Zo erg is dat gesteld met jullie, jullie zijn verantwoordelijk en aansprakelijk mocht ik eerstdaags hervallen. Loa Tse zou de minzame, gereserveerde buurvrouw of buurman kunnen zijn die af en toe opmerkt wordt als de haag moet bijgeknipt.

Niet spectaculair, niet bizar, niet buitengewoon. Maar zijn aanwezigheid blijft voelbaar, ook als die niet thuis is. Buitengewoon gewoon, die Lao Tse. Buitengewoon zijn is niet moeilijk, met wat moeite lukt dat vrijwel iedereen, maar zo gewoon als Lao Tse, dat is hoogst ongewoon.

Leraar zijn was mijn beroep. Geen kunstenaar, geen denker, geen leraar is de moeite waard. Tenzij Jezus Christus omdat hij een leraar was en er toch geen was, en Lao Tse omdat hij er geen was en er toch een was.

Alles wat men over beiden zegt is ijdelheid, onzin en aanstellerij. Beiden moeten immers niet verklaard, maar wel begrepen worden. Aan beiden valt niets toe te voegen. Ik kreeg twee geschenken waaraan ik geen enkele verdienste heb. Als men over jaar deze beschaving zal opgraven, dan zal de toekomstige delver omver vallen van het verschieten.

Josée en de auteur bezochten de Nederlandse goegemeente Thorn op zoek   naar onnozele of overbodige landschappelijke monumenten. Zelfs Josée was even van haar melk en dat wil al wat zeggen. Lieve lezer, mail heden nog naamloos uw   digitale vakantiekiekjes van de onnozele monumenten die u moeiteloos her en der op dit West Europees continent   zal aantreffen.

Die ontvangt een gratis etentje tijdens het welke de auteur een diepte interview over onnozele monumenten zal afnemen. Dit intervieuw verschijnt in november in dit kwaliteits blog. Mail dit bericht aan al uw vrienden, uw familie en uw kenissen!!! Monument voor de Bokkenrijders: Belachelijk toch zo'n   monument voor een bok: Wetenschappelijk onderzoek betreffende de Thornse bok: Voor de auteur dus verder geen punt Monument voor de bok.

Proef en tegen proef. En ja hoor, generlei falsificatie. Het voorwerp van ons wetenschappelijk onderzoek betreft hier wel degelijk een bok! Josée begint hier alweer haar klassiek feministisch discours: Geachte bezoeker, mail Josée en de auteur alle onnozele monumenten die u tijdens uw welverdiende vakantie her en der of algemeen verspreid op het West Europese  continent zal aantreffen.

De winnaar es ontvangt een schitterend en onvergetelijk geschenk. Bij deze Batavier met geamputeerde knieën zit de ware schoonheid diep van binnen. Wij ontdekten in Thorn ook zinvolle monumenten.

De Belgische Brigade Piron bevrijdde de Nederlandse bodem van Nazi -Duitsland door er na bittere gevechten voor het eerst voet aan wal te zetten.

In een aanpalende kunsthandel ontdekte Josée en de auteur alweer twee onnozele monumenten. Als die uit deze kunsthandel ontsnappen dan kunnen ze met die gasten alweer twee straten garnieren Het houdt hier maar niet op, niet te geloven welke publiekelijke wansmaak wij voor het nageslacht bewaren.





Rare sex neuken in zwijndrecht

  • Stiekem mastruberen dikke naakte negerin
  • Oma ssex gratissex.com
  • 125
  • 462
  • 752





Meisje pijpt opa behaarde poes


Dat is, vooral bij mistig of nevelachtig weer, een gevaarlijke toestand. Knieën zijn immers uiterst weke bestanddelen en wij hebben er in tegenstelling tot ellebogen slechts twee om mee te werken.

Maar bestudeer nu eens aandachtig het gedragspatroon van persoon A, rechts onderaan op de foto: Bestudeer tevens het gedragspatroon van persoon B bovenaan rechts op de foto: Welke ellende alweer en daar zou ik iets van kunnen krijgen! Alweer een mislukte stage Welke ellende toch alweer! Trop is teveel en teveel is trop! De voorzitster op ontstentenis bertapt. Ik zag mij genoopt om de voorzitster der vereniging mevr.

Drs I; Jansen die onherkenbaar wenste te blijven, stante pede en cum laude eerst het bed in te sturen, en daarna de laan uit te sturen.

Jammer toch dat zoiets in onze vereniging moest gebeuren. Wat moet dat moet. De auteur rechts vooraan dankt jullie allemaal voor de mislukte stage.

Heb dank voor al die gênante ogenblikken die ik verplicht was met jullie te delen. Heden is het welletjes geweest, keer vandaag nog naar uw dorpen weder! Jullie eindigen nog ooit eens allemaal in twee verbeteringsgestichten. En alvast ik, zal jullie niet komen bezoeken. Wij   leven omdat wij zweven. Volgend jaar neem ik deel aan de Olympische Spelen in China. Wat die Chinezen niet weten is dat ik zelf mijn insuline spiegels aan en uit kan zetten.

Het peloton zal nogal een oog trekken als ik er weer eens als een speer in een reageerbuis vandoor zal gaan. KLIK hier meermaals om mijn insuline spiegels aan en uit te zetten. Nog een prettige dag verder. Het probleem is dat mijn genen veel te veel beïnvloedbaar zijn door factoren van buitenaf en zonder mijn toestemming maken mijn genen daar misbruik van. Gelukkig kan ik met mijn stamcellen om het even welk weefsel aanmaken, zo niet zat ik nu reeds dik in de knoei.

Problemen met mijn genen!!! Het probleem is dat mijn repoxygen met een ander gen beter overeenkomt dan waarmee het zou moeten overeen komen. Kan ik mijn repoxygen dat nu verwijten? Welneen, neen, dat kan ik niet. Maar samen fietsen… daaraan valt niet te denken want wij kunnen onze fietsbanden niet eens oppompen. Dat komt omdat wij allebei van nature al een natuurlijk hematocriet van 55 hadden. Wij hebben dan maar minuscule sensoren laten inplanten en ons myostatine laten stilleggen. In principe kan dit iedereen overkomen.

Tevens hebben wij een gen of twee in onze stamcellen laten inbrengen opdat ons DNA zich vlugger zou kunnen herstellen en omdat een mens nooit weet waarvoor zoiets nog goed kan zijn. Twee zuurstofflessen gekocht om verzuring van de spieren tegen te gaan. Dan hebben wij een Repoxygen verbonden met een virus besteld om het epo- gen in ons lichaam op en natuurlijke manier aan te maken. Niemand kan ons iets verwijten dat wij niet ernstig met onze fiets bezig zijn, pas twee nieuwe fietsen aangeschaft met twee nieuwe fietsbanden en twee fietspompen erop, niks aan de hand, en dan … fwiett petie fwiett petie, fwiette petie…, fwiette petiete….

Klamme handen, een benauwd gevoel, wazig zicht, ijl   hoofd, trillende handen en hartkloppingen op het moment dat wij onze fietsbanden willen oppompen… En dan dat hyperventileren als het wij ons ventiel open schroeven….

Tot voor kort meenden wij dat die vrees niet bestond, maar eerst ik, en later Josée   begonnen eigenlijk feitelijk symptomen van fietspompvrees te vertonen. Jazeker, iedereen kan er in principe door getroffen worden. Faalangst komt meestal voor bij patiënten die pas hun fwiettesbanden hebben leren oppompen. Eigenlijk kunnen ze het wel, maar ze hebben, fwiette petiete angst om te falen.

Zelf vertoon ik eerder vermijdingsgedrag, zo ga ik per dag 12 km te voet met de fiets aan de hand, nog liever dan mijn fwietsbanden zelf op te pompen. Zulk hardnekkig vermijdingsgedrag komt meestal voor bij personen met een fobie: Dat zijn ze nu allemaal aan het uitzoeken, maar dat kan ik mijn repoxygen niet verwijten, in tegendeel want daar schiet het niets mee op.

Wanneer zullen fietspompontwerpers nu eens fwietspompen ontwerpen zonder dat typische fwiettespompgevoel of dat optische fwiettespompdesign? Zonder dat akoestische fwiette petiete fietspompgeluid? Wij hebben hulp gezocht bij een cognitieve fietspompgedragstherapeut en wij gaan er nu voor.

Er is een zelfhulpgroep: De omgeving begrijpt meestal niet waarom fwietspomppatiënten met hun hematocriet en met hun repoxygen kunnen sukkelen.

Dan is er nog een zelfhulpgroep voor kinderen van Fwiettespomppatiënten: Namens de Fwiettespomp, de vereniging voor fwiettespomppatiënten. Hou de fwiettespomp er maar in! Er zijn veel extremisten onder ons.

Wie enkel kiest voor yang maakt een extreme keuze. Wie enkel kiest voor yin maakt een extreme keuze. Wie kiest voor yang krijgt er automatisch yin bij en wie kiest voor yin krijgt er automatisch yang bij. Indien noch yin, noch yang gecultiveerd worden, dan zijn ze niet controleerbaar, niet inzetbaar en bijgevolg uiten zij zich altijd extreem. Weinigen begrijpen dit, en daarom verzinken extremisten ofwel in hun eigen moerasyin, ofwel sneuvelen zij voor hun eigen vuur peloton. In beide gevallen is het resultaat hetzelfde: In beide gevallen zullen zij gegarandeerd de schuld voor hun   falen in de schoenen van anderen schuiven.

Dat doen extremisten altijd, extremisten zijn dwaze mensen en zij beginnen hun argumentatie met: Balans zoeken; daar gaat het om. Scheefgezakte heiligen met een missie zijn zelden geen extremisten.

Daar hadden wij dan een Bordeaux Cuvé Joseph Brulé van 92 bij genomen. Met Brulkikker moet je oppassen want die moet vijververs zijn, maar bij Octaaf Durinckx van Het Fijnzinnige Genoegen is die altijd vijververs! Midden in de verbruikerszaal staat zijn slimme visbak en met een schepnet kan de client zijn eigen gepersonaliseerde brulkikker vangen.

Die brullies laten zich gewillig op de kop tikken, geen probleem; de cliënt tikt ze gewoon met een slimme tik op de kop. Normaal gesproken, want zo hoefden Josée en ik eigenlijk zelf niet tegen elkaar aan te brullen. Mail uw vragen en u hoort onverwijld van ons. Een heel gedoe en even wachten…. Maar de moeite meer dan waard….

In de kruin van. Als de wind gaat. Als de grote tak. En omlaag valt dan. Soms staan wij beiden 's nachts aan 't raam. Uw land is zo ver van mijn land verwijderd: Van licht tot verste duisternis dat ik. Op vleugels van verlangen rusteloos reizend. U zou begroeten met mijn stervenssnik. Maar als het waar is dat door grote dromen. Het zwaarst verlangen over wordt gebracht. Tot op de verste ster: Dan zal ik komen iedere nacht.

Poëzie met zorg gekozen. Taoïstische poëzie met zorg gekozen. Zij verstaat de kunst van bij me horen. In mijn lichaam heeft ze plaats gemaakt voor twee. In mijn ogen woont ze, in mijn oren. Ze hoort en ziet mijn hele leven met me mee. Soms begint ze in mijn hart te zingen. Waar het nacht wordt heeft ze lichtjes aangedaan. En door haar weet ik dan door te dringen.

Tot de onvermoede schat van ons bestaan. Zo alleen maar wil ik verder leven. En als ik oud moet worden, dan alleen met haar. Zij kent al mijn dromen en mijn wanen. Al mijn haast en al mijn hoon en mijn spijt. Als ik lach kent zij alleen de tranen. Die daar achter liggen in de tijd. Zij is meer dan deze woorden zeggen.

Maar wie weet een wonder uit te leggen. En een wonder draag ik met me mee. Is naar mijn mening het enige juiste chanson uit ons taalgebied. Zo eenvoudig, juist, helder en klaar verwoord! Geen woord teveel, geen te weinig en alles is gezegd. Werd gedoopt op dinsdag,. Werd ziek op donderdag,. Werd nog zieker op vrijdag,.

Werd op zondag begraven. Dit is het einde van Salomon Grundy. Dit rijmpje gaat recht door zee en het komt hard en ongecompliceerd aan. Precies daarom is het ook voor kinderen zo makkelijk te begrijpen maar volwassenen begrijpen het dan weer vanuit een totaal ander levensperspectief. Dit gedichtje wordt gescandeerd want het is een kinderlijk aftelrijmpje.

Toch vernemen wij   een logische opeenvolging van gebeurtenissen die moeten helpen om een opeenvolging van geordende patronen te begrijpen. Dit kinderrijmpje bevat geen enkele moraliserende boodschap maar het bevat daarentegen wel enkele duidelijke rituele elementen. Louter praktisch oefenen zulke rijmpjes ook het geheugen van kinderen en ze ordenen logisch en systematisch de chaos van   zovele nieuwe, nog verse en dus nog niet verwerkte kinderindrukken. Ook stimuleren dergelijke rijmpjes het kinderlijke gevoel voor ritme, klank en associatie.

Ze leren kinderen ook dat er tin de loop van elk mensenleven op regelmatige tijdstippen mogelijkheden of gebeurtenissen uitgesloten worden en zo leert het kind onbewust ook elimineren en differentiëren. Maar er is nog veel meer: Op die manier kan het kind dus ook zijn begrip van tijd en ruimte ordenen zodat het bijvoorbeeld in dit geval ook een idee krijgt van groei — levens - en stervensritmen.

Na ziek te zijn kon Salomon immers ofwel genezen, ofwel zoals in zijn geval nog zieker worden. Toen Salomon nog zieker werd kon hij ofwel genezen, ofwel sterven…dit laatste geschiedde en dit gedicht biedt ook nog eens ruimte te over om het inlevend en medelevend vermogen van het jonge kind te ontwikkelen. Daarnaast wordt het ook nog ingewijd in het principe van oorzaak en gevolg want tengevolge van zijn overlijden moest Salomon begraven worden en trouwens als hij niet geboren was dan zou hij ook niet kunnen sterven en…niet begraven kunnen worden.

Zulke kinderrijmpjes initiëren het kind voorzichtig in het relatieve van ons bestaan en in het relatieve van alle dingen en gebeurtenissen. Ze laten uiteraard ook een straaltje licht schijnen op het mysterie van de eeuwigheid is dit werkelijk het einde van Salomon Grundy?

Alle gebeurtenissen blijken dan wel een zekere willekeur te vertonen, maar ter zelfde tijd lijkt toch niets algeheel willekeurig te zijn. Weet u, één ding is zeker: Deze lange nabeschouwing over dit korte kinderrijmpje om te verduidelijken dat de wetmatigheden van Tao zich achter een soort schijnbare simpelheid kunnen verbergen.

En daar nog het liefst van al. Wat simpel is, dat is daarom nog altijd niet zo simpel. Zo simpel is Tao ook weer niet!

Na dit rijmpje zonder commentaar aan mijn kleinkind Sara Hussain 10 jaar voorgelezen te hebben, werd haar reactie woordelijk genoteerd. Zo verloopt het leven van alle mensen.

Als ge er goed over nadenkt is dat normaal, en daarbij moet ik denken aan de Goede Week en aan het lijden van Jezus. Aan mijn twee overgrootmoeders die dood zijn. Als ge het gedicht snapt is het simpel, maar ge moet het wel snappen.

Ik zal er nog eens moeten over nadenken, want eigenlijk is het allemaal zo. Vaak, te vaak zien wij de rijkdom niet van bijvoorbeeld simpele rijmpjes. Ik heb de witte waterlelie lief,. Het is een genade.

Wat de klaagbek overliet,. Wat de sprinkhaan spaarde. Wat de langpoot liet staan. Het oosten is rijk aan uitdrukkingen en nuances voor het specifieke gedrag van vele verschillende sprinkhanensoorten. Dergelijke nuances kunnen in westerse vertalingen slechts bij benadering weergegeven worden. Een verlangen om altijd en overal thuis te zijn. Waarde bezoeker, Blijf rustig, want Josée en de auteur voorzien u onverwijld tot wekelijks met verkwikkend leesvoer van uitmuntende kwaliteit.

Dank in elk geval voor je drie domme strand kiekjes. Deze kiekjes werden  waarschijnlijk geregistreerd net voor je zelf werd opgenomen op de spoed afdeling? Ja Henri, dat zijn allemaal dingen die gebeuren. Zo werd het toch nog een leuke vakantie voor jullie vieren. Dank voor uw mail. U schijnt momenteel in een   soort legbatterij te verblijven, maar toch is er hoop want uw hart zit nog vol poëzie.

Ook siert het u dat u, ondanks alle leegte aan uw existentie verbonden, er toch nog in slaagt om af en toe uw hart te luchten met een flinke fado van eigen bodem. Helaas   verplicht de welvoeglijkheid om u mede te delen dat uw verzen rammelen als verse kersen. Ik weet het niet. Profiteer er nog even van want naar het schijnt is het pakijs daar snel aan het smelten.

Tevens adviseer ik u om zo min mogelijk   rauw vlees te eten en als u toevallig walvissen vangt om wat afwisseling in uw dagelijks menu aan   te brengen moet u tijdens de walvisvisvangst bedacht zijn voor potentiële ijsberen. Die beesten zitten daar de ganse dag op een rots tegen mekaar aangehurkt zich onnoemlijk te vervelen; niets kan ze daarboven bekoren want hun poten zijn van onderen bevroren.

Wat ze niet belet op regelmatige tijdstippen een ei te leggen. Beste Joachim, weet u: Nancy 13 Het probleem is dat Josée zich van mijn repoxy gen  totaal niets  aan trekt. Zelf  heeft zij genen maar er is geen enkel gen bij waar ze zich ook maar iets van aantrekt. Plus haar  hematocriet ligt te hoog. Hoe kunnen wij in dergelijke omstandigheden dan nog bloedstollende prestaties op de fiets neerzetten?

Salomon Grundy werd geboren op maandag, Werd gedoopt op dinsdag, Huwde op woensdag, Werd ziek op donderdag, Werd nog zieker op vrijdag, Stierf op zaterdag, Werd op zondag begraven.

Blog tegen de regels? Gratis blog op http: Sta geworteld als een boom: Dag Henri,   Net terug van een verkwikkende vakantie? Lieve Groetjes aan jullie allen! Goeiemorgen Walter,   Heerlijk om op jouw blog rond te lopen! Dag Jolanda,   Weer eens dank voor die mooie vrouw. Dank je Jolanda en tot ziens. Betreffende Taibo en de zon, de maan en de sterren. En dan nu nog één wijsheid vanwege mijn BP Bekende Kanariepiet ;   die is tegen abortus want hij heeft vastgesteld dat iedereen die daar tegen is, zelf al geboren is.

Kunstbespreking Eenhoorns in Herkenrode     Antwoord: Dank je beste J. Beste lezeressen, Groot gelijk. Hallo Joop, ben je nog daar?

Ken je nagaan… Kortom; ik wens in mijn diepste gedachten Josée naar de maan…maar officieel ik wens niets. Dank voor de opmerkingen Ben. Hoi Walter,   Te lange stukjes.

Gooh jong,   No way. Boodschap van algemeen nut. In de straat naar de Plaza de la Catedral staat een bord met een tekst van de negentiende-eeuwse schrijverfilosoof Félix Varela. Een intellectueel met bril geeft tekst en uitleg. Op de stoep rookt een oude vrouw in klederdracht een sigaar als een bezemsteel.

Hoestend stelt ze voor een betaalde foto te maken. Mijn toestel vergeten, handig. Nou ja, wat had ik gehad? Een buitenkant, een werkkloffie, zoals de boer zich dagelijks in zijn overall hijst. En mag ik een plaatje van het achterste uwer tong? Die hadden het gemunt op een groepje muzikanten dat naast het terras van El Patio een verworden versie van Buena Vista songs ten beste geeft.

Aan de overzijde van het plein het oude postkantoor met een bus als relikwie aan de gevel. Ze zeggen dat daar de post nog in zit die de kolonel nooit kreeg. Je kunt merken dat er toeristen komen. Eet ik hier de tonijn die me de komende nacht tot waken en braken zal dwingen?

Op de Catedral staat het kruis nog. De gevel ziet er niet verlokkend uit. Bij deze kerk heb je eerder het gevoel het voorportaal van de hel te betreden dan van de hemel. Ook binnen is het donker. Niet een plek om Het Licht te zien, zoals dat zo mooi kan in de kathedraal van Malta waar de zonnegod door het glas en lood zelfs de meest verkilde ziel een besef van esthetiek bijbrengt.

Verder is de Catedral typisch een kerk. Tot nietigheid en nederigheid dwingende hoge bogen en muren. Eén beeltenis, die van Maria de Loreto, trekt de aandacht omdat er allemaal kleine speelgoedhuisjes voor liggen. Een vrouw van ruim in de veertig legt het uit. Je offert een huisje — in de meeste steekt een smekende tekst — in de hoop dat jou een eigen huis vergund zal zijn. Nee, haar bede is nog niet verhoord. Met drie kinderen woont ze bij vader en moeder. Zou je als rechtgeaarde sloeber je dagelijkse ritselen op moeten biechten?

Moest dat, dan stond er onafgebroken een rij zo lang als de Malecón, deze zeven kilometer lange boulevard annex zeewering. Nee, was ik de Heer zelve, of, beter, de paus dan vroeg ik er maar één op zijn knieën: Hij was hier, in , Johannes Paulus II.

Jij komt te biecht. Enfin, komt nog, doe ik het later zelf maar, vanuit mijn verantwoording om wat vals is te ontmaskeren. De Malecón zou vol lopen met jineteras. Nee, dat zijn geen hoeren, maar vrouwen die overleven door het in bruikleen geven van hun lichaam. Zij horen arm in arm over de wandelpromenade te flaneren met grijze senioren, die hun beurs gevuld weten als de buik. Ik zie alleen een paar vissers. Steentje aan de lijn, met de hand ingooien en binnenhalen.

Oude mannen die de zee niet eens op kunnen. Ik slenter terug langs een pompeus standbeeld, dat van Máximo Gómez blijkt te zijn, strijder voor de onafhankelijkheid. Dat legt een diender mij uit die tevens verklapt dat er één kamer in het bouwwerk zit en dat daarin, hij fluistert erbij alsof hij een staatsgeheim verklapt, iemand woont.

Hij viel blijkbaar in genade bij Maria de L. Via wat achterafstraten besluip ik de Calle Obispo. Het oude stadsdeel bestaat uit vergane glorie met de nadruk op vergane. Alles hangt scheef, iedere deur oogt kapot, er staan net als in Centro stukken bouwval die het dynamiet van het opblazen niet waard zijn.

Toch wordt iedere bouwval en daarvan elke lekke kamer bewoont. De Obispo blijkt een soort Kalverstraat in wording. Habana Vieja maakt nog steeds een kalme indruk, vercommercialiseerd is de boel nog niet, maar in deze winkelstraat wordt er in dat opzicht flink de vaart in gezet.

Het overal ontbreken van enige vorm van reclame, van enig uithangbord bevalt erg, maar hier nemen de eerste buitenlandse merken er hun voorschot op een lucratieve toekomst.

Hoe vaak zal de schrijver Ernest Hemingway niet door deze smalle straat geschuifeld zijn, op weg van het hotel waar hij vaak verbleef, Ambos Mundos, naar El Floridita, de bar waar daiquiri hem door de dagen heen moest helpen? Een jongen in geheel rood, merkshirt, merkbroek, passeert. Het meisje aan zijn arm heeft een tatoeage.

Het winkelende publiek ademt het verlangen erbij te horen, te kunnen springen op die trein van voortdenderend materialisme. Die inborst heeft bijna vijftig jaar socialistische scholing er niet uit kunnen rammen. Ook in het smalle restaurant waar ik een stop maak is de zeven jaar oude rum weer op smaak.

Obispo bevestigt, maakt neerslachtig. Die zucht naar hebben, naar altijd meer hebben, die aandacht voor de buitenkant, dat is er van ons geworden. Dan de boord zo, dan anders, en werken tot we van ons bestaan niet meer weten om mee te doen aan dat platte spel dat de mens met zichzelf speelt.

De een rent zich rot voor waardeloos genot, terwijl de ander zich kapot werkt of half zot. Buiten, pal voor het tralieraam, treitert de ene jongen de ander. Hij zal toch wel te horen hebben gekregen dat pesten geen spelletje is? Zal ik naar buiten gaan en hem de littekens tonen. Kruipen, kreng, op je knieën. Heelt dat dan niet?

Maar zeg niet, wat erg, wat naar. Een zegen is het om al op jonge leeftijd te weten dat de mens niet deugt, dat hij een wolf is, die, hoe anders de mond ook zal beweren en hoe anders bij een eerste oogopslag zelfs zijn daden lijken, voor het nekschot niet terugdeinst.

Geen idee of krabbelen en vitten en steken onder de gordel en iemand kapot roddelen uiteindelijk ook leidt tot het maken van de atoombom en hem nog gooien ook.

Ooit hoorde ik een collega zeggen dat de mensheid een chemische vergissing is. Niet dat het mij en u zal verbazen. We zijn niet gek, ja. De totale mislukking van het communisme in de Sovjet-Unie ken ik. Niet voor weg gelopen. Die droom is uit. De wagen kan in theorie , maar boven de 80 weigert de stuurinrichting. Wie wil die feiten kennen? Wie het ideaal opgeven? Te velen sluiten willens en wetens de ogen.

Schaf dat tweede huisje dan aan in Siberië, vooral rond de strafkampen zijn ze lekker goedkoop. De geur van de dood die nooit meer is geweken? Gewoon willens en wetens de neus voor sluiten. Hier in Cuba hebben Fidel Castro en zijn paladijnen nu bijna 50 jaar de kans gehad.

Het kan beter over zijn en niet alleen met deze Smoes. Op naar de lege handen. De man naast me denkt: Je mag niet zeggen wat je wilt, ze hebben je leren lezen, maar het vrije woord is op de bon. De besten vluchten en jij moet maar zien dat je op de grootste markt van Cuba, de zwarte, je kostje bij elkaar scharrelt.

Drinken, ja drinken, o. Dat is mijn lol, mag dat? Hij vraagt waar mijn woede vandaan komt. Heb je een dag, een jaar? Laat ik het houden bij die kapotte knieën en die zes miljoen joden. Goochem vroeg niks, hij zit te swingen op zijn stoel. En verdomd, terwijl de ene hand van zich af schrijft, trommelt de ander onwillekeurig. De band die voor in de pijpenla speelt, doet dat goed.

Ieder zijn eigen ritme en toch een geheel vormend dat meer is dan de som der delen. Ik kom op dreef. De slepende salsa-uitvoering van Hotel California bezorgt een geluksmoment, jawel. De bedelaar buiten ruikt dat en steekt uitgerekend nu zijn hand door de tralies. Hij laat zich daarna door een man in uniform niet verjagen en blijft zitten, liggen tegen de ijzeren stangen. Hij is buiten en toch gevangen.

Verderop in de straat is de gerestaureerde, fraaie, oude apotheek alweer uitgebrand. Past beter in het stadsbeeld. Drogueria, drugs, verdoven, de pijn stillen, gif mengen. Het zal de Habaneros een zorg zijn geweest. In hun apotheken is zelfs het hoognodige soms niet voorhanden. Dat ligt in de internationale versies, waar alleen de melkkoe, de Westerse toerist, terecht kan. En als Cubaan als je een goede handelaar bent, een sterke overlever. Op de Plaza de Armas is het Palacio de los Capitanes Generales al om kwart over vijf gesloten, terwijl het tot zes uur open is.

Wat kan mij dat paleis schelen. Stel het open voor de sloebers, vanuit socialistisch oogpunt, zou ik zeggen. Maar zo werkt dat niet. Kijk, je hebt die Maria de Lorento, maar boven haar staat nog de vorst, de generaal, de klootzak.

Die bidt niet om een huisje, die laat zich door sloeberman een paleis bouwen en weet zich aanbeden. Hier de Biblioteca Pedagógico. Ik sla maar even een zijstraat in en word aangeklampt door een schoenpoetser. Terwijl ik Jezussandalen draag, u weet wel, van dat ergonomisch verantwoorde schoeisel waarmee je als je er erg in gelooft over water kunt lopen. Het hotel ziet er ruim en relaxt en stijlvol uit. Toch verkaste Hemingway van hotel Ambos Mundos op den duur naar een stek elders.

Te druk vond vrouwlief het in Havana. Je kunt macho zijn, dat wil niet zeggen dat je zelf uitmaakt waar je bed staat. Nu is het er kalm, althans naar de maatstaven van Maar er zit wel een Amerikaans gezelschap aan mijn tafel. Dat snerpen, dat brullen, die kauwgom, dat altijd maar denken dat je verbaal de ruimte in beslag mag nemen, mag binnenvallen, mag bombarderen met jouw namaak, met jouw divanvocabulaire, het stoort en stoorde altijd.

Ik moet denken aan Skeeter. Twee weken reden we samen in de bus door de Himalaya. Hij wil ons, de bus, voor zijn. En ook doemt die mooie treinreis van Jakarta naar Bandung op. Rijstvelden, kampongs, zo was het altijd en zo is het goed. Maar bij aankomst op Bandung stuitte ik op KFC. Al tweeduizend jaar en langer kunnen ze in Indonesië eten bereiden op een manier die de gebakken kip uit Kentucky tot vreetvoer maakt, maar de wereld zal veroverd.

De taxi terug pak ik in de buurt van het bewoonde standbeeld. Zou zijn bewoner uitgeluncht zijn? Inderdaad opvallend dat er standbeelden staan van tal van helden uit de geschiedenis van Cuba, dichters, schrijvers, filosofen, veldheren, revolutionairen, maar geen enkel van Fidel Castro. Staat goed beschreven in de Ritselaars van Havana — fraai boek van Edwin Koopman, waaraan ik schatplichtig ben.

Castro gelooft niet in persoonsverheerlijking. Die was alom, Kim was God op aarde. Wél is de tronie van Fidel, pratend, uitleggend, beïnvloedend, vaak op de buis. Kijk, een beeld kun je vroeger of later neerhalen, maar wie gooit er een steen door het beeld van zijn televisie? Terug in mijn Casa komt van schrijven niets meer.

Het borrelen heeft zijn aanvang genomen. Het moet eruit, de rottigheid, die zin levert het tenminste nog op. Alleen een broek had hij aan. Klein, tanig, bruin lijf, een gegroefd gezicht, grijs haar en boze ogen. Hij stond achter de tralies, pal naast de deur die toegang geeft tot mijn huis.

Ik had hem niet gezien en schrok. Wat stond hij daar, na middernacht in de verder verlaten straat te turen? Hard, verbeten staarde hij voor zich uit. Zag hij mij, mijn schrik? Deed hem dat deugd, dat de zaterdag hem toch nog iets had gebracht?

Mijn groet beantwoordde hij niet. Hij staat er nog steeds en groet opnieuw niet terug. De ochtend is toch met iets als rust begonnen. Gaat die enkele voorbijganger naar de kerk? Dat mag namelijk weer. Sinds de paus er was durven katholieken hun houvast als vanouds te belijden. Maria bracht zelfs een palmpasenblad mee, vouwde dat als kruis en bevestigde het aan de deur. Ik vertrouw toch maar meer op het dubbele slot. Zou Fidel ook op een ezel Havana binnengetrokken zijn?

Kuilen door de hele buurt. Her en der putdeksels die er niet zijn. Je kunt diep vallen in deze stad. Huizen die elkaar stutten. Zelden een venster mét ruit. Kapotte sponningen, afgebladderde deuren en kozijnen, her en der nog een plek die verraadt dat de verfkwast er ooit overheen ging. Kaal, de boel is kaal. De muren zijn ooit gesaust, niemand weet meer in welke kleur.

De kleur van de revolutie is bijna overal verweerd grijs. Hun weinige geld kunnen de Habaneros wel beter gebruiken dan voor decorum. Je werkt voor de staat en met de luttele pesos die je krijgt kun je maar één ding doen: Alles ademt kunst en vliegwerk. De boel wordt aan elkaar gebonden.

Overal draden, bovengronds uiteraard, met knopen, aftakkingen, bij bossen tegelijk. Toch hoor je in veel kale kamers televisies loeihard aanstaan en telefoons rinkelen.

De straten worden opgefleurd door de befaamde oldtimers met hun hemelse kleuren. Zij verbeelden de stad perfect. Oud, rammelend, verroest, rijp voor het museum, maar fleurig en rijden.

Soms zie je aan de auto dat hij een hoger varken toebehoort. Eén klein verzetje en je daarop dag en nacht naar een kale boterham trappen. Misschien voelt de stoemper zich wel helemaal geen eenzame fietser, maar prijst hij zijn lot boven dat van de man die met een kruiwagen  — vol lekker fruit, dat wel — al ventend door de straten trekt.

En dan heb je in het straatbeeld ook nog de vermagerde trekpaarden en honden, maar die weten van hun lijden niet af, dat telt niet. Toch, huizen zijn maar omhulsels, holen. Verf is maar schmink. Het is niet gezegd dat je in een razende achtbaan zoveel beter af bent dan in de goede, oude draai molen.

Er is water, er is elektriciteit, op een enkele stroomuitval na, een dak, doodvriezen doet niemand, en als je eenmaal slaapt zal het je een zorg zijn dat je dat met zijn vieren in één kleine kamer doet. Helemaal zeker ben ik daar niet van. Die zit er vaak niet in maar voor.

Op de stoep, op een schommelstoel, of hij hangt tegen de muur. Hoe dan ook, hij is in gesprek. Midden op werkdagen hangen mannen werkeloos rond op straat. Maar gelachen wordt er ook veel. Midden op de middag is er rum, soms een sigaar, altijd muziek. Hij waarschuwt niet, de taxichauffeur.

Zegt niet dat ik het stadsdeel Marianao op eigen risico ga betreden, zoals me dat gebeurde aan de rand van de Bronx. Je moet toch ergens ooit één keer heldhaftig zijn. Hopen vuil op de hoeken van de straten zie ik niet. Dan is een uurtje struinen door de voorsteden, zeg maar voorsloppen, van Calcutta andere koek.

Wat je hebt, houd je schoon. Geen flats, geen blokkendozen die als in de Bronx door projectontwikkelaars eigenhandig in de hens zijn gestoken, omdat dit recht geeft op lucratieve nieuwbouw. Daar kun je deze zwarten niet van beschuldigen. Die willen wel de brand steken in het systeem maar niet in hun onderkomen, hoe schamel ook. De lach van de kinderen in het speeltuintje, bestaand uit één glijbaan en één schommel, is even onbezorgd als overal. Wist je maar nooit wat er nog kwam.

Voor de foto vragen de kids geen geld, wat ook de vrouw op de hoek niet doet die vindt dat ik haar man moet vastleggen, zijnde ziek en veel te groot voor zijn kleine bed. De armoede valt me eigenlijk een beetje tegen, ik had er meer van verwacht. Maar in één ding word ik niet teleurgesteld, ook hier hangen weer teveel mannen in de kracht van hun leven uitzichtloos rond. De jongste zie je nog met een stuk stok en een nepbal in de weer om ooit te kunnen ontsnappen via de nationale sport, honkbal.

De negers van middelbare leeftijd en ouder ondergaan de dag gelaten. Ook in het cafetaria zijn de negerinnen dik. Geen enkele moeke of dochter maakt aanstalten mij het hof te maken in ruil voor een onderbroek, zoals ergens beschreven. Ik geef ze gelijk en zou ook niet zonder verder willen. Aan het tafeltje knuffelt een man zijn zoon. Hoe zal hij hem voorbereiden op zijn toekomst? Hoe hem uitleggen dat hij eerst lang bij vader en moeder zal moeten blijven wonen, dat een goed betaalde baan er niet in zit en dat hij met enige pech zijn eigen stulpje nooit zal betrekken.

Huist er wanhoop in deze zwarte man naast mij? Wil hij nog wat van het leven? Heeft hij dat ooit gewild? Waar heeft hij de moed verloren? Waar is het uitzitten van de tijd begonnen?

Is zijn woede groot? Hoe ventileert hij die? De boel moet ontleed. Dat zint mij niet natuurlijk. Heb je geen doel, wil je dan niks van het leven? Je kunt toch niet zomaar de dagen laten passeren. Is dat mijn ziekte en de uwe? Kan zijn, maar dan omarm ik mijn ziektebeeld. Al is het maar om de gekte die zich na luttele dagen ledigheid al aandient te verjagen, te bezweren.

Ik vraag het hem op de man af: Dat ik in jouw plaats geboren was. Mijn zoon bieden wat jij jouw zoon biedt. Een moeder heeft schik met haar kroost. Zij geurt goed, haar huid glanst en haar kleren mogen niet des couturiers zijn, haar schoonheid komt er niet minder door uit.

Nu lacht ze mij toe en ik roep vanuit mijn versomberde ziel iets op dat op een glimlach moet lijken. Wat kan mij de kleur schelen. Op zijn minst heeft iedereen recht op evenveel kansen om te verprutsen.

Zal soms zo zijn, maar ik herinner me Bruce, die mij in de Bronx op straat aansprak. Hij zag mijn argwaan, mijn voorzichtigheid en zei: Ik wil u helpen. Ik ben blij dat ik u mijn buurt kan laten zien. Legde uit hoe zeer het deed om zijn vader spuitend en slikkend weg te zien teren en studeerde af. Vond een baan, werkte hard, spaarde, wilde een huis buiten de Bronx? Blanken kregen voorrang, zelfs bij een lager bod. Maar hier in Cuba is iedereen elkanders broeder, ja toch?

Deze vrouw is toch gelijk aan één van de vrouwen bij wie Castro jong kreeg? Ik kijk om me heen en voel mij, niet voor het laatst, moe en tobberig. Met al dat ik heb en wil, bots ik met de levenslust die ondanks alles in deze ruimte hangt.

De chauffeur van de taxi die mij van Marianao naar het kerkhof, Necrópolis Colón, voert, beschrijf ik niet. De geheime dienst van Cuba is groot en machtig, een van de best georganiseerde ter wereld. Hij is afgestudeerd, maar een baan in zijn vak zat er niet in. Nu bestuurt hij zes, soms zeven dagen per week zeventien uur per dag zijn kleine brik.

Dat is er eentje van de staat, aan wie hij dan ook het bijeen gereden geld moet afstaan. Zelf krijgt hij omgerekend ongeveer tien euro per maand. Jij bent mijn vriend, toch? Je weet nooit tegen wie je hier kunt praten. Op elke twintig volwassenen is er één geheimagent.

Jullie zien vriendelijke, lachende Cubanen, jullie ontbreekt het aan niets. Maar voor ons is het leven hard. Geen geld, geen vrijheid, geen enkele manier is er om iets van mijn leven te maken. Je mag het land niet uit. Vraag je permissie, dan wordt alles gecheckt.

Of je een goed partijlid bent en nooit weet je wie jou waarin verlinkt heeft om er zelf beter van te worden. De controle is volkomen. Wij moeten van dit systeem af. Wat zegt dat over jullie? Alleen dat dit mijn twaalfde werkdag op rij is. En zal er hier plaats zijn op dit monumentale kerkhof, Necrópolis Colón, waar ik inmiddels slenter?

Zeker niet aan de hoofdweg, de graven ten weerszijden ervan zijn gereserveerd voor de grote meneren. Mannen met poen, anders lig je hier niet. Er is wel een plek ingeruimd voor enkele helden van de revolutie, maar het zijn toch vooral presidenten, suikerbaronnen en vechtersbazen die soms met complete huizen, met halve tempels aan de Ave.

Cristobal Colón te kijk liggen. Waren dat betere mensen? Het zijn de praatjesmakers, de mannen van het woord, van het bedotten, die boven komen drijven. Dat zal dus wel niet. Ach, draait de boel niet altijd even beroerd verder. Hoezo niet, zij van tweehoog, die haar kinderen goed in het leven zette en daarna haar eega tot in zijn seniele dood verzorgde, ligt hier niet. Zelfs tot na de laatste ronde blijft dat mesjoche verschil in stand.

Nou ja, één troost: Toeristen toeren per aircobus over de 55 hectare grote dodenakker. Weg rust, weg doodse stilte. Want stil is het hier, op deze indrukwekkende begraafplaats. Meeluisteren met de Engelstalige gids? Dan er liever zelf een ingehuurd. Maar die is er niet, alleen een dame die genoeg zegt, nuttig, maar die het toch weer niet kan laten zich voor mijn geld aan haar tafel te noden.

Er blijken nog 21 andere kerkhoven te zijn in Havana. Die moet je kopen, dat is te kapitalistisch, hij zal wel publiekelijk komen te liggen, op het Plein van de Revolutie.

Als je taxichauffeur bent en nooit een knoop bijeen krijgt, wat dan? Of als je zwart bent en je tijd zit erop in Marianao? Ik slof erheen, op een begraafplaats minder je automatisch vaart. De vogeltjes kwinkeleren vrolijk, de dodenmars is niet door hen gecomponeerd. Ik begin, als altijd op een kerkhof, in de greep van het eindige te komen. Ruim twee miljoen doden liggen hier.

Voorbij is hun geploeter. Ze waren er en niet op eigen verzoek. Op de eeuwigheid gemeten is ieders bestaan onmeetbaar klein. Ook dit hele kerkhof is er maar even, heel eventjes. Al die graven, die stenen, dat bewaren, uitstel is het van de definitieve teloorgang. Wat haalt het allemaal uit? Wat betekent dat hele mensdom afgezet tegen die oneindige tijd?

Er was ooit een verschijnsel dat mens heette, dat achtte zich uniek, maar alle sporen zijn uitgewist. Rond enkele graven liggen nog kransen. Ik loop kalm doch beslist verder. Chef en broer Raúl mogen dan met hun arbeidersparadijs willen zorgen voor de hemel op de aarde, de meeste Cubanen blijven voor de zekerheid toch maar geloven in een hiernamaals.

Eentje waar al die lui die hier vooraan liggen achter in de rij aan moeten sluiten, het verst weg van de enige echte chef. Sommige graven zijn op hun beurt ook weer aangevreten door de tijd.

Deuren van grafhuisjes die kapot zijn. Ik ga er eentje binnen. Het stinkt er naar pis. Vreemde plek voor wildplassen. Aan menig graf valt weinig meer te schennen. Hoeveel dromen hebben ze meegenomen? Hoe luidde hun eindoordeel? Spraken ze laatste fameuze woorden? Nooit overtreffen zij daarin natuurlijk pater Blub, die een leven vol overgave aan de Heer met fraaie twijfel rechtvaardigde: Tegen liefde bestaat geen verweer. Veel stenen zijn naamloos, het mocht blijkbaar geen naam hebben.

Of dragen een nummer. Neergelegd door de dochter die mij zo-even met rode ogen passeerde? Het mooiste kruis is het zelfgemaakte, ijzeren staketsel. Geen geld, huisvlijt, gesmeed met tranen. De bewaker die al fietsend zijn entreegeld kwam ophalen zei: Ik sta voor twee, soms drie verdiepingen hoge, slordig neergekwakte, sobere bouwsels met holle gaten. Met een lichte huivering loop ik dichterbij. Van beneden tot boven zijn de spelonken gevuld met duizenden, misschien wel tienduizenden kleine betonnen dozen.

Namen met de kwast er slordig opgekalkt. Opgeruimd, weggestopt, weg ermee, rol uitgespeeld. Die rol van de minste onder de minsten. Die kistjes doen zeer, zij zeggen hoe we het doen.

De een vereren we, van de ander zouden we liefst elk spoor wissen. Mij boeit de naamloze. Neem Che Guevara, wiens konterfeitsel als een billboard Cuba siert. Het graf van deze cultrevolutionair in Santa Clara is nu een bedevaartsoord.

Maar waar zijn de resten van de jongen die hij meenam in zijn heldendood? Voer voor de gieren was die. Je ziet een naam op een steen, je kent wat feiten. Maar de vuile was die binnen bleef, kennen we die? Een balletje opgooien waar je zak omheen zit is nooit grappig. De krant halen, omdat hij niet gebracht wordt, is nooit grappig. Een schouderklopje die roos doet opwaaien is nooit grappig. Een geboortegolf met stuurbekrachtiging is nooit grappig. Een dokter die zieke grappen beter maakt, is nooit grappig.

Tegen iemand met hernia zeggen dat hij geen ruggengraat heeft is nooit grappig. Een onbetaalbare nacht een goedkoop avontuurtje noemen is nooit grappig Moederkoekhappen op andermans verjaardag is nooit grappig. Mensen die kippenvel krijgen van haantjesgedrag zijn nooit grappig. Haat zaaien waar de oogst van mislukt is nooit grappig. Kinderporno in een tekst verwerken om meer bezoekers op je site te krijgen is nooit grappig. Verzuipen in de Stille Oceaan, omdat je een zee van rust verwachtte, is nooit grappig.

Een Gouden Regen bestellen en dan één en al gezeik over je heen krijgen, is nooit grappig. Ruzie krijgen met je partner, omdat je dacht dat je een slipperdag moest nemen, is nooit grappig. Een boomerang die even een pakje sigaretten gaat halen en niet meer terugkomt is nooit grappig.

Bij de Ikea informeren naar een zandbank van het type Smotse is nooit grappig. Met je fiets rijden waar je maar 80 mag, is nooit grappig. Een man die op straat per ongeluk yes roept als er een vrouw met grote borsten langsloopt is nooit grappig. Een chagrijnige klootzak gezellig vinden omdat ie dik is is nooit grappig.

Luieruitslag die eindigt in een gelijkspel is nooit grappig. Een genetisch gemanipuleerde banaasappel is nooit grappig. Fellatio pijpen in de volksmond noemen is nooit grappig. Een student die wiet verbouwt een teelbal noemen is nooit grappig. Vlak voor je dood je hele leven als een film voorbij zien komen en er achter komen dat het boek beter is, is nooit grappig Ron Bulters. Vervoer hebben zodat je tòch nog naar de verjaardag van je schoonmoeder kan, is nooit grappig Susan Logher. Nooit grappige items schrijven in de kroeg terwijl je vrienden vrouwen versieren is nooit grappig Jerremy Dalman.

Spaarloon naar werken krijgen, is nooit grappig Lars Mosch. De slaap niet kunnen vatten omdat je buren sinds kort een dakkapel hebben, is nooit grappig René Veltman. Een nichtje dat alleen solliciteert voor nevenfuncties, is nooit grappig Lars Mosch. De Metro in de spits lezen en de Spits in de metro is nooit grappig Luuk Heuker. Ministers met Berouwfraude zijn nooit grappig Sjard v. Van een straatkrantverkoper in 1 keer al zijn krantjes kopen zodat hij lekker bijtijds naar huis kan is nooit grappig Desiree Voulon.

Een lijkwagen met een lekker rouwband is nooit grappig Dimitri Drijver. Iemand die denkt dat de overeenkomst tussen de Bijlmer-bajes en de hersenmassa van een Belg een cellentekort is, is nooit grappig René Veltman. Een flater die terug slaat is nooit grappig Stefan Elsendoorn.

Bij een pedicure een broodje nagelkaas bestellen, is nooit grappig Nienke van Keimpema. Dart Vader op de Embassy aantreffen is nooit grappig jerremy Dalman. Een werper die de schijn ophoudt, is nooit grappig Marco en Dennis. Zonder cape naar de supermarkt is nooit grappig Amanda Tuma. Een zure Melkertbaan hebben is nooit grappig Marijke Leising. Een homofiele uil die de hele dag "Joehoe" in het bos roept is nooit grappig Ron Bulters. Dwars door je loopbaan heenfietsen, is nooit grappig Lars Mosch.

Een Dikke die aan de Dunne is, is nooit grappig Arno Theijs. Alimentatie betalen voor een ex-vrouw die niet alleen samenwoont maar ook wordt "uitgewoond" is nooit grappig Michel Niks.

De omroepster van de Hema die zegt "Nu 3 beha's voor een tientje, daarvoor laat je ze niet hangen " is nooit grappig Gerben van der Snel. Tegen de lamp lopen in de kruipkelder is nooit grappig Dennis van Zijverden. Een gepeperde rekening krijgen voor de montage van je kruidenrek in de keuken is nooit grappig Harry van Bourgondiën. Met steil haar de zee ingaan en er met watergolven weer uitkomen, is nooit grappig Marco en Dennis.

Stiekem 's middags ontbijtkoek eten is nooit grappig Rob Colle. Te laat op de klok kijken is nooit grappig Luuk Heuker. Je neven die nichten zijn zijn nooit grappig Martin Sla. Ontslag nemen tijdens je sollicitatiegesprek is nooit grappig Luuk Heuker. Een bordeel vol met zuurpruimen is nooit grappig Desirée Köhler. Een avondje doorzakken op een kapotte barkruk is nooit grappig Amanda Tuma. Een chinees die in de snoepwinkel een Snickels koopt is nooit glappig Rob Colle. Een masochist die de hand aan zichzelf slaat is nooit grappig.

Op de theaterschool leren hoe je een sigaret moet uitdrukken is nooit grappig. Je schaamhaar kammen met een hanekam is nooit grappig.

Een moordenaar die met hangen en wurgen iemand ombrengt is nooit grappig. Een lilliputter die het hoogste woord heeft is nooit grappig. De moeder van Pieter van Vollenhoven een vleugelmoer noemen is nooit grappig.

Als artiest tijdens een benefietconcert voor de leprastichting het podium oprennen met de kreet "Waar zijn die handjes!!?? De kaft van de Koran scheiden is nooit grappig Arno Theijs. Een terrorist een opblaaspop geven, is nooit grappig Hans van Vugt.

Meer ongewenste email, dan gewenste femail is nooit grappig Sjard v. Een onderzoeker die homofiel gedrag anaalyseert is nooit grappig Cor van Dam. Een Chinese invalide in een lolstoel is nooit grappig Peter Groenendijk. Een nudist die pas over een uurtje uit de kleren gaat, is nooit grappig René Veltman. Een magere dinosaurus een ano-t-rexia noemen is nooit grappig Cor van Dam. In Ethiopië een hongerstaking uitroepen, is nooit grappig Hans van Vugt. Een chemisch bedrijf na een reorganisatie een boete geven voor werk lozen is nooit grappig Cor van Dam.

Iemand met dislec, dislex, dislekt Sex op TV en eraf vallen is nooit grappig Bianca van den Broek. Vallende sterren op de 'walk of fame' zijn nooit grappig Cor van Dam. Succes boeken, terwijl je niet kunt lezen is nooit grappig Arno Theijs.

Tegen een deurwaarder 'pak een stoel' zeggen, is nooit grappig Hans van Vugt. Jezelf blind staren op een helderziende is nooit grappig Cor van Dam. Ik ontving ook een lijstje Nooit Grappigs van Peter de Groot, toevallig hoofdredacteur van het onvolprezen literaire tijdschrift Krakatau:. Met andermans eer de tweede viool strijken is nooit grappig. Klokkenluiders die niet weten waar de klepel hangt zijn nooit grappig. Veilig vrijen omdat je bang bent voor je geslacht is nooit grappig.

De draad kwijt raken terwijl het eind zoek is, is nooit grappig. Doorzichtig zijn en er met zelfreflectie niet achterkomen, is nooit grappig. In verwachting zijn van je vijfde, terwijl de eerste niet eens de was kan doen, is nooit grappig.

Eindelijk peper in je reet hebben terwijl je darmen rommelen, is nooit grappig. En natuurlijk ook een lijstje van Hans Roodhorst, die de Nooit Grappige erepenning mag opgespen:. Een striptease-danseres die uit haar kleren groeit is nooit grappig. Bij Mick Jagger aan z'n lippen hangen is nooit grappig. In de oorlog een ondergronds verzetje zoeken is nooit grappig. Een maandverband een gleufhoed noemen is nooit grappig.

Een zwemmer die een badslippertje maakt is nooit grappig. Een Jehova als getuige op je bruiloft is nooit grappig Edwin Oostra. Een hond als baas hebben is nooit grappig Jerremy Dalman. Een mol platrijden met de auto en 'm nog hoop geven, is nooit grappig Sjard v. Saddam vragen Houssein nucleaire wapenprogramma ervoor staat is, is nooit grappig Edwin Oostra. De stijve lach hebben is nooit grappig Bob 'Beukum' Leentvaar. Een kale 'gelukkig nieuwhaar' wensen op 1 januari, is nooit grappig Sjard v.

Een komma zetten achter haar in de zin: In het ziekenhuis vragen of je geslaagd bent voor je bloedproef is nooit grappig Desirée Kohler. Aan een eskimo vragen of je het ijs tussen jullie mag breken is nooit grappig Jerremy Dalman. Aan een homo vragen of hij het kontje van het brood wil is nooit grappig Desirée Kohler.

Met een stifttand op muren kalken is nooit grappig Jean-Luc Huguenin. Als voetballer door je vriendin buitenspel worden gezet is nooit grappig Jerremy Dalman.

Ik zeg het nog één keer: Schreeuwende schapen met weinig wol zijn nooit grappig. Een anorexia-patient die zijn gewicht in de schaal legt is nooit grappig. Michael Jackson verdenken van gezichtsbedrog is nooit grappig. Een scherpschutter die uit zijn slof schiet is nooit grappig. De Mount Everest beklimmen met een Mikro-gids is nooit grappig. Een gitarist die het op een akkoordje gooit is nooit grappig. Een haring die van zijn graatje gaat is nooit grappig. Je dobbelstenen tegen het plafond gooien omdat je denkt dat de hoogste mag beginnen, is nooit grappig Yvon Breuer.

Een roos naar Raymond van Barneveld noemen is nooit grappig Jerremy Dalman. Erachter komen dat in de zin "reken maar uit" dezelfde letters zitten als in "ruik aan m'n reet", is nooit grappig Marco en Dennis van De Regt Financiële Planning. De haringen van een vistent pikken is nooit grappig Tim Crince.

Denken dat je uniek bent, zoals iedereen, is nooit grappig Yvon Breuer. In een vliegtuig naast een negerin gaan zitten omdat men bij een ongeluk als eerste naar de zwarte doos zoekt, is nooit grappig Marco en Dennis van De Regt Financiële Planning. De herkomst van bronwater niet weten, is nooit grappig Lars Mosch.

Joop Braakhekke die kookt van woede, is nooit grappig René Veltman. Melker-banen bij de boer, zijn nooit grappig Lars Mosch.

Een vrouw twee keer laten gillen door haar eerst van achteren te nemen en 'hem' daarna aan de gordijnen af te vegen, is nooit grappig Yvon Breuer. Een n-toets die blijft vastzittennnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnn Lars Mosch. Een verkoopster van parfumerie Douglas die haar stinkende best doet jouw aankoop mooi te verpakken, is nooit grappig René Veltman.

Een homo die nog maagd is anaalfabeet noemen, is nooit grappig Yvon Breuer. Tegen iemand zeggen dat je nooit een gezicht vergeet, maar voor hem graag een uitzondering maakt, is nooit grappig Marco en Dennis. Met je brillenkoker teruggaan omdat je bril niet gaar wordt, is nooit grappig Jef Nikkelen. In een vrieskast gaan zitten om kauwgom uit je haar te krijgen is nooit grappig Tim Vrince. Een gospelkoor dat voor het zingen de kerk uitgaat, is nooit grappig Marco en Dennis.

De manen van een paard die door de bomen schijnen, zijn nooit grappig Lars Mosch. Een spin die wordt afgewezen als webdesigner is nooit grappig Ron van der Lugt. Een transsexuele lolbroek die nu een grapjurk is, is nooit grappig Oscar Kars. Een bolhoed die in een deuk ligt is nooit grappig Cor van Dam. Denken dat de voornaam van E. Jodela is, is nooit grappig Yvon Breuer. Een collega die bij de pakken neer gaat zitten terwijl jij zegt "Laad maar! Ontdekken dat oude vrouwen een navel tussen hun borsten hebben, is nooit grappig Yvon Breuer.

De hele dag 'sensationeel' roepen met een polygoonnieuws-stemmetje is nooit grappig Jerremy Dalman. Een vriendje met fotografisch geheugen een kameraatje noemen is nooit grappig Jean-Luc Huguenin.

Een computermuis die zich niet kan voortplanten omdat 'ie maar één bal heeft, is nooit grappig Yvon Breuer. Een verwarmingsapparaat dat op alcohol loopt kachel noemen is nooit grappig Jean-Luc Huguenin.

Per ongeluk de express-trein nemen is nooit grappig Oscar Kars. In de herfst 's morgens je eikel naast je bed vinden, is nooit grappig Yvon Breuer. Een ober die een steakje laat vallen is nooit grappig Elvin P. Als boomchirurg van slag raken door een beuk is nooit grappig Jean-Luc Huguenin. Geen stoel nodig hebben omdat je een zitzak hebt, is nooit grappig Yvon Breuer. En natuurlijk weer het rijtje van Hans 'rijtjes zijn grappig' Roodhorst:. Een zeehonden-creche starten op Robbeneiland is nooit grappig.

Een cabaratier die het gelag moet betalen is nooit grappig. Hevige buien die graag overdrijven zijn nooit grappig. Tot bloedens toe met stomheid geslagen worden is nooit grappig. Een geldschieter die de gaten in je portemonnee knalt is nooit grappig. Een Friese staander die niet gelegen komt is nooit grappig. Tijdens het klaverjassen voor grootste gemene deler worden uitgemaakt is nooit grappig. Een vrouw met tieten op haar rug die zich Pamela Andersom noemt is nooit grappig.

Een vuurvlieg die brandt van verlangen is nooit grappig. Een ouwe rukker die zich terug trekt is nooit grappig. Je centrale verwarming meesturen bij je sollicitatiebrief is nooit grappig Elvin P. Een tandarts die een boksbeugel in je mond plaatst is nooit grappig Ger van Wegberg. Een uitglijder maken bij de Bananenbar is nooit grappig M. Genetisch van een mug een olifant maken is nooit grappig Elvin P. Op een nudistenkamp de vuile was buiten hangen is nooit grappig Tom Veldhuis.

Als grondstewardess promotie maken naar de eerste verdieping is nooit grappig A. De spits van het team van de tegenstander afbijten is nooit grappig Elvin P. Met je rolstoel voorrang krijgen in de Efteling, terwijl er überhaupt geen rij staat is nooit grappig Milan Geschiere. Satan, de koning der duisternis, lucifer noemen is nooit grappig Elvin P. Een Bob zonder vrienden is nooit grappig Tonie Denekamp.

Een ouwe sok die aan en muts vraagt wie de broek aan heeft is nooit grappig Jean Luc Huguenin. Een paardenlul uitschelden voor scheidsrechter is nooit grappig Martijn Huitema. Michael Jackson bij de neus nemen is nooit grappig Fabian Buiter. Een pruim op de fruitschaal leggen om een banaan recht te krijgen is nooit grappig Jean luc Huguenin.

Bij een afrekening in het criminele circuit vragen om een bonnetje is nooit grappig Michiel Verlaak. Jos Verstappen een grindpad aan laten leggen is nooit grappig Tonie Denekamp. Een kreupel jong hondje "Huppeldepup" noemen is nooit grappig Jean-Luc Huguenin. Kunnen zwemmen tijdens de heksenvervolging is nooit grappig Peter Overwater. Een golfer die aan zijn hole krabt is nooit grappig Tonie Denekamp. Met blauwe plekken op een beurs staan is nooit grappig Jean Luc Huguenin. Een pissebed met een plaswekker is nooit grappig Dennis en Marko van De Regt financiële planning.

Een kaartverkoper die zegt "ik verticket" is nooit grappig Jean-Luc Huguenin. Een bliksembezoek brengen tijdens een onweersbui is nooit grappig Jean-Luc Huguenin. Sterven voor de deadline is nooit grappig Arjaan Peere. Een sluipschutter die z'n vrouw mist is nooit grappig Martijn Huitema.

Een vereniging van ongebonden personen oprichten is nooit grappig Robert Jansen. Een huis bouwen van daklozen-kranten, is nooit grappig Lars Mosch. Op de berenboot zitten tijdens de winterslaap is nooit grappig Peter Overwater.

Een groepsfoto van jezelf is nooit grappig Annette Verdonck. Een anorexiapatient opsluiten in de provisiekast is nooit grappig Fabian Buiter. Van Speijk op laag water zoeken, is nooit grappig Yvon Breuer. Een ontnuchterend gesprek met een alcoholist is nooit grappig Fabian Buiter. Een simulerende zieke collega die door de fruitmand valt, is nooit grappig René Veltman. Chauffeur zijn op een collectebus is nooit grappig Jan van Kemenade.

H6 die 'een beetje verliefd' is op K3 is nooit grappig Elvin P. Een schizofreen vragen wie hij wel niet denkt dat 'ie is, is nooit grappig Jan Jaap van der Peijl.

De schimmel van Sinterklaas oplopen is nooit grappig Jamier, Leentvaar accountants. Hoog van de toren geblazen worden is nooit grappig Elvin P. De puntjes op de i moeten zetten terwijl er maar één oppast, is nooit grappig René Veltman. Twee keer betalen voor dubbel glas is nooit grappig Oscar Kars.

Een automatische piloot bewapenen met een automatisch wapen is nooit grappig Oscar Kars. Een dakloze met een key-cord is nooit grappig Peter-Michiel Schaap. Beweren dat je überhaupt geen Duits spreekt is nooit grappig Maarten Prins. Jouw eed die meineend blijkt te zijn is nooit grappig Jörgen van der Nol.

Grappig uit de hoek willen komen waar de klappen vallen is nooit grappig Elvin P. Een schooljuf het nakijken geven, is nooit grappig Jan Jaap van der Peijl. Een Koerd die Waldheim heet is nooit grappig Jörgen van der Nol. Na een jointje je wollen trui in de was doen en daarna vergeefs je poedel roepen dat zijn eten klaar staat, is nooit grappig Carlos Lijphart. Op hoop van zegen op audiëntie gaan bij de paus is nooit grappig Elvin P.

Een schilder die overal lak aan heeft is nooit grappig Jan van Kemenade. Je Vicks-ademvrij inhouden bij een spannende wedstrijd, is nooit grappig Jan Jaap van der Peijl. Je vriend zonder benen een driekwartsmaat noemen is nooit grappig. Iemand die vloeiend Schots en scheef spreekt is nooit grappig. Op je pas behangen muur een teken aan de wand vinden is nooit grappig. De kerk binnenlopen met geestdodende pasta is nooit grappig.

Roofvogels die gieren van het lachen zijn nooit grappig. De kunst van het uitvlakken wiskunde noemen is nooit grappig. Iemand die incontinent is een placifist noemen is nooit grappig. Een drumsolo op je trommelvlies is nooit grappig Lars Mosch. Een politicus die spreekt over Wormen en Naarden is nooit grappig Lars Mosch.

Een padvinder die met een kikker thuiskomt, is nooit grappig René Veltman. Een schizofreen die een eenmanszaak wil beginnen, is nooit grappig Lars Mosch.

Een hoer die met één sneetje meer verdient dan een bakker met een heel brood is nooit grappig Fabian Buiter. Een gynaecoloog die vindt dat hij een kutbaan heeft is nooit grappig Dennis en Marco van de Regt Financiële Planning. Zelfmoordcommando's die zeggen te handelen uit naam van van Speijk zijn nooit grappig Elvin P.

Niet op vrouwen vallen omdat je nou eenmaal niet van opvallen houdt, is nooit grappig Bob Leentvaar. Op een vogelaarsfeestje gaan koekkoekhappen is nooit grappig Oscar Kars. De vrouw van een bosjesman takkenwijf noemen, is nooit grappig Lars Mosch. Een dierenoppasser die zich ook aan de bordjes 'niet voederen' houdt, is nooit grappig Joop Tey.

Je schele vriendin diep in de ogen kijken en als gevolg daarvan twee dagen migraine hebben, is niet grappig Anton van Vuurden. Op dieet gaan omdat je met een probleem in je maag zit, is nooit grappig Lars Mosch.

Tegen een belastingconsulente zeggen dat je voledig aftrekbaar bent, is nooit grappig Joop Tey. Brandend maagzuur overhouden aan vlammetjes is nooit grappig Oscar Kars. Contactlenzen indoen om een vrouw aan de haak te slaan, is nooit grappig Lars Mosch.

Een bamihap uit de chinese muur halen is nooit grappig Willem van de Velden. Een palindroom op een parterretrap bedenken, is nooit grappig Nikolaas Brandjes. Studenten in de ballenbak van McDonalds zijn nooit grappig Lars Mosch. Do I need to say more? Hier is Hans Roodhorst weer:. Een giraffe die tot zijn nek in de schulden zit is nooit grappig.

Een knalfuif organiseren voor Hamas-leden is nooit grappig. Een slaapkop met een gapende hoofdwond is nooit grappig. Je biefstuk laten klaarmaken door een halve gare is nooit grappig.

Je hal laten opknappen door een gangmaker is nooit grappig. Een salarisbespreking in een opslagruimte is nooit grappig. Een bloemist die zijn eigen kruis bestuift is nooit grappig.

Prinses Christina onder drie ogen willen spreken is nooit grappig. Bij de banketbakker een slagroompunt NL bestellen, is nooit grappig René Veltman. Een stratenmaker die in de weg loopt is nooit grappig Frank Schijven. Een klokkenluider die niet meer bij de tijd is, is nooit grappig Erik Brummelhaus. Een nooit grappig verzinnen en als je achter de computer zit het niet meer weten, is nooit grappig Mathijs Gabel.

Een Jodenclub op zaterdag laten voetballen is nooit grappig. Eten bij kaaslicht omdat je de r niet kan uitspreken is nooit grappig. Een burnout halverwege je sabbatical is nooit grappig. Naast de gekke koeien ziekte een iets normalere koeienziekte ontdekken is nooit grappig. Mensen die vinden dat het woord file te kort is omdat het meestal een kilometer of vier is, zijn nooit grappig. Een kleurenblinde in een zwart-wit film is nooit grappig.

Je wandelende tak met zijn halsband aan een boom binden als je op vakantie gaat is nooit grappig. Emile Ratelband met een kies waar nog een beetje verstand in zit is nooit grappig.

Een terminale patient die de lotto wint is nooit grappig. Een shoarmatent die Aba Kebabra heet omdat ze er varkensvlees in lamsvlees omtoveren is nooit grappig. De achterkant van de inhammen van Mart Smeets zijn nooit grappig. Soapsterren die zonder met de ogen te knipperen een woord van drie lettergrepen kunnen uitspreken zijn nooit grappig. Je buurman die zegt dat jouw vrouw hem niet begrijpt is nooit grappig. Zwaaien naar mensen in een passerende trein terwijl je zelf ook in een trein zit is nooit grappig.

Met z'n allen in jouw kringspier gaan zitten is nooit grappig. Mobiele bellers die na een half uur zeggen 'waar ik eigenlijk voor bel Alcoholisten die niet naar een bijeenkomst van de AA kunnen omdat hun rijbewijs is ingenomen, zijn nooit grappig. Een liliputter die ideaal is op korte termijn is nooit grappig. Een eendagsvlieg op 29 februari terwijl het geen schrikkeljaar is, is nooit grappig. Drie uur lang Eine kleine Nachtmusik om half elf in de ochtend is nooit grappig. Mensen die op iedere vraag antwoorden met 'absoluut' zijn nooit grappig.

Erachter komen dat je BH lekkerder zit als je het op je rug draagt, is nooit grappig. Met je auto achter een groep Hells Angels rijden en merken dat je claxon die ineens afgaat niet meer uit wil, is nooit grappig. Iemand die de platte Legoblokjes veelste dicht op elkaar heeft gedrukt is nooit grappig. Hardop willekeurige getallen roepen als iemand aan het tellen is is nooit grappig. Analafabetische geloofsfanaten die naar de letter van de bijbel leven zijn nooit grappig.

Een patiënt die onophoudelijk zegt dat zijn kortetermijngeheugen erop achteruit gaat is nooit grappig. Mensen die een teckel te laag inschatten zijn nooit grappig. Cyberseks op een computer van 12 jaar oud is nooit grappig.

Witgoedverkopers met een Scooby Doo stropdas en een buikje zijn nooit grappig. Een vrouw die net zoveel weegt als een nijlpaard van 87 kilo is nooit grappig. Een pratend televisietoestel als de overtreffende trap van Call TV is nooit grappig. Iemand die het voortdurend over 'deze jongen' heeft is nooit grappig.

Mensen die zeggen 'Ik ben geen maagd meer ik ben steenbok', zijn nooit grappig. Een mislukte zelfmoordpoging omdat de trein niet op tijd kwam is nooit grappig. Een bokscommentator die er tijdens een belangrijke wedstrijd achterkomt dat KO het omgekeerde is van OK is nooit grappig. Islamitische terreurgroepen die zich Yatogh Nidan noemen, zijn nooit grappig. Voetballers die na een doelpunt een leip dansje maken terwijl ze helemaal niet uit Afrika komen, zijn nooit grappig. Tegen je aanstaande schoonmoeder zeggen dat je niet één van haar stomme gepatchworkte bedspreien hoeft, is nooit grappig.

Mensen die het bijltje er bij neergooien en zich daarbij verwonden aan hun voet zijn nooit grappig. Clini-clowns die je intake-gesprek bij de uroloog opvrolijken, zijn nooit grappig. Nu pas genoeg Airmiles hebben voor de New Kids on the Block-dekbedovertrek is nooit grappig. Nicotinepleisters aansteken omdat je nerveus bent, is nooit grappig. Grappige gasten die Johan Cruyff net niet goed kennen imiteren, zijn nooit grappig. Tijdens een sollicitatiegesprek antwoorden met "teamwork?

U bedoelt, zoals bij tafelvoetbal? Alcoholisten die zestig keer per dag zeggen dat ze niet drinken om te vergeten, zijn nooit grappig. Een erotische film die vast blijft zitten in je videorecorder zodat je naar de videotheek moet om te zeggen dat je de band 'Oral lust and anal betrayal' niet terug kunt bezorgen, is nooit grappig. Een junk die een waterfiets probeert te verkopen aan een zeehond is nooit grappig.

Komkommertijd terwijl je ongesteld bent is nooit grappig. De cruise control van Marko Bakker die Katja Schuurmans naar huis rijdt omdat ze gedronken heeft, is nooit grappig.

Een droom waarin Emile Ratelband ineens hersenen heeft is nooit grappig. Een Duitse voetballer die tijdens het volkslied op de grond valt en kermend van de pijn om een gele kaart voor de tegenstander vraagt is nooit grappig.

De alternatieve kanarie van dokter Vogel is nooit grappig. Erachter komen dat er op een gemengde school altijd meer zwarten zitten is nooit grappig. Bedrijfskundestudenten die nog steeds volhouden dat ze al registeraccountant wilden worden op hun derde, zijn nooit grappig.

Gaandeweg de betekenis van het woord gaandeweg leren kennen is nooit grappig. Een vis met een piercing door zijn lip is nooit grappig. De wereldkampioen meter vrije dag is nooit grappig. Je tong uit je mondhoek steken terwijl je je duim tussen je wijs- en middelvinger doet is nooit grappig. Meer witte bloedlichaampjes krijgen van rode wijn is nooit grappig Hee dat kun je omdraaien!

Geloven in reincarnatie en terugkomen op aarde als Viola Holt is nooit grappig. Een hologram dat nooit heeft plaatsgevonden is nooit grappig. Mensen die meedoen om te kunnen verliezen zijn nooit grappig. Een corpslid zonder vriendin een handbal noemen is nooit grappig. Mikado spelen met een parkinson-patient is nooit grappig.

De actie Wees zuinig met water, douche met je buren is nooit grappig. Paling roken in een niet-rokers coupe is nooit grappig. Nietjes in het water laten wellen om te kijken of ze van gedachten veranderen is nooit grappig. Een steekje laten vallen met carnaval is nooit grappig.

Met relax-cd's op klankschalen slaan is nooit grappig. Een blik werpen in de conservenindustrie is nooit grappig. Iets uit je hoofd doen is euh Denken dat alcohol de vijfde voedselschijf is is nooit grappig. Een wielrenner die achterna wordt gezeten door het Bloeddorstige Urinemonster is nooit grappig.

Een Indo die last heeft van gordelroos van smaragd is nooit grappig. Iemand die denkt dat de B de eerste letter van het Balfabet is is nooit grappig. Prins Willem Alexander het waterbeheer van zijn oma laten regelen is nooit grappig. Een puber met een beugel die 'bef fij fie foo fe feufel' tegen je zegt, is nooit grappig. Jezelf terugzien als de onsympathieke hoofdpersoon in het romandebuut van je ex, is nooit grappig. Mensen die het constant over de spreekwoordelijke dut en de spreekwoordelijke dat hebben zijn nooit grappig.

Een keurslager die bij wijze van goeie grap net doet alsof hij een bekeurslager is is nooit grappig. Mannen die gelukkig worden als ze met vrienden over pornofilms kunnen praten, zijn nooit grappig.

Een vrouwenkapper die vraagt of de onderbenen ook moeten worden bijgepunt is nooit grappig. Meesteppen met je voeten terwijl je op een pony rijdt is nooit grappig. Een weerman die zijn eigen wind voorspelt is nooit grappig Marc. Een bejaarde in een bloemetjesjurk bij de Macdonalds is nooit grappig Marc.

stiekem mastruberen dikke naakte negerin

Sex in mijdrecht kutje beffen


Laten we beginnen met één heel belangrijk punt: Dat gezegd hebbende, ze houden ook weer niet meteen van ALLES wat we proberen… blijkt uit onze vragenronde met een groepje mannen.

Niet dat ze het je dan gaan vertellen tenzij het echt freaky scary is want ze willen voorkomen dat je blokkeert en nooit meer iets durft te proberen. Of dat je geen zin meer hebt in seks die avond. Laten we vooropstellen dat iedere man weer andere voorkeuren heeft. Wat de één vreselijk vind, kan de ander oké vinden. Dit waren de dingen die de mannen zeiden. Zij dacht waarschijnlijk dat het sexy en wild was; ik vond het niet bepaald plezant.

En vooral heel pijnlijk. Ik zal eerlijk zijn: Ik houd wel van een beetje initiatief. Ook als je onderop ligt kun je op veel manieren actie in het geheel gooien.

Gebruik je armen, benen, mond; schroom niet. Dat doet echt zoveel pijn! Nu ik erover nadenk, ik deed het soms ook wel eens bij haar. Dus óf ze vindt het lekker en denkt dat ik het ook wil, óf ze vindt het mijn verdiende loon. Een boom het bos insturen is nooit grappig Dick Krukkeland. Een ophaalbrug die opgehaald is als je iemand op wilt halen is nooit grappig Patricia Pynaert.

Je klote voelen in een homobar is nooit grappig John Trechsel. Een grillige sfeer in een steakrestaurant, is nooit grappig. Een schoolgebouw met een lessenaarsdak, is nooit grappig.

Een vereniging van vrachtwagenchaffeurs met veel aanhangers, is nooit grappig. Klaarkomen in poedervorm als toppunt van aderverkalking, is nooit grappig.

Een vluchteling die zich vastrijdt op een vluchtheuvel, is nooit grappig. De Grote Donderglas uit het prachtige Groningen heeft eens zijn best gedaan. Van je seksuoloog horen als je een afspraak maakt: Een zeeman die zijn zwangere vrouw aanzet tot woelig baren is nooit grappig.

Een behendige messenwerper een werpster noemen, is nooit grappig. Na je dood reincarneren als eendagsvlieg is nooit grappig. Voor een dubbeltje geboren worden terwijl we al lang met euro's betalen, is nooit grappig.

Als je alter ego aan schizofrenie lijdt, is dat nooit grappig. In een restaurant het tafelwater afkeuren omdat het "kurk" heeft, is nooit grappig. Op je verjaardag een geslachtsziekte krijgen van je partner, is nooit grappig. Als man een date hebben met een vrouw met ballen, is nooit grappig. Zelfmoord plegen na het eten van een Happy Meal is nooit grappig. Tijdens je begrafenis ontdekken dat je aan claustrofobie lijdt, is nooit grappig.

Tegen een depressieve postbode zeggen dat hij zichzelf eens een leuke dag moet bezorgen, is nooit grappig. Een Duplodocus die vraagt of hij met een Legosaurus mag spelen is nooit grappig Cor van Dam. Speaken bij een mondelinge overhoring Engels is nooit grappig Jaap van Wingerden. Een strand vol Connie Palmen is nooit grappig Dennis Mekel. Een tolk die zijn vak niet verstaat, is nooit grappig Mark Stunnenberg. De penvriendin zijn van een potloodventer is nooit grappig Jean-Luc Huguenin.

Een wesp "een strontvlieg met een Vitesse-shirt aan" noemen, is nooit grappig Jan Rupke. Een travestiet die aan een hell's angel vraagt "heb ik wat van je aan? Je hard maken voor condoomgebruik is nooit grappig Jean-Luc Huguenin. Joep Zaad, die zijn achternaam spelt 'met de d van donor' is nooit grappig Ives van Leth.

Als hetero bij Gaytronics werken is nooit grappig Jan Rupke. Je radio aanzetten tot zinloos geweld is nooit grappig Hans van Vugt. Philip Frederiks -pardon- Freriks die de hele lijsten -neemt u mij niet kwalijk- lijst van ooit -sorry- nooit grappigs moet voorlezen in het zuiden van Israël -dit is een ander bericht denk ik- is -eeuuhh- niet- oh nee- nooit grappig Cor Dam -pardon- van Dam. Een advocaat die, als hij zijn kantoor verlaat, tegen z'n secretaresse zegt dattie pleite gaat, is nooit grappig Nico Bosman.

Na het uitgaan nog lang blijven hangen in de garderobe, is nooit grappig Hans van Vugt. Een cardioloog die "hier klopt iets niet" zegt is nooit grappig Tim Bakker. Een wesp met bijverschijnselen, is nooit grappig Bart van de Beek. Een hongerstaker die een brok in zijn keel krijgt tijdens een gesprek is nooit grappig Maurice Bekkema.

In de file rechts ingehaald worden door een lifter is nooit grappig Carin Nix. Een geboortegolf op het strand is nooit grappig Nico Bosman. Een inlegkruisje met klittenband is nooit grappig Harry van Ineveld.

In een pijnboom pitten, is nooit grappig Hans van Vugt. Elke week een jaarmarkt is nooit grappig Robert Bakker. Aan een tandarts vragen of hij bij zijn vrouw ook de gaatjes vult zonder dat ze er wat van voelt, is nooit grappig Peter Korenhof. Met z'n allen in de eerste klas wagons gaan zitten omdat elk spoor van de conducteur ontbreekt, is nooit grappig Yvon Breuer. Een parkeerwachter met klem verzoeken je overtreding ongedaan te maken is nooit grappig Harry van Ineveld.

Op je werk kijken of www. Gas geven terwijl je diesel rijdt, is nooit grappig Jeroen Jongebloed. Lrs v3rv4n93n d00r c1jf3r5 15 n 9r4pp19 J Nl. Je telefoon op laten nemen in het ziekenhuis, is nooit grappig Hans van Vugt. Een seriemoordenaar die om jouw serienummer vraagt is nooit grappig Mischa de Muynck.

In een vegetarisch restaurant klagen dat het eten vlees noch vis is is nooit grappig Cor van Dam. Smeerkaas uit het vuistje, is nooit grappig Peter v. In een topless-bar aan alles een puntje willen zuigen, is nooit grappig Yvon Breuer.

In een Duitse schoenenwinkel zeggen dat je maat hebt, is nooit grappig Joost Ekkelboom. Bij de verkiezingen je stem kwijt zijn is nooit grappig Joost Nagtegaal. Een stoplicht op groene stroom is nooit grappig Arthur Alphenaar. Fiscuswerpen opde Olympische Spelen is nooit grappig Joost Nagtegaal.

Een asielzoeker de weg naar een kennel wijzen, is nooit grappig Hans van Vugt. Een rechter wiens broer linker is, is nooit grappig Stefan Aarts. Een missionaris die zich geen houding weet te geven is nooit grappig Cor van Dam. Een spin die zijn web afragt, is nooit grappig Dimitri Drijver.

Een vriend die pas meevalt als je uitglijdt is nooit grappig Jean-Luc Huguenin. Jan Steengoed vinden, is nooit grappig Hans van Vugt. Een geestelijke die er alleen nog maar lichamelijke contacten op na houdt is nooit grappig Ivo Rouwhorst. Vergeten dat gisteravond je cursus geheugentraining was, is nooit grappig Nico Bosman.

Spijkerschrift ontcijferen met een hamer is nooit grappig Jean-Luc Huguenin. Succes boeken bij een reisbureau is nooit grappig Stefan Aarts. Een blaadje sla dat zijn frustraties opkropt, is nooit grappig Arno Theijs. Een cocaïneverslaafde die zijn gram haalt bij de rechtbank is nooit grappig Chabro Mos.

Homo's die op een ventweg rijden zijn nooit grappig Eric Consemulder. Een aap die eens niet uit de dwangbuis-mouw komt, is nooit grappig René Veltman. Een bij die blij is dat ie ergens bij is is nooit grappig Erik Kruyzen. Een acteur met een rolberoerte is nooit grappig Jean-Luc Huguenin. Een pyromaan die zijn eten laat aanbranden is nooit grappig Erik Kruyzen.

Het bij de dierenarts over koetjes en kalfjes hebben, is nooit grappig Thijs Willink. Je eigen nooit grappigs nooit kunnen vinden in de nooit grappig-lijst is nooit grappig en Dick Krukkeland die mij weer zijn naam laat overtypen, omdat hij niet heeft gelezen dat ik heb verzocht zelf je naam achter je nooit grappig te zetten is nooit grappig.

Een Gangbang met Heinz sandwichspread als hoofdsponsor, is nooit grappig Arno Theijs. In een homobar een biertje drinken uit een fluitje, is nooit grappig Arno Theijs.

Een punt zetten op de stippelzone is nooit grappig Jean-Luc Huguenin. Op een onbewoond eiland wonen, is nooit grappig Hans van Vugt. Een dyslecticus een boek met spelregels geven, is nooit grappig. Een scheepsbouwer die naar de manicure gaat voor z'n klinknagels is nooit. Een hoer die er gelikt uitziet, is nooit grappig Hans van Vugt.

Een wegatlas die je niet kunt vinden is nooit grappig Jean-Luc Huguenin. In de bananenbar uitglijden over een schil, is nooit grappig Arno Theijs. Een colombiaan bij een alcoholcontrole over een witte lijn laten lopen is.

Een bloedvergiftiging oplopen omdat je har-kiri pleegde met een roestig zwaard is nooit grappig Bert Dobben. Een inlegkruisje met een maximale inleg van euro, is nooit grappig Arno Theijs. Een geldautomaat, waar je geld voor een snelheidsovertreding moet halen, die. Een weg zonder klkrs, is nooit grappig Hans van Vugt. Een Nederlandse agent die een Duitse automobiliste laat 'blasen', is nooit grappig Fabian Buiter. Één-Gay-per-reet organiseren, is nooit grappig Hans van Vugt.

In slaapvallen tijdens een pitstop, is nooit grappig Hans van Vugt. Een vrouwelijke potloodventer een puntenslijper noemen is nooit grappig. Harry Potter vertellen dat hij sprekend op Balkenende lijkt, is nooit grappig Arno Theijs. Tijdens een bijeenkomst van Weight-Watchers hapjes rondbrengen op een. Een kapperszaak die permanent gesloten is, is nooit grappig Hans van Vugt. Iemand die last heeft van haaruitval een kalender cadeau geven is nooit.

Een porno-acteur die overal zijn neus insteekt is nooit grappig. Tegen de ruiten van een kaartenhuis schoppen is nooit grappig. Een piloot die iemand naar de keel vliegt is nooit grappig. Een nudist die bloot staat aan kritiek is nooit grappig. Pieter van Vollenhoven vleugellam maken is nooit grappig. Zuurkool inmaken met een nulletje of tien is nooit grappig. Luier dan een pamper zijn is nooit grappig Hans van Vugt. Een dokter die in een zaal gaat staan en vraagt of er misschien een acteur op het toneel is, is nooit grappig Arno Theijs.

Een kapper met een onderscheiding is nooit grappig Oscar Kars. Een fotograaf van onderbelichten is nooit grappig Jerremy Dalman. Een studente die goed kan leren een blokkendoos noemen is nooit grappig Jerremy Dalman. Een doodgraver een schop geven is nooit grappig Edwin Coster. Een papegaai "niks" laten zeggen is nooit grappig Jan Doldersum. Hennie Huisman die bij de buren aan belt is nooit grappig Frank Beentjes. Een exporteur die niets uitvoert is nooit grappig Jean-Luc Huguenin.

Een pony met hooikoorts is nooit grappig Dimitri Drijver. Je schuldig maken aan witteboordencriminaliteit als je bij Omo werkt is nooit grappig Jerremy Dalman. Achterin de kerk roepen dat je de kogel hebt gevonden is nooit grappig Frank Beentjes. Een doopgezinde drugsverslaafde is nooit grappig Milo Pieters. Je bij een drumband aanmelden met een koektrommel is nooit grappig Jerremy Dalman. Een eskimo met een waterhoofd is nooit grappig Marc Bos. Een trucker een trucje flikken is nooit grappig Mayelle.

Een barman die met consumptie praat is nooit grappig Jerremy Dalman. Een k-mailtje ontvangen uit het Verre Oosten is nooit grappig Rob Schoon. Een lezing over dyslexie is nooit grappig. Iemand die incontinent is in de zeik zetten is nooit grappig Jerremy Dalman. Een nooit grappig die nooit grappig is, is nooit grappig Siep. Een wolk van een baby die van tijd tot tot een bui geeft is nooit grappig Jean-Luc Huguenin.

Een zakkenroller in de sauna, is nooit grappig Nico Bosman. Dood gaan en wakker worden in een hemelbed is nooit grappig René Overkleeft.

Een dokter die tegen je schreeuwt "het klinkt misschien hard, maar u bent doof!! Een junk vragen naar zijn dopenamen is nooit grappig Cor van Dam. Als excuus voor het te laat zijn bij de tandarts zeggen "sorry, m'n brug stond open" is nooit grappig Jean-Luc Huguenin.

Een automobilist die in een deuk ligt door een flauwe bocht is nooit grappig Chris. Een Zwarte Piet die de zak krijgt, is nooit grappig Bart van de Beek. Een brood terugbrengen naar Leen Bakker is nooit grappig Hans van Vugt. Een snipperdag opnemen op video is nooit grappig Hans van Vugt. Een stinkende grijze zak als vuilnisman is nooit grappig Niels. Een kannibaal die nadat hij zijn vriendin heeft gedumpt z'n achterste afveegt is nooit grappig Jean-Luc Huguenin.

Sinterklaas telkens de zwarte Piet toespelen is nooit grappig Jan Doldersum. Af en toe sex met Klaas Vaak, is nooit grappig Michael Groenendijk. Berdien Stenberg begroeten met een fluitconcert is nooit grappig.

Een dokter die tegen een overspannen stripteasedansers zegt, kleedt u zich maar uit is nooit grappig. Met een steekwagen de oversteek wagen is nooit grappig. In de file je motor afzetten tot ie is opgelost is nooit grappig. Een mobiele vibrator zonder trilfunctie is nooit grappig. Een boktor die uit het goede hout gesneden is is nooit grappig. Met je jachthond een wetsontwerp door 't Parlement jagen is nooit grappig. Je vriendin bij de bewaking een waakvlam noemen is nooit grappig.

In een antiekwinkel vragen of ze nog iets nieuws hebben, is nooit grappig Nico Bosman. Een blaasorkest bij de alcoholcontrole is nooit grappig Stefan Elsendoorn.

Een stewardess die zwanger is van de automatische piloot is nooit grappig Walter Boekestein. Babi gangbang bestellen bij de chinees is nooit grappig Jerremy Dalman. Een schoppenboer van harte door een ruit schoppen is nooit grappig Jan Hoogendoorn. Je schoonmoeder opnieuw aansteken als ze uitgaat, is nooit grappig Nico Bosman. Wanneer de postbode je een natte doos bezorgt is dat nooit grappig Jerremy Dalman. In de schaduw de boekhouding doen is nooit grappig Stefan Elsendoorn.

Een ladykiller bij wie relaties altijd doodbloeden is nooit grappig Elvin P. Incognito naar het carnaval gaan is nooit grappig Rob Colle. Een boswachter die een uiltje knapt, is nooit grappig René Veltman. René Veltman die heel hardleers 'niet grappig' blijft typen terwijl het 'nooit grappig' is, is nooit grappig. Stotteren in gebarentaal, is nooit grappig Leon van der Wulp. Als tuinier achter de geraniums zitten is nooit grappig Jerremy Dalman. Het glazen muiltje van Assepoester dat door de vinder in de glasbak wordt gegooid, is nooit grappig René Veltman.

Een luchtbed opblazen met dynamiet is nooit grappig Dirk Peters. Hans Roodrijtjeshorst heeft het weekend weer overleefd.

Nu kan hij zich weer helemaal storten op de Nooit Grappige week! En dit kwam er vandaag uit:. Door de woestijn kruipen met een waterhoofd is nooit grappig. Een manueel therapeut die lid is van de kraakbeweging is nooit grappig.

Een dienstverlener die je naar de andere kant van de wereld helpt is nooit grappig. In de kerk een ham-kaas hostie bestellen is nooit grappig. Een homo aanrijden en daarna een ster in je voorruit, is nooit grappig Arno Theijs.

Tegen je kind zeggen dat hij over 3 nachtjes slapen gisteren jarig was is nooit grappig Jean-Luc Huguenin.

Sita die helemaal zichself ish, is nooit grappig Rick Strong. Een imker bij je houden is nooit grappig Karin Pellekooren. Tegen je vriendin "m'n duifje" zeggen als die beesten weer je auto hebben ondergescheten is nooit grappig Jean Luc Huguenin.

Volkert van der G. Muntthee trekken van je kleingeld is nooit grappig Jean Luc Huguenin. Een busje van "Diana's Dildo's" dat bij jou een pakje komt bezorgen is nooit grappig Desirée Köhler. Een oppasser die moet oppassen waar hij op past, is nooit grappig Hans van Vugt.

Tegen je gymleraar zeggen dat je aan denksport doet is nooit grappig Sjon Oudejans. Tegen een Hell's Angel 'ga es opzij met je brommer! Een dove vragen wat beffen is, is nooit grappig hij heeft er nog nooit van gehoord Patrick Geelen. Maxima vragen of ze vaker kikkers kust, is nooit grappig Rinie Raymakers. Aan iemand met geheugenverlies vragen wat hij nou eigenlijk precies vergeten is is nooit grappig Karin Pellekooren.

In de boot genomen worden door een matroos is nooit grappig Tom Veldhuis. Als postbode je eigen bekeuring bezorgen is nooit grappig Jan van der Veen. Een sadist die zijn aan SM verslaafde vriendin niet wil slaan, is nooit grappig Irene Groeneveld. Als ik iets op mijn eigen eigenwijze wijze wijze doe, is het nooit grappig Jan Hoogendoorn. Een loodgieter vragen of hij een lekkage kan maken is nooit grappig fam. Niet in een pashokje passen, is nooit grappig René Veltman.

De mededeling 'roken is minder dodelijk dan het oprichten van een politieke partij', is nooit grappig René Veltman. Een tandarts vragen of hij nog een gaatje heeft is nooit grappig Bastiaan Roubos. Maxima vergelijken met boerenkool omdat die pas echt lekker is als de vorst er over heen is geweest is nooit grappig ene Wim. Tegen Rick Engelkes zeggen dat je hem nog moest bedanken van je vrouw is nooit grappig Danny Bouman.

Een effectenhandelaar die z'n brood belegt is nooit grappig Sjon Oudejans. Een Australiër die op z'n kop staat, nooit grappig Hans van Vugt. Een vat bier leegdrinken en daarna fustfucken, is nooit grappig Arno Theijs.

Een heroinehoertje op naaldhakken is nooit grappig Desirée Köhler. Zeggen dat de Gazastrook op een steenworp afstand ligt is nooit grappig Sjon Oudejans. Peter de Groot, je weet wel, die van het Rotterdamse literaire tijdschrift Krakatau, heeft weer een lijstje gestuurd:.

Stalkers die ver voor je uit lopen zijn nooit grappig. In je autobiografie een figurantenrol spelen is nooit grappig. Een balletje opgooien waar je zak omheen zit is nooit grappig. De krant halen, omdat hij niet gebracht wordt, is nooit grappig. Een schouderklopje die roos doet opwaaien is nooit grappig. Een geboortegolf met stuurbekrachtiging is nooit grappig. Een dokter die zieke grappen beter maakt, is nooit grappig. Tegen iemand met hernia zeggen dat hij geen ruggengraat heeft is nooit grappig.

Een onbetaalbare nacht een goedkoop avontuurtje noemen is nooit grappig Moederkoekhappen op andermans verjaardag is nooit grappig. Mensen die kippenvel krijgen van haantjesgedrag zijn nooit grappig. Haat zaaien waar de oogst van mislukt is nooit grappig. Kinderporno in een tekst verwerken om meer bezoekers op je site te krijgen is nooit grappig.

Verzuipen in de Stille Oceaan, omdat je een zee van rust verwachtte, is nooit grappig. Een Gouden Regen bestellen en dan één en al gezeik over je heen krijgen, is nooit grappig. Ruzie krijgen met je partner, omdat je dacht dat je een slipperdag moest nemen, is nooit grappig. Een boomerang die even een pakje sigaretten gaat halen en niet meer terugkomt is nooit grappig.

Bij de Ikea informeren naar een zandbank van het type Smotse is nooit grappig. Met je fiets rijden waar je maar 80 mag, is nooit grappig. Een man die op straat per ongeluk yes roept als er een vrouw met grote borsten langsloopt is nooit grappig.

Een chagrijnige klootzak gezellig vinden omdat ie dik is is nooit grappig. Luieruitslag die eindigt in een gelijkspel is nooit grappig. Een genetisch gemanipuleerde banaasappel is nooit grappig. Fellatio pijpen in de volksmond noemen is nooit grappig. Een student die wiet verbouwt een teelbal noemen is nooit grappig.

Vlak voor je dood je hele leven als een film voorbij zien komen en er achter komen dat het boek beter is, is nooit grappig Ron Bulters. Vervoer hebben zodat je tòch nog naar de verjaardag van je schoonmoeder kan, is nooit grappig Susan Logher.

Nooit grappige items schrijven in de kroeg terwijl je vrienden vrouwen versieren is nooit grappig Jerremy Dalman. Spaarloon naar werken krijgen, is nooit grappig Lars Mosch. De slaap niet kunnen vatten omdat je buren sinds kort een dakkapel hebben, is nooit grappig René Veltman. Een nichtje dat alleen solliciteert voor nevenfuncties, is nooit grappig Lars Mosch. De Metro in de spits lezen en de Spits in de metro is nooit grappig Luuk Heuker. Ministers met Berouwfraude zijn nooit grappig Sjard v.

Van een straatkrantverkoper in 1 keer al zijn krantjes kopen zodat hij lekker bijtijds naar huis kan is nooit grappig Desiree Voulon. Een lijkwagen met een lekker rouwband is nooit grappig Dimitri Drijver.

Iemand die denkt dat de overeenkomst tussen de Bijlmer-bajes en de hersenmassa van een Belg een cellentekort is, is nooit grappig René Veltman. Een flater die terug slaat is nooit grappig Stefan Elsendoorn. Bij een pedicure een broodje nagelkaas bestellen, is nooit grappig Nienke van Keimpema. Dart Vader op de Embassy aantreffen is nooit grappig jerremy Dalman. Een werper die de schijn ophoudt, is nooit grappig Marco en Dennis. Zonder cape naar de supermarkt is nooit grappig Amanda Tuma.

Een zure Melkertbaan hebben is nooit grappig Marijke Leising. Een homofiele uil die de hele dag "Joehoe" in het bos roept is nooit grappig Ron Bulters. Dwars door je loopbaan heenfietsen, is nooit grappig Lars Mosch.

Een Dikke die aan de Dunne is, is nooit grappig Arno Theijs. Alimentatie betalen voor een ex-vrouw die niet alleen samenwoont maar ook wordt "uitgewoond" is nooit grappig Michel Niks. De omroepster van de Hema die zegt "Nu 3 beha's voor een tientje, daarvoor laat je ze niet hangen " is nooit grappig Gerben van der Snel.

Tegen de lamp lopen in de kruipkelder is nooit grappig Dennis van Zijverden. Een gepeperde rekening krijgen voor de montage van je kruidenrek in de keuken is nooit grappig Harry van Bourgondiën. Met steil haar de zee ingaan en er met watergolven weer uitkomen, is nooit grappig Marco en Dennis.

Stiekem 's middags ontbijtkoek eten is nooit grappig Rob Colle. Te laat op de klok kijken is nooit grappig Luuk Heuker. Je neven die nichten zijn zijn nooit grappig Martin Sla. Ontslag nemen tijdens je sollicitatiegesprek is nooit grappig Luuk Heuker. Een bordeel vol met zuurpruimen is nooit grappig Desirée Köhler. Een avondje doorzakken op een kapotte barkruk is nooit grappig Amanda Tuma. Een chinees die in de snoepwinkel een Snickels koopt is nooit glappig Rob Colle.

Een masochist die de hand aan zichzelf slaat is nooit grappig. Op de theaterschool leren hoe je een sigaret moet uitdrukken is nooit grappig. Je schaamhaar kammen met een hanekam is nooit grappig. Een moordenaar die met hangen en wurgen iemand ombrengt is nooit grappig. Een lilliputter die het hoogste woord heeft is nooit grappig. De moeder van Pieter van Vollenhoven een vleugelmoer noemen is nooit grappig. Als artiest tijdens een benefietconcert voor de leprastichting het podium oprennen met de kreet "Waar zijn die handjes!!??

De kaft van de Koran scheiden is nooit grappig Arno Theijs. Een terrorist een opblaaspop geven, is nooit grappig Hans van Vugt. Meer ongewenste email, dan gewenste femail is nooit grappig Sjard v. Een onderzoeker die homofiel gedrag anaalyseert is nooit grappig Cor van Dam. Een Chinese invalide in een lolstoel is nooit grappig Peter Groenendijk. Een nudist die pas over een uurtje uit de kleren gaat, is nooit grappig René Veltman. Een magere dinosaurus een ano-t-rexia noemen is nooit grappig Cor van Dam.

In Ethiopië een hongerstaking uitroepen, is nooit grappig Hans van Vugt. Een chemisch bedrijf na een reorganisatie een boete geven voor werk lozen is nooit grappig Cor van Dam. Iemand met dislec, dislex, dislekt Sex op TV en eraf vallen is nooit grappig Bianca van den Broek. Vallende sterren op de 'walk of fame' zijn nooit grappig Cor van Dam. Succes boeken, terwijl je niet kunt lezen is nooit grappig Arno Theijs.

Tegen een deurwaarder 'pak een stoel' zeggen, is nooit grappig Hans van Vugt. Jezelf blind staren op een helderziende is nooit grappig Cor van Dam. Ik ontving ook een lijstje Nooit Grappigs van Peter de Groot, toevallig hoofdredacteur van het onvolprezen literaire tijdschrift Krakatau:.

Met andermans eer de tweede viool strijken is nooit grappig. Klokkenluiders die niet weten waar de klepel hangt zijn nooit grappig. Veilig vrijen omdat je bang bent voor je geslacht is nooit grappig. De draad kwijt raken terwijl het eind zoek is, is nooit grappig. Doorzichtig zijn en er met zelfreflectie niet achterkomen, is nooit grappig. In verwachting zijn van je vijfde, terwijl de eerste niet eens de was kan doen, is nooit grappig.

Eindelijk peper in je reet hebben terwijl je darmen rommelen, is nooit grappig. En natuurlijk ook een lijstje van Hans Roodhorst, die de Nooit Grappige erepenning mag opgespen:. Een striptease-danseres die uit haar kleren groeit is nooit grappig. Bij Mick Jagger aan z'n lippen hangen is nooit grappig. In de oorlog een ondergronds verzetje zoeken is nooit grappig. Een maandverband een gleufhoed noemen is nooit grappig.

Een zwemmer die een badslippertje maakt is nooit grappig. Een Jehova als getuige op je bruiloft is nooit grappig Edwin Oostra. Een hond als baas hebben is nooit grappig Jerremy Dalman. Een mol platrijden met de auto en 'm nog hoop geven, is nooit grappig Sjard v. Saddam vragen Houssein nucleaire wapenprogramma ervoor staat is, is nooit grappig Edwin Oostra.

De stijve lach hebben is nooit grappig Bob 'Beukum' Leentvaar. Een kale 'gelukkig nieuwhaar' wensen op 1 januari, is nooit grappig Sjard v.

Een komma zetten achter haar in de zin: In het ziekenhuis vragen of je geslaagd bent voor je bloedproef is nooit grappig Desirée Kohler. Aan een eskimo vragen of je het ijs tussen jullie mag breken is nooit grappig Jerremy Dalman. Aan een homo vragen of hij het kontje van het brood wil is nooit grappig Desirée Kohler. Met een stifttand op muren kalken is nooit grappig Jean-Luc Huguenin.

Als voetballer door je vriendin buitenspel worden gezet is nooit grappig Jerremy Dalman. Ik zeg het nog één keer: Schreeuwende schapen met weinig wol zijn nooit grappig. Een anorexia-patient die zijn gewicht in de schaal legt is nooit grappig. Michael Jackson verdenken van gezichtsbedrog is nooit grappig.

Een scherpschutter die uit zijn slof schiet is nooit grappig. De Mount Everest beklimmen met een Mikro-gids is nooit grappig. Een gitarist die het op een akkoordje gooit is nooit grappig. Een haring die van zijn graatje gaat is nooit grappig. Je dobbelstenen tegen het plafond gooien omdat je denkt dat de hoogste mag beginnen, is nooit grappig Yvon Breuer.

Een roos naar Raymond van Barneveld noemen is nooit grappig Jerremy Dalman. Erachter komen dat in de zin "reken maar uit" dezelfde letters zitten als in "ruik aan m'n reet", is nooit grappig Marco en Dennis van De Regt Financiële Planning.

De haringen van een vistent pikken is nooit grappig Tim Crince. Denken dat je uniek bent, zoals iedereen, is nooit grappig Yvon Breuer. In een vliegtuig naast een negerin gaan zitten omdat men bij een ongeluk als eerste naar de zwarte doos zoekt, is nooit grappig Marco en Dennis van De Regt Financiële Planning.

De herkomst van bronwater niet weten, is nooit grappig Lars Mosch. Joop Braakhekke die kookt van woede, is nooit grappig René Veltman. Melker-banen bij de boer, zijn nooit grappig Lars Mosch. Een vrouw twee keer laten gillen door haar eerst van achteren te nemen en 'hem' daarna aan de gordijnen af te vegen, is nooit grappig Yvon Breuer.

Een n-toets die blijft vastzittennnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnn Lars Mosch.

Een verkoopster van parfumerie Douglas die haar stinkende best doet jouw aankoop mooi te verpakken, is nooit grappig René Veltman. Een homo die nog maagd is anaalfabeet noemen, is nooit grappig Yvon Breuer. Tegen iemand zeggen dat je nooit een gezicht vergeet, maar voor hem graag een uitzondering maakt, is nooit grappig Marco en Dennis.

Met je brillenkoker teruggaan omdat je bril niet gaar wordt, is nooit grappig Jef Nikkelen. In een vrieskast gaan zitten om kauwgom uit je haar te krijgen is nooit grappig Tim Vrince. Een gospelkoor dat voor het zingen de kerk uitgaat, is nooit grappig Marco en Dennis.

De manen van een paard die door de bomen schijnen, zijn nooit grappig Lars Mosch. Een spin die wordt afgewezen als webdesigner is nooit grappig Ron van der Lugt. Een transsexuele lolbroek die nu een grapjurk is, is nooit grappig Oscar Kars. Een bolhoed die in een deuk ligt is nooit grappig Cor van Dam. Denken dat de voornaam van E. Jodela is, is nooit grappig Yvon Breuer. Een collega die bij de pakken neer gaat zitten terwijl jij zegt "Laad maar! Ontdekken dat oude vrouwen een navel tussen hun borsten hebben, is nooit grappig Yvon Breuer.

De hele dag 'sensationeel' roepen met een polygoonnieuws-stemmetje is nooit grappig Jerremy Dalman. Een vriendje met fotografisch geheugen een kameraatje noemen is nooit grappig Jean-Luc Huguenin. Een computermuis die zich niet kan voortplanten omdat 'ie maar één bal heeft, is nooit grappig Yvon Breuer.

Een verwarmingsapparaat dat op alcohol loopt kachel noemen is nooit grappig Jean-Luc Huguenin. Per ongeluk de express-trein nemen is nooit grappig Oscar Kars. In de herfst 's morgens je eikel naast je bed vinden, is nooit grappig Yvon Breuer. Een ober die een steakje laat vallen is nooit grappig Elvin P. Als boomchirurg van slag raken door een beuk is nooit grappig Jean-Luc Huguenin. Geen stoel nodig hebben omdat je een zitzak hebt, is nooit grappig Yvon Breuer.

En natuurlijk weer het rijtje van Hans 'rijtjes zijn grappig' Roodhorst:. Een zeehonden-creche starten op Robbeneiland is nooit grappig. Een cabaratier die het gelag moet betalen is nooit grappig. Hevige buien die graag overdrijven zijn nooit grappig. Tot bloedens toe met stomheid geslagen worden is nooit grappig. Een geldschieter die de gaten in je portemonnee knalt is nooit grappig.

Een Friese staander die niet gelegen komt is nooit grappig. Tijdens het klaverjassen voor grootste gemene deler worden uitgemaakt is nooit grappig.

Een vrouw met tieten op haar rug die zich Pamela Andersom noemt is nooit grappig. Een vuurvlieg die brandt van verlangen is nooit grappig.

Een ouwe rukker die zich terug trekt is nooit grappig. Je centrale verwarming meesturen bij je sollicitatiebrief is nooit grappig Elvin P. Een tandarts die een boksbeugel in je mond plaatst is nooit grappig Ger van Wegberg. Een uitglijder maken bij de Bananenbar is nooit grappig M. Genetisch van een mug een olifant maken is nooit grappig Elvin P.

Op een nudistenkamp de vuile was buiten hangen is nooit grappig Tom Veldhuis. Als grondstewardess promotie maken naar de eerste verdieping is nooit grappig A. De spits van het team van de tegenstander afbijten is nooit grappig Elvin P. Met je rolstoel voorrang krijgen in de Efteling, terwijl er überhaupt geen rij staat is nooit grappig Milan Geschiere. Satan, de koning der duisternis, lucifer noemen is nooit grappig Elvin P. Een Bob zonder vrienden is nooit grappig Tonie Denekamp. Een ouwe sok die aan en muts vraagt wie de broek aan heeft is nooit grappig Jean Luc Huguenin.

Een paardenlul uitschelden voor scheidsrechter is nooit grappig Martijn Huitema. Michael Jackson bij de neus nemen is nooit grappig Fabian Buiter.

Een pruim op de fruitschaal leggen om een banaan recht te krijgen is nooit grappig Jean luc Huguenin. Bij een afrekening in het criminele circuit vragen om een bonnetje is nooit grappig Michiel Verlaak. Jos Verstappen een grindpad aan laten leggen is nooit grappig Tonie Denekamp. Een kreupel jong hondje "Huppeldepup" noemen is nooit grappig Jean-Luc Huguenin. Kunnen zwemmen tijdens de heksenvervolging is nooit grappig Peter Overwater. Een golfer die aan zijn hole krabt is nooit grappig Tonie Denekamp.

Met blauwe plekken op een beurs staan is nooit grappig Jean Luc Huguenin. Een pissebed met een plaswekker is nooit grappig Dennis en Marko van De Regt financiële planning. Een kaartverkoper die zegt "ik verticket" is nooit grappig Jean-Luc Huguenin. Een bliksembezoek brengen tijdens een onweersbui is nooit grappig Jean-Luc Huguenin. Sterven voor de deadline is nooit grappig Arjaan Peere. Een sluipschutter die z'n vrouw mist is nooit grappig Martijn Huitema. Een vereniging van ongebonden personen oprichten is nooit grappig Robert Jansen.

Een huis bouwen van daklozen-kranten, is nooit grappig Lars Mosch. Op de berenboot zitten tijdens de winterslaap is nooit grappig Peter Overwater.

Een groepsfoto van jezelf is nooit grappig Annette Verdonck. Een anorexiapatient opsluiten in de provisiekast is nooit grappig Fabian Buiter. Van Speijk op laag water zoeken, is nooit grappig Yvon Breuer. Een ontnuchterend gesprek met een alcoholist is nooit grappig Fabian Buiter. Een simulerende zieke collega die door de fruitmand valt, is nooit grappig René Veltman. Chauffeur zijn op een collectebus is nooit grappig Jan van Kemenade. H6 die 'een beetje verliefd' is op K3 is nooit grappig Elvin P.

Een schizofreen vragen wie hij wel niet denkt dat 'ie is, is nooit grappig Jan Jaap van der Peijl. De schimmel van Sinterklaas oplopen is nooit grappig Jamier, Leentvaar accountants. Hoog van de toren geblazen worden is nooit grappig Elvin P. De puntjes op de i moeten zetten terwijl er maar één oppast, is nooit grappig René Veltman. Twee keer betalen voor dubbel glas is nooit grappig Oscar Kars.

Een automatische piloot bewapenen met een automatisch wapen is nooit grappig Oscar Kars. Een dakloze met een key-cord is nooit grappig Peter-Michiel Schaap. Beweren dat je überhaupt geen Duits spreekt is nooit grappig Maarten Prins. Jouw eed die meineend blijkt te zijn is nooit grappig Jörgen van der Nol. Grappig uit de hoek willen komen waar de klappen vallen is nooit grappig Elvin P.

Een schooljuf het nakijken geven, is nooit grappig Jan Jaap van der Peijl. Een Koerd die Waldheim heet is nooit grappig Jörgen van der Nol. Na een jointje je wollen trui in de was doen en daarna vergeefs je poedel roepen dat zijn eten klaar staat, is nooit grappig Carlos Lijphart. Op hoop van zegen op audiëntie gaan bij de paus is nooit grappig Elvin P. Een schilder die overal lak aan heeft is nooit grappig Jan van Kemenade. Je Vicks-ademvrij inhouden bij een spannende wedstrijd, is nooit grappig Jan Jaap van der Peijl.

Je vriend zonder benen een driekwartsmaat noemen is nooit grappig. Iemand die vloeiend Schots en scheef spreekt is nooit grappig. Op je pas behangen muur een teken aan de wand vinden is nooit grappig. De kerk binnenlopen met geestdodende pasta is nooit grappig.

Roofvogels die gieren van het lachen zijn nooit grappig. De kunst van het uitvlakken wiskunde noemen is nooit grappig. Iemand die incontinent is een placifist noemen is nooit grappig.

Een drumsolo op je trommelvlies is nooit grappig Lars Mosch. Een politicus die spreekt over Wormen en Naarden is nooit grappig Lars Mosch. Een padvinder die met een kikker thuiskomt, is nooit grappig René Veltman.

Een schizofreen die een eenmanszaak wil beginnen, is nooit grappig Lars Mosch. Een hoer die met één sneetje meer verdient dan een bakker met een heel brood is nooit grappig Fabian Buiter. Een gynaecoloog die vindt dat hij een kutbaan heeft is nooit grappig Dennis en Marco van de Regt Financiële Planning. Zelfmoordcommando's die zeggen te handelen uit naam van van Speijk zijn nooit grappig Elvin P.

Niet op vrouwen vallen omdat je nou eenmaal niet van opvallen houdt, is nooit grappig Bob Leentvaar. Op een vogelaarsfeestje gaan koekkoekhappen is nooit grappig Oscar Kars. De vrouw van een bosjesman takkenwijf noemen, is nooit grappig Lars Mosch. Een dierenoppasser die zich ook aan de bordjes 'niet voederen' houdt, is nooit grappig Joop Tey.

Je schele vriendin diep in de ogen kijken en als gevolg daarvan twee dagen migraine hebben, is niet grappig Anton van Vuurden. Op dieet gaan omdat je met een probleem in je maag zit, is nooit grappig Lars Mosch. Tegen een belastingconsulente zeggen dat je voledig aftrekbaar bent, is nooit grappig Joop Tey.

Brandend maagzuur overhouden aan vlammetjes is nooit grappig Oscar Kars. Contactlenzen indoen om een vrouw aan de haak te slaan, is nooit grappig Lars Mosch. Een bamihap uit de chinese muur halen is nooit grappig Willem van de Velden. Een palindroom op een parterretrap bedenken, is nooit grappig Nikolaas Brandjes. Studenten in de ballenbak van McDonalds zijn nooit grappig Lars Mosch. Do I need to say more? Hier is Hans Roodhorst weer:.

Een giraffe die tot zijn nek in de schulden zit is nooit grappig. Een knalfuif organiseren voor Hamas-leden is nooit grappig. Een slaapkop met een gapende hoofdwond is nooit grappig. Je biefstuk laten klaarmaken door een halve gare is nooit grappig. Je hal laten opknappen door een gangmaker is nooit grappig. Een salarisbespreking in een opslagruimte is nooit grappig. Een bloemist die zijn eigen kruis bestuift is nooit grappig.

Prinses Christina onder drie ogen willen spreken is nooit grappig. Bij de banketbakker een slagroompunt NL bestellen, is nooit grappig René Veltman. Een stratenmaker die in de weg loopt is nooit grappig Frank Schijven.

Een klokkenluider die niet meer bij de tijd is, is nooit grappig Erik Brummelhaus. Een nooit grappig verzinnen en als je achter de computer zit het niet meer weten, is nooit grappig Mathijs Gabel. Een Jodenclub op zaterdag laten voetballen is nooit grappig.

Eten bij kaaslicht omdat je de r niet kan uitspreken is nooit grappig. Een burnout halverwege je sabbatical is nooit grappig. Naast de gekke koeien ziekte een iets normalere koeienziekte ontdekken is nooit grappig.

Mensen die vinden dat het woord file te kort is omdat het meestal een kilometer of vier is, zijn nooit grappig. Een kleurenblinde in een zwart-wit film is nooit grappig. Je wandelende tak met zijn halsband aan een boom binden als je op vakantie gaat is nooit grappig. Emile Ratelband met een kies waar nog een beetje verstand in zit is nooit grappig. Een terminale patient die de lotto wint is nooit grappig. Een shoarmatent die Aba Kebabra heet omdat ze er varkensvlees in lamsvlees omtoveren is nooit grappig.

De achterkant van de inhammen van Mart Smeets zijn nooit grappig. Soapsterren die zonder met de ogen te knipperen een woord van drie lettergrepen kunnen uitspreken zijn nooit grappig.

Je buurman die zegt dat jouw vrouw hem niet begrijpt is nooit grappig. Zwaaien naar mensen in een passerende trein terwijl je zelf ook in een trein zit is nooit grappig. Met z'n allen in jouw kringspier gaan zitten is nooit grappig.

Mobiele bellers die na een half uur zeggen 'waar ik eigenlijk voor bel Alcoholisten die niet naar een bijeenkomst van de AA kunnen omdat hun rijbewijs is ingenomen, zijn nooit grappig. Een liliputter die ideaal is op korte termijn is nooit grappig. Een eendagsvlieg op 29 februari terwijl het geen schrikkeljaar is, is nooit grappig. Drie uur lang Eine kleine Nachtmusik om half elf in de ochtend is nooit grappig.

Mensen die op iedere vraag antwoorden met 'absoluut' zijn nooit grappig. Erachter komen dat je BH lekkerder zit als je het op je rug draagt, is nooit grappig. Met je auto achter een groep Hells Angels rijden en merken dat je claxon die ineens afgaat niet meer uit wil, is nooit grappig. Iemand die de platte Legoblokjes veelste dicht op elkaar heeft gedrukt is nooit grappig. Hardop willekeurige getallen roepen als iemand aan het tellen is is nooit grappig. Analafabetische geloofsfanaten die naar de letter van de bijbel leven zijn nooit grappig.

Een patiënt die onophoudelijk zegt dat zijn kortetermijngeheugen erop achteruit gaat is nooit grappig. Mensen die een teckel te laag inschatten zijn nooit grappig. Cyberseks op een computer van 12 jaar oud is nooit grappig. Witgoedverkopers met een Scooby Doo stropdas en een buikje zijn nooit grappig. Een vrouw die net zoveel weegt als een nijlpaard van 87 kilo is nooit grappig. Een pratend televisietoestel als de overtreffende trap van Call TV is nooit grappig.

Iemand die het voortdurend over 'deze jongen' heeft is nooit grappig. Mensen die zeggen 'Ik ben geen maagd meer ik ben steenbok', zijn nooit grappig. Een mislukte zelfmoordpoging omdat de trein niet op tijd kwam is nooit grappig. Een bokscommentator die er tijdens een belangrijke wedstrijd achterkomt dat KO het omgekeerde is van OK is nooit grappig.

Islamitische terreurgroepen die zich Yatogh Nidan noemen, zijn nooit grappig. Voetballers die na een doelpunt een leip dansje maken terwijl ze helemaal niet uit Afrika komen, zijn nooit grappig.

Tegen je aanstaande schoonmoeder zeggen dat je niet één van haar stomme gepatchworkte bedspreien hoeft, is nooit grappig. Mensen die het bijltje er bij neergooien en zich daarbij verwonden aan hun voet zijn nooit grappig.

Clini-clowns die je intake-gesprek bij de uroloog opvrolijken, zijn nooit grappig. Nu pas genoeg Airmiles hebben voor de New Kids on the Block-dekbedovertrek is nooit grappig. Nicotinepleisters aansteken omdat je nerveus bent, is nooit grappig. Grappige gasten die Johan Cruyff net niet goed kennen imiteren, zijn nooit grappig.

Tijdens een sollicitatiegesprek antwoorden met "teamwork? U bedoelt, zoals bij tafelvoetbal? Alcoholisten die zestig keer per dag zeggen dat ze niet drinken om te vergeten, zijn nooit grappig.

Een erotische film die vast blijft zitten in je videorecorder zodat je naar de videotheek moet om te zeggen dat je de band 'Oral lust and anal betrayal' niet terug kunt bezorgen, is nooit grappig. Een junk die een waterfiets probeert te verkopen aan een zeehond is nooit grappig. Komkommertijd terwijl je ongesteld bent is nooit grappig. De cruise control van Marko Bakker die Katja Schuurmans naar huis rijdt omdat ze gedronken heeft, is nooit grappig.

stiekem mastruberen dikke naakte negerin