meisje vingert haar sex met wortel

Maar seksueel rijp zijn is heel iets anders dan volwassen zijn. Of nouja, mijn opmerking heeft niets te maken met seksueel rijp zijn. Bovendien was in het verleden "seksueel rijp" voor een meisje op het moment dat je gebloed had.

Daar zijn we tegenwoordig een stuk preutser in. Kitten Bekijk openbaar profiel Zoek meer berichten van Kitten. Dan kun je jezelf oraal bevredigen; - Zoek een vriendje van 16 die je helemaal uit elkaar trekt; - Gebruik je vuist; Maar wat ik aanraad is gewoon wat minder met sex bezig te zijn, het komt allemaal nog wel. Elk liedje heeft een eind en elk liedje heeft een begin Ik denk dat ik maar eens een hit ga maken.

Toen speelde ik nog met Lego joh Topictools Printversie tonen Deze pagina e-mailen. Zoek in deze topic Geavanceerd zoeken. BB code is Aan. Exacte vakken     Huiswerkvragen: Het is nu E-mail ons - Scholieren. Zoek in deze topic. Zoek meer berichten van meisjexx. Zoek meer berichten van Em. Zoek meer berichten van Killzoner. Zoek meer berichten van Bureaustoel. Zoek meer berichten van Hellraider. Zoek meer berichten van veryniceguy.

Zoek meer berichten van sanni. Zoek meer berichten van isabellexkus. Zoek meer berichten van Kitten. Zoek meer berichten van steffaboy. Stop eens een wortel in je vagina. Zoek meer berichten van ThomasTripleT. Zoek meer berichten van art4live. Zoek meer berichten van -Richard-. Je stopte lego in je vagina? Timeforplanb Senior lid WMRindex: Wat haat ik het toch om seks te hebben. Nou niet om het een of ander, maar ik ben behoorlijk blij dat ik niet in Brazilië woon, dagelijks van bil, daar moet ik serieus niet aan denken zeg!

Wel raar dat werkelozen het weinig doen. Mijn belangrijkste "nee vandaag niet schat" reden is toch dat ik heel erg moe ben na een hectische dag van minstens 17 uur. Als je werkeloos bent zul je daar toch minder last van hebben. Maar misschien heb je dan weer veel zorgen, of drukt dat op je gevoel van zelfwaardering bij mannen dan.

Dus omdat je niet elke dag seks hebt, haat je seks? Misschien zitten zij ook in de stress. Het zoeken naar een baan, proberen rond te komen met de weinig dingen die je hebt.. Chillingg Senior lid WMRindex: Mensen die niet dagelijks seks hebben haten seks. Ik zie m'n vriend niet eens dagelijks. Mijn Gof, je haat je vriend! Force Actief lid WMRindex: Niet dagelijks seks hebben is niet seks haten. Ja dat was mijn conclusie dus ook zie mijn laatste zin. Zorgen en een negatief zelfbeeld komt bij mannen relatief vaak voor als ze werkeloos zijn en maar niet aan de bak komen zijn funest voor de lustgevoelens.

Tja, zo is er altijd wel wat. Snap steeds minder waarom die Brazillianen wel dagelijkse fut hebben. Hoe meer de mensen overvoerd worden met seks op de TV hoe meer de mensen er genoeg van gaan krijgen! Ik heb bijna dagelijks seks Bijna op zondag, bijna op maandag, bijna op Gezien de macho mentaliteit in Zuid-Amerika zullen ze vaker de verhalen uit hun duim zuigen Christine71 Senior lid WMRindex: Bovendien gaat het niet om kwantiteit, maar om kwaliteit.

Toen ik nog vriendin had, hadden we echt niet elke dag seks Vandaar dat ik ook zo reageerde Ik gok dat diegene die hiermee gekomen zijn, te weinig gehad hebben. Ik had op een gegeven moment zóveel seks met mijn toenmalige vriendin, dat ik het niet meer trok pun not intended. Op een gegeven moment was ik het zat, en ik zei: Wat voor dag is het vandaag? Waarom zij dus heel zwoel zei: Noemde zij jouw dingetje een Prinsje?? Dus wij hebben niet vaak seks - en haten het zelfs - omdat we het dagelijks doen?

Ik wist t yessss we zijn slechts met 5. Zit nu bijna een jaar in Brazilië. Dat dagelijks van bil gaan hier, moet zeggen dat ik er helaas nog bar weinig van heb gemerkt.. Keesvsingeren Senior lid WMRindex: Ik heb dagelijks seks met mijn rechter hand, of telt dat niet? Tuurlijk, dat telt ook. En je naam deed al vermoeden dat je actief bent met je handen. Ja verrek, nu je het zegt, vond het altijd al een aparte naam ik kijk op piepklein schermpje van mobieltje.

Lennox , je leest wat je wil lezen he Laatste edit Nou ja, daar wordt het wel grappiger van, al ben ik dan de enige die mijn eigen domme grap snapt. Ik vond keesvingeren ook al erg toepasselijk bij die reactie.

Maar nou snap ik nog niet waarom keevingeren nog grappiger is Maar dat geeft vast niet. Lennox , nou meid, ik heb een loei van een scherm en ontdekte ook net pas mijn leesfout whahaha. Ik denk dat je je bij dit onderzoek ook kunt afvragen, welke landen staan als "eerlijkst" bekend. Hahaha, jij dus ook een dirty mind. Zeg Lennox , ons is nix gevraagd met dat onderzoek he.

...

Seks friesland hoerige slet

Word’ ik gevraaght wat dit zy? Anders niet dan dat uw’ Ed. Venus, gelijk zy op d’eerste dag van elke maand gewoon is te doen, hoort openbaarlik al die om recht tot haren throon komen. Bacon nopende ’t stormen. Aristoteles oordeel daar van.

Quinkslag op de verscheidentheid daar van. Hoe men ’er mee bewijst dat ’er een God is. Zonder haar kon de weereld niet bestaan. Hoogedele greep van zijn uitmuntentheid. Spenen daar by geleken. Aardig verdigtzel tegens een kiekenmurwe vryer. Een ander tot lof van de schaamte. Groeit door haar kortstondicheid.

Aardig bewijs daar van Mevrou Lauraas oogen, ontleent. Anna Maria Schuurmans lof. Christus heeft ’er meer deel aan als yemand anders. Augustin, hoe onvroom in zijn jonkheid. Aurelius Prudentius, wat hy van Lots vrou zeit. B Adstoven moeten voor mannen en vrouwen byzonder zijn. Balk van plaatsen daar genucht gepleegt wort, waarom deurgaans met een roos beschildert. Baroen van Asperen geprezen. W Aan, van wat belang. Wat puntredenen d’allerbeste zijn. Schiedenis van een vermoorden reizer.

Koning Karel maaktze, door heusche woorden, aanzienliker. Wetenschap, of zy in vrouwen prijsselik is. Ook vinden zij het moeilijk hun houding te bepalen in het contact met de allochtone patiënt die veelal op lichamelijke klachten en ziekten gefixeerd is: Huisartsen en andere zorgverleners bestempelen de allochtone patiënt dan ook vaak als lastig terwijl de allochtone patiënt ontevreden is over de zorg die hij krijgt.

Wil men de zorg aan chronisch zieke allochtonen verbeteren, dan is het van belang om inzicht te hebben in hun eigen ideeën en opvattingen over hun ziekte en behandeling en over hun drijfveren om bepaald gezondheidsgedrag wel of niet uit te voeren. Het onderzoek van Coppoolse is één van de eerste onderzoeken die inzicht geven in de ziektebeleving van Marokkaanse chronisch zieken in Nederland.

Het aardige van haar proefschrift is dat de beleving van huisartsen en Marokkaanse chronisch zieken vergeleken worden. Op die manier biedt zij inzicht in de voornaamste verschillen en knelpunten in ziektebeleving tussen beide groepen. De uitkomsten van haar onderzoek bieden huisartsen en andere hulpverleners meer inzicht in de problematiek van de allochtone patiënt.

Ook voor beleidsmakers en onderzoekers in de gezondheidszorg is het boek een waardevolle bron. Door zich in te leven in de ziektebeleving en denkbeelden van de allochtone patiënt wordt het wellicht gemakkelijker deze doelgroep te bereiken in de dagelijkse zorg en het onderzoek op gebied van de gezondheidszorg. Anatomie und Fremdtötung is een historisch-vergelijkende, sociologische dissertatie.

Het bespreekt het debat over stervenshulp in Duitsland vanaf circa Vervolgens beschrijft Ludger Fittkau de ontwikkelingen in Zwitserland, Nederland en België vanaf  en vergelijkt deze met de recente discussies in Duitsland. Stervenshulp analyseert hij als was het een sociale techniek om de acceptatie van het sterven te bevorderen. Daarbij staat hij uitvoerig stil bij de eugenetica als instrument voor biosociale politiek in het begin van de twintigste eeuw. De centrale stelling van Fittkau is dat termen als vrijheid en zelfbeschikking in het debat over stervenshulp verhullen dat het allemaal draait om een streven naar zekerheid en beheersing van het onbeheersbare, namelijk de dood.

Door de planning van tijd en plaats van het sterven die met name bij euthanasie zichtbaar wordt, lijkt de dood getemd te zijn. Daarbij oefenen echter, aldus de auteur, gezinsleden druk uit op ouderen om voor de dood te kiezen vanwege de financiële en emotionele belasting die de verzorging van steeds meer ouderen over steeds meer levensjaren met zich brengt.

Persoonlijke autonomie kan en zal daardoor worden omgebogen tot een plicht om te sterven. Die plicht wordt verguld als zelfopoffering ter wille van de kinderen of voor de volgende generatie. Economische overwegingen die ten grondslag liggen aan stervenshulp, zijn zichtbaar in de bezuinigingen in de gezondheidszorg en de rationalisering van beschikbare middelen.

Zoals gezegd gebeurt dat onder de dekmantel van vrijheid en zelfbeschikking. Naarmate het boek ten einde loopt, wordt de toonzetting grimmiger. De boodschap van Fittkau is verontrustend, doordat hij meermalen met citaten het historische decor oproept van discussies tussen intellectuelen in Duitsland aan het begin van de twintigste eeuw en het misbruik dat het nationaal-socialisme van dat ideeëngoed heeft gemaakt.

Het is jammer dat Fittkau soms formuleringen gebruikt die een complot suggereren. Toen ik Seks in Afrika in handen kreeg, ergerde ik mij direct. De titel vond ik schreeuwerig en het lezen van de achterflap maakte het alleen maar erger: Het oude voyeurisme van de Europeaan in een modern jasje. Desondanks begon ik het te lezen en wat schetst mijn verbazing? De inhoud van het boek voldoet niet aan de schreeuwerige aankondiging. De Greef, een twintiger die als columniste in kranten voor een jong publiek schrijft en enkele boeken op haar naam heeft staan, gaat met open vizier persoonlijke ontmoetingen aan met verschillende mensen uit Kenia, Malawi, Mali en Oeganda.

Ze schrijft daar op een ontwapenende manier over. Haar kracht is haar oprechte belangstelling en eerlijkheid over eigen vooringenomenheid die ze in de contacten met jongeren uit de verschillende landen netjes fileert, en daarmee de titel van haar boek een knipoog toedient.

Die knipoog betreft niet alleen de communicatiestrategie van haar uitgever, maar treft ook ons lezers, Nederlander of westerling. In een column over Mali snijdt ze het probleem aan dat seks natuurlijk een taboe is in veel Afrikaanse landen, dus zeker in moslimlanden zoals Mali.

Door verslag te doen van een discussie en een demonstratie met een houten dildo op een school rekent ze subtiel en grappig af met dit stereotype. Maar de auteur doet meer dan de valkuilen van de verbeelding ontrafelen.

Zo stelt ze ook vragen over lastige onderwerpen als vrouwenbesnijdenis en plaatst de rechtvaardiging van het gebruik en haar afwijzende reactie naast elkaar. Zij doet dit op een manier die niet tot verwijdering leidt op papier ten minste tussen haar gesprekspartners en haar, maar ze laat vanuit een soort universeel tienerperspectief en op een matter-of-fact manier de leuke en lastige dingen in het leven in het algemeen en over seks in het bijzonder de revue passeren.

En er passeert van alles de revue; porno, tongzoenen, masturberen, onthouding, ongewenste zwangerschap, sugar daddies, seksstandjes. De kracht van het boek is de toon van een zeldzame openhartige aard zoals we die niet treffen in het NGO vertoog ondanks de pogingen daartoe of het academische vertoog. De krampachtigheid van politieke correctheid of juist het corrumperende effect van subtiel etnocentrisme is haar vreemd.

Ze stuitte op overeenkomsten waar jongeren allemaal mee te maken krijgen: Daarbij beschrijft ze op subtiele wijze, wanneer de situatie juist wel heel specifiek anders is, lastig of gevaarlijk, zoals tieners in Nederland dat niet kennen. Het is een boek over jongeren voor jongeren, maar stiekem denk ik dat vooral volwassenen er veel van kunnen leren.

Je moet niet te moeilijk doen over de leuke en minder leuke kanten van seks. Ze bestaan naast elkaar en je kunt ze daarom het beste op dezelfde toon tegemoet treden. In deze autobiografisch geïnspireerde roman doet Anne Hermans onder pseudoniem verslag van haar co-schappen.

Ze beschrijft de dagelijkse gang van zaken bij verschillende medische specialismen gedurende de twee jaar van haar co-schappen en hoe haar rite de passage van student geneeskunde naar arts, niet altijd in positieve zin, haar sociale en liefdesleven beïnvloedt.

De roman is daarmee zowel een verslag van haar co-schappen als een liefdesgeschiedenis. Bovenal is het het verhaal van een eigentijdse jonge vrouw die worstelt met de vraag wat een goede dokter is en hoe ze een goede dokter kan worden die tegelijkertijd zichzelf blijft.

In chronologische volgorde komen de volgende specialismen aan bod: Het aardige hiervan is dat niet alleen de ontwikkeling van de hoofdpersoon tot dokter zichtbaar wordt, maar ook de verschillen in werkcultuur tussen de verschillende specialismen. De waarde van de roman is niet alleen dat Hermans ingaat op hoe zijzelf en artsen met wie ze samenwerkt, omgaan met hun mede verantwoordelijkheid voor ziekte, genezing en soms ook dood van hun patiënten, maar ook dat ze als buurvrouw, dochter, vriendin en minnares aanwezig blijft en haar verantwoordelijkheid neemt.

Zo is het komisch om te lezen hoe de hoofdpersoon het lichamelijk onderzoek oefent op haar vriend — overigens zonder zijn voorafgaande toestemming — ter voorbereiding op haar werkzaamheden de volgende dag als co-assistent. Ook ontroerend is hoe ze uit betrokkenheid met haar oude buurvrouw die na een val in het ziekenhuis belandt, ook als dokter wil toezien op de kwaliteit van haar behandeling. Uit deze en andere voorbeelden spreekt ook het zoeken naar de afbakening van verschillende, soms strijdige rollen die ze als arts vervult.

Het is een zoektocht naar het vinden van een goede balans tussen distantie en betrokkenheid met patiënten. Een verschijnsel dat medisch antropologen zeker niet vreemd is. Hermans maakt in relatie tot het vinden van een goede balans tussen betrokkenheid en distantie invoelbaar waarom artsen zich in de ogen van patiënten, hun familie en beginnende co-assistenten soms bot, koud of grof lijken op te stellen.

Het blijkt voor sommige artsen een manier om de voortdurende confrontatie met ziekte, gebrek en dood hanteerbaar te maken of te houden.

Ze laat zien dat een goede balans hierin niet voor iedereen hetzelfde inhoudt. De jaargenoten van de hoofdpersoon, Marjolein en Hugo, gaan met de balans tussen distantie en betrokkenheid anders om.

Jammer is dat in De co-assistent minder ruimte is voor reflectie op het handelen van de arts dan in de klassieker Anatomie van het gevoel. Dagboek van een co-assistent van Alexander van Es uit Al met al is dit boek voor medisch antropologen interessant, omdat Hermans het arts-zijn van binnenuit beschrijft en daarnaast voor hen belangrijke vraagstukken aansnijdt.

Een goede arts is volgens Hermans niet alleen iemand die inhoudelijk deskundig, toegewijd en op afstand betrokken is bij zijn of haar patiënten, maar bovenal iemand die zijn eigen feilbaarheid niet uit het oog verliest en leert van zijn of haar bijna fouten.

Kortom, een arts die we ons wellicht niet allemaal wensen, maar wel een arts waar we op den duur meer aan kunnen hebben. Na een bezoek aan het graf van Sidi Abd l Aziz begeven ze zich naar een van zijn nakomelingen hufdan om voorspoed af te smeken.

De hafid neemt hun hoofd in zijn handen en spreekt een koranvers uit. Dan volgt een korte rituele uitdrijving. De genezer beklopt met een stok zachtjes hun lichaam en blaast hen in de oren. Intussen prevelt hij formules, Allah en de heilige aanroepend. Soms hebben bezoekers meer specifieke vragen, waaronder vaak relatiegerelateerde problemen.

Soms worden bij mensen die psychotisch, bewusteloos, agressief of opgewonden zijn, geesten uitgedreven. Alles vindt plaats in de openbaarheid en is voor iedereen hoor- en zichtbaar. Eens per jaar tijdens de musem, het jaarlijkse volksfeest ter ere van de heilige, is Ben Yeffu het doel van een pelgrimage van duizenden mensen niet alleen uit regio, maar ook uit grote steden in de nabije omgeving, zoals Casablanca.

Philip Hermans, psycholoog en antropoloog, beschrijft in De wereld van de djinn de traditionele geneeswijzen in Marokko aan de hand van bovengenoemd heiligdom. Hij bundelt hierin zijn onderzoekservaringen op het gebied van de Marokkaanse etnogeneeskunde van de afgelopen decennia.

Hij kiest voor Ben Yeffu als onderwerp van zijn etnografie, omdat dit heiligdom in de literatuur nog geen aandacht gekregen heeft. Hermans beschrijft helder en grondig wat hij tijdens zijn vele observaties en gesprekken met betrokkenen gezien en gehoord heeft. Het krijgt daardoor iets alledaags, maar wordt ook herkenbaar voor wie kennis heeft van bijvoorbeeld rooms-katholieke tradities. Diepgravende analyses van mogelijke onderliggende structuren en patronen laat hij achterwege.

Het succes van degelijke geneeswijzen ligt volgens hem in de concrete belofte op beterschap en niet zozeer in speculatieve verborgen psychoanalytische processen of symbolische transacties.

Zijn werkwijze maakt de etnografie tot een toegankelijke inleiding in de Marokkaanse etnogeneeskunde voor een breed publiek en een waardevolle aanvulling van antropologische studies over dit thema. Het boek opent met een hoofdstuk over ziekte en gezondheid, waarin Hermans de belangrijkste elementen van de traditionele geneeswijzen in Marokko bespreekt. Daarna komt de geschiedenis van het heiligdom Ben Yeffu aan de orde, zoals die uit historische bronnen en orale tradities op te maken valt.

Enerzijds legitimeert de geschiedenis het gezag van de heilige; anderzijds verklaart ze de oorsprong van handelingen, zoals het blazen en het bekloppen met een stok.

Na een beschrijving van de fysieke omgeving en de gebouwen van het heiligdom, gaat Hermans uitgebreid in op de sociale organisatie van genezers, de Ulad Ben Yeffu. Zij zijn de nakomelingen van de heilige gezegend met zijn baraka goddelijke genade. Ze zijn bij toerbeurt aanwezig in het heiligdom, waar ze de pelgrims zegenen en uitdrijvingen doen, waarvoor ze giften krijgen. Duidelijk wordt duidelijk hoezeer het ritueel verstrengeld is met de sociale, economische en politieke verhoudingen ter plaatse.

Kort staat Hermans stil bij de musem, het jaarfeest annex jaarmarkt ter ere van de heilige. In de kern van het boek, het hoofdstuk over genezen in Ben Yeffu, duidt Hermans na een uitvoerige beschrijving de betekenis van de rituele uitdrijvingen. Hij concludeert dat elke uitdrijving een klein drama is, waarbij de onderwerping van een demon, maar feitelijk van de zieke wordt gevraagd. Hij wijst daarbij op de behendigheid van de genezer de reacties van de bezetene in te passen in het idioom van de bezetenheid.

De bezetenen spelen hierin soms even behendig mee. Hermans geeft aan dat men als kind in een wereld, waarin demonen een rol spelen, gesocialiseerd is en leeft in een sociaal-culturele context die deze wereld keer op keer bevestigt. Het effect van het ritueel schuilt in belangrijke mate hierin. Het voorlaatste hoofdstuk behandelt Marokkaanse genezers in Nederland en België aan de hand van drie voorbeelden van genezers in Brussel, Antwerpen en Rotterdam.

De relatie met de hoofdtekst is beperkt. Het gaat niet om nakomelingen van de heilige die in den vreemde een praktijk als genezer hebben. Hermans merkt op dat deze genezers in hun presentatie meer aandacht schenken aan hun kwaliteit en professionaliteit en aan hun legitimatie.

Een van de genezers modelleert bijvoorbeeld zijn praktijk naar die van een arts. Daarnaast behandelen de genezers in Europa anders dan in Marokko vooral psychische stoornissen en veel minder lichamelijke ziekten. Aan het eind van zijn boek stelt Hermans de vraag of de Marokkaanse traditionele genezers genezen. Hij verwijst daarbij naar het placebo-effect en naar Moerman die spreekt van een betekenisrespons.

Daarnaast betekent uitdrijving reductie van angst, controle, disciplinering en intensivering van familierelaties. Tevens bevestigt het ritueel de bestaande sociale orde en biedt het heiligdom voor enkele mensen asiel en een sociaal aanvaarde rol als helper. Hermans signaleert een ethisch dilemma: De wereld van de djinn is een etnografie over een specifiek Marokkaans genezingsritueel, zoals de medische antropologie er meerdere kent, met als bekendste The hamadsha van Crapanzano.

Dergelijke etnografieën hebben een beperking: Ook in Hermans boek krijgt de lezer daar alleen een beeld van voor zover het zich bij de bezoekers aan het heiligdom manifesteert. Dat draagt het risico in zich dat hun hulpzoekgedrag daarmee vereenzelvigd wordt.

Mensen maken echter keuzen. Hermans zelf geeft het voorbeeld van een moeder die vanwege haar spastische dochter die een beroep doet op de genezers. De artsen die zij eerder geraadpleegde, gaven aan niets te kunnen doen. Welke plaats de traditionele geneeswijzen innemen in het leven van mensen; wanneer en op welke gronden daarvoor gekozen wordt, blijft in etnografieën zoals die van Hermans grotendeels buiten beeld, hetgeen ook geldt voor de articulatie van geneeswijzen.

Door de focus op het ritueel is het ingewikkeld uitspraken te doen over de plaats die traditionele geneeswijzen innemen in het leven van alle dag. Wat mij verder opvalt is dat Hermans ondanks zijn jarenlange studie van de Marokkaanse traditionele geneeswijzen, veelal ter plekke, nauwelijks ingaat op veranderingen in het ritueel en de betekenis ervan.

Zelf geeft hij echter in zijn inleidende hoofdstuk aan dat sommige Marokkaanse genezers inmiddels via telefoon en intranet werken. Heeft het ritueel in Ben Yeffu zich aan alle maatschappelijke ontwikkelingen kunnen onttrekken? Een wezenlijke kwestie, zeker omdat volgens Hermans zelf het geloof in djinns en het vertrouwen in het ritueel samenhangen met socialisatie en leerproces. Ben Yeffu verschijnt nu als een in de tijd gestold fenomeen.

Hoewel het nog veel vragen onbeantwoord laat, is De wereld van de djinn voor ieder die zich wil verdiepen in de traditionele geneeswijzen in Marokko een informatief boek, dat zeker aan te raden is. Haar ouders — moeder maatschappelijk werkster en vader psycholoog en beiden vrijwilligers voor kerk en school — stimuleerden haar.

Totaal onbevangen en zonder specifieke opleiding belandde Holloway als vrijwilligster in Nampossela inwoners in het zuidoosten van Mali. Daar zou zij twee jaar lang samenwerken met de jarige Monique Dembele, de lokale vroedvrouw. Er ontstond een hechte vriendschap. Deze vriendschap tussen twee jonge vrouwen met een totaal verschillende sociale en culturele achtergrond is de basis van Monique and the mango rains.

Het overlijden van Monique bij de geboorte van haar vijfde kind in vormde de aanleiding. Kris Holloway was toen al weer zeven jaar in Amerika en Monique had haar daar intussen een keer bezocht.

Onbevangenheid en open staan voor een nieuwe omgeving is de kracht van Holloway. Ze maakt geen studie van de mensen, maar participeert als jonge vrouw zo goed als ze kan in de kleine Afrikaanse gemeenschap. Wat ze meemaakt, beschrijft ze en daarmee ze een indringend beeld van het zware leven van de vrouwen als ook van de veelal inadequate moeder- en kindzorg.

Holloway, die in Nampossela door iedereen Fatumata Dembele wordt genoemd, heeft een mooi boek geschreven dat leest als een roman zonder sentimenteel te worden. Zij hanteert de ik-vorm en is steeds in gesprek met Monique. Vrouwen in Mali baren gemiddeld zes tot acht kinderen en lopen een groot risico te sterven door zwangerschap en bevalling. De moedersterfte in Mali — een op de twaalf vrouwen — behoort tot de hoogste in de wereld. Al in het eerste hoofdstuk confronteert Holloway de lezer met een gedetailleerd verslag van een bevalling in een primitieve kraamhut.

Ze maakt dan voor het eerst de geboorte van een baby mee. Ze beseft dat ze als jarige vier jaar ouder is dan de vrouw die bevalt en slechts twee jaar jonger dan Monique die de bevalling begeleidt. In het laatste hoofdstuk verhaalt ze hoe ze acht jaar later terugkeert naar Nampossela en in detail verneemt hoe Monique overleden is.

Haar relaas laat de lezer niet onberoerd, zeker niet nadat deze Monique zo goed heeft leren kennen in de voorafgaande hoofdstukken. Monique begeleidde niet alleen bevallingen met geringe middelen in de meest basale omstandigheden, maar droeg ook de volledige verantwoordelijkheid voor een kleine kliniek.

Hoewel niet medisch geschoold helpt Holloway Monique zoveel als ze kan. Ze weegt babies, deelt medicijnen uit en geeft af en toe gezondheidsvoorlichting.

Ze praten openhartig over kinderen krijgen Monique heeft dan twee kinderen , trouwen Monique heeft een slecht huwelijk met François , relaties Monique heeft een buitenechtelijke relatie met Pascal en Holloway heeft dan in Mali een Amerikaanse vrijwilliger, haar huidige echtgenoot, leren kennen , voeding, geboortebeperking, besnijdenis, menstruatie en aids.

Er zijn geen geheimen tussen hen. Een kleurenfoto van Monique prijkt op de kaft van het boek. De titel verwijst naar het belang van de regen dat als een rode draad door het boek loopt. Zonder regen is er geen leven voor de bewoners van Nampossela. Monique wijst Holloway hierop en benadrukt dat het voor de mensen van groot belang is om goed op de komst van de regens te letten en op het juiste tijdstip te zaaien.

Ieder jaar blijkt dat weer een gok. Begint men te vroeg, dan verdrogen de zaden; begint men te laat, dan is de geschikte groeitijd verloren. Er is maar één kans, want er is onvoldoende zaad om een tweede keer te zaaien. Als Monique Holloway een keer een rijpe mango aanreikt, dankt Holloway haar, maar volgens Monique moet ze niet háár bedanken maar de mango rains, de korte regenbuien die in februari en maart vallen als de grond erg droog is en de zware regens nog moeten komen.

Monique and the mango rains is een typisch Amerikaans boek, waarin éen individu centraal staat. Daardoor is het indringend en overtuigend. Voor iedereen die geïnteresseerd is in het leven van alledag in een Afrikaans dorp, in Afrikaanse vrouwen en in traditionele verloskunde, is het een aanrader. Hij is toen op het idee gekomen het materiaal van zijn colleges om te werken tot een boek en speciaal te betrekken op het ouder worden.

Het resultaat is op de eerste plaats een — zeer leesbare — verhandeling over moderne filosofie. Pas in tweede instantie wordt de relatie met ouderdom gelegd via een proloog en epiloog en korte inleidingen tot de vier delen die het boek telt.

De beschouwingen over moderne filosofie starten vanuit de vier grote vragen die Kant aan de filosofie stelt: Wat kan ik weten? Wat moet ik doen? Wat mag ik hopen? Wat is de mens? Aan elk van deze vragen wijdt Gerard Koek twee hoofdstukken waarbij hij zich steeds tot één filosoof richt die hem bijzonder aanspreekt, respectievelijk: Wittgenstein, Nussbaum, Lyotard en Taylor.

De reden dat dit boek, bij zijn tweede druk, hier besproken wordt, ligt echter niet zozeer in zijn filosofische contributie sec, maar in de aandacht voor ouderen en wijsheid.

Wordt in de filosofische geschriften die hij bespreekt ook een band gelegd tussen wijsheid en ouder worden? En wat is wijsheid eigenlijk? Afgezien van het beroemde citaat van Hegel dat de uilen van Minerva pas bij het vallen van de nacht uitvliegen inzicht komt pas als de dag — het leven?

Psychologisch onderzoek — waar Koek overigens niet aan refereert — suggereert dat er geen verband is tussen wijsheid en leeftijd. Maar ook de filosofie lijkt weinig steun te bieden. De filosofen die hij aanhaalt in zijn betoog, hebben allen hun belangrijkste gedachten op relatief jonge leeftijd geformuleerd. Hun geschriften op latere leeftijd zijn hoofdzakelijk uitweidingen en beperkte aanpassingen van de inzichten van hun vroege jaren.

Dit geeft te denken, maar de auteur staat hier niet bij stil. Veelbetekenend is dat de passages in het boek die over wijs en oud gaan, niet geïntegreerd zijn in het betoog over moderne filosofie, maar vooral voortkomen uit de gedachten van de auteur zelf of van andere auteurs. Overigens zijn dat zeker waardevolle gedachten, ook al klinken ze wat clichéachtig. Met betrekking tot kennis de eerste vraag van Kant legt Koek er de nadruk op dat de ouderen in onze tijd door de snelle veranderingen in kennis en wetenschap juist minder weten dan de jonge generatie.

Ook als het om de ethiek gaat Kants tweede vraag verkeren ouderen in een lastige positie, omdat de zekerheden van de oude ethiek regels en religie losgelaten worden. Ouderen zijn in die situatie niet de wijze raadgevers zoals spreuken en spreekwoorden wel beweren.

Ook als het om toekomstverwachting derde vraag gaat, meent de auteur, verkeren veel ouderen in verwarring. De verwachtingen en idealen van hun jeugd zijn vaak komen te vervallen en ze worden teruggeworpen op de kwaliteiten van hun eigen leven, iets wat ze nooit geleerd hebben. Nauw verbonden daarmee is de visie van ouderen op hun eigen identiteit vierde vraag.

Zelfs over wie zij zijn volgens Socrates het begin van de wijsheid verkeren veel ouderen in verwarring. Aan het slot van zijn boek tovert de auteur toch nog filosofische visies op wijsheid tevoorschijn en besluit met een pleidooi voor wijsheid van de oudere als een aanvaarding van de eindigheid van het bestaan.

Die aanvaarding mag echter niet leiden tot relativering en defaitisme maar dient juist gevoed te worden door een passie voor het leven, zoals hij met een mooi en paradoxaal citaat van de jong gestorven Nederlandse filosofe Trudy van Asperen betoogt.

In zijn eigen woorden: Het zijn interessante gedachten, maar ze geven geen antwoord op de vraag waarmee — en waarom — ik dit boek ging lezen: Als Frank Kortmann, hoogleraar Transculturele Psychiatrie aan de Radboud Universiteit Nijmegen, een boek schrijft over zijn vakgebied, verwacht je als lezer een gedegen verhandeling over de theoretische uitgangspunten.

Dat is inderdaad het geval, maar de vraag is ook of zijn visie op transcultureel werken — het als behandelaar vanuit de ene cultuur werken met cliënten uit een andere — ook in de praktijk bruikbaar is. Helpt zijn model de GGZ-behandelaar in de spreekkamer?

In Transculturele psychiatrie behandelt Kortmann het diagnostische en therapeutische proces. Hij noemt de relationele problemen de communicatie , de professionele problemen de diagnostiek en staat dan stil bij farmacotherapie en psychotherapie. Na een probleemstelling en een schets van de omvang van de allochtone doelgroep volgen een theoretisch hoofdstuk en verscheidene praktijkgerichte hoofdstukken.

Elk hoofdstuk sluit af met korte en krachtige adviezen in een kader. Deze adviezen zijn soms wat erg kort door de bocht en een simplificatie van het ervoor beschrevene. Het boek maakt zo een uitgebalanceerde indruk, waarbij overigens de titel wat verwarrend is. Uiteraard heeft de schrijver zijn eigen praktijk in een theorie willen vatten, vandaar de titel. Kortmann geeft blijk van zijn grote kennis en belezenheid en in die zin is het boek een mooi state-of-the-art-werk.

Doordat een zaken- en namenregister ontbreekt, is het echter wat moeilijker als naslagwerk te gebruiken. Ik mis overzichtstabellen, bijvoorbeeld van de omvang van de etnische minderheidsgroepen en over de prevalentie van ziekten. De auteur beschrijft zoals dat zo vaak bij Nederlandse schrijvers het geval is, helaas niet de situatie in Vlaanderen. Mogelijk is dit een aandachtspunt bij een eventuele tweede druk.

Wat ik verder mis, is een hoofdstuk over de kenmerken van de Nederlandse en Belgische cultuur, met name wat betreft omgangsvormen in de gezondheidszorg. Een dergelijk hoofdstuk zou niet hebben mogen ontbreken. Hofstede die Kortmann wel aanhaalt, heeft hier belangwekkende zaken over geschreven die behandelaars zich ter harte zouden moeten nemen, maar zich zelden realiseren. Een beschrijving van de achtergrondcultuur van de grote etnische minderheidsgroepen in Nederland en België zou eveneens niet hebben misstaan.

Uiteraard is cultuur dynamisch en is de cultuur van Marokkaans-Berberse, Turks-Anatolische en Surinaamse groepen in Nederland anders dan in de herkomstlanden, maar een beschrijving van hun gewoonten, normen en waarden die gevolgen hebben voor het contact met de GGZ, zoals religieuze overtuiging en gezinsstructuur, zou handig zijn geweest.

In de praktijk is de vraag van allochtonen divers. Vermenging van somatische, psychische en sociale hulpvragen komen bij hen frequenter voor dan bij autochtonen. Daarvoor biedt het boek te weinig handvatten. Hoe bijvoorbeeld om te gaan met de frequente vraag om medische verklaringen? Ten slotte is het wat merkwaardig dat Kortmann, die stelt dat alle psychiatrie transcultureel is, slechts allochtone patiënten als voorbeeld gebruikt. Immers, contact met Nederlandse patiënten die sterk in hun eigen minderheidscultuur leven, kan even lastig zijn.

Tot zover dat wat ik gemist heb. Waar is het boek sterk in? Kortmann geeft een fraai theoretisch raamwerk voor de ontmoeting met de cultureel andere. Hij gebruikt hiervoor de theorie van Procee die een onderscheid maakt tussen universalisme en relativisme in het omgaan met de werkelijkheid.

Het communicatief relativisme, waarin elk mens eigen regels heeft voor het omgaan met de waarheid, maar er wel respect bestaat voor elkaars meningen en zienswijzen bestaat, is de correcte grondhouding voor de communicatie met de ander. Het communicatief universalisme, consensus trachten te bereiken over wat waar is, is geschikt voor de diagnostische fase.

Een psychiater kan immers zijn eigen vak niet verloochenen. Kortmann geeft duidelijk de mogelijkheden van het vak aan.

Het gaat wel wat ver om gedragingen die niet binnen de DSM of ICD te classificeren zijn, buiten de scope van de psychiatrie te zetten. Wellicht kan daarmee ook interessant onderzoekbaar gedrag worden uitgesloten!

Een voorbeeld hiervan is de trancebeleving die in andere culturen veel voorkomt en die niet gevangen kan worden in de dissociatieve stoornis zoals in de DSM beschreven. Het boek geeft een overzichtelijke weerslag van het vakgebied, waar toekomstige behandelaars en onderzoekers uit kunnen halen wat naar hun gading is. Kortmann zet helder problematiek neer en draagt mogelijke oplossingen aan.

Daarbij put hij uit een schat aan literatuur. Zo geeft hij een brede verhandeling over het begrip cultuur. Ook het hoofdstuk over psychofarmaca is een complete weerslag van de wetenschappelijke kennis op dit moment. Wel is het daarbij jammer dat de nieuwere middelen niet genoemd worden, maar daar is nu nog geen onderzoek van beschikbaar. In het hoofdstuk over psychotherapie komt een fraai algemeen stramien aan de orde, maar wordt, ook uit gebrek aan data, niet stilgestaan bij de werkzaamheid van specifieke methoden bij de verschillende groepen.

Zo worden ook de omissies in de wetenschappelijke stand van zaken zichtbaar, maar zonder dat de schrijver dit expliciet noemt.

Transculturele psychiatrie is als lees- en leerboek een aanrader voor behandelaars in de GGZ. Het is zeker niet het laatste boek dat over het vakgebied geschreven is. Het is een monografie die duidelijk de ervaring en de theoretische concepten van de schrijver weergeeft, gesteund door veel literatuur. Voor behandelaars in de GGZ geeft het boek een theoretische basis en ook wel praktische handvatten, maar er is wat te weinig aansluiting met de praktijk in Nederland en België.

Meer gedifferentieerde casuïstiek uit de psychiatrische praktijk hier met zowel allochtone als autochtone patiënten had het boek bruikbaarder kunnen maken. Daarbij had met name ook gekeken kunnen worden naar de tweede generatie allochtonen die nu in grote getale naar de GGZ komen, met problemen die te maken hebben met identiteitsverwarring.

De visie van Kortmann is zeker interessant genoeg om voor te leggen aan een internationaal publiek. Een Engelstalige uitgave is dan ook zeker aan te bevelen. Development of culturally competent practitioners. Interculturele zorgverlening wordt steeds belangrijker in een wereld die alsmaar meer multicultureel wordt. Op een wereldwijde schaal spreekt een op de vijf kinderen thuis niet de taal van het land waar het verblijft, terwijl in de Verenigde Staten eenderde van de bevolking tot een etnische minderheid behoort.

Onnodig te zeggen dat deze aantallen toenemen en dat in bepaalde stedelijke centra de etnische minderheden in de meerderheid zijn. In deze maatschappelijke context is Transcultural health and social care ten zeerste aanbevolen. Het boek behandelt een brede waaier aan onderwerpen: De bijdragen komen uit verschillende disciplines en diverse, hoofdzakelijk Europese, landen. Irene Papadopoulos wil individuele zorgverleners, organisaties en het westerse gezondheidssysteem een groter besef bijbrengen van etnocentrisme, racisme en discriminatie.

Vervolgens wil zij cultuurcompetente zorg aanbrengen, waarin drie aspecten centraal staan: Het is een grote verdienste van de auteurs dat ze oog hebben voor beide aspecten: Het boek bestaat uit vier delen. Deel 1 is getiteld Transcultural health care and the development of culture-generic competencies. Na een kort overzicht van de verschillende bijdragen lichten Papadopoulos, Tiki en Taylor in het tweede hoofdstuk het model van cultuurcompetente zorg toe.

Ze tonen de culturele verschillen en gelijkenissen in ziekte en gezondheid en verduidelijken het verband met onderliggende maatschappelijke en organisatorische structuren. Ze omschrijven culturele competentie als het vermogen om in efficiënte gezondheidszorg te voorzien met inachtneming van cultureel ingebedde overtuigingen, gedragingen en noden van mensen. Deze omschrijving is de rode draad en wordt in de volgende hoofdstukken telkens zeer concreet uitgewerkt. Een bijdrage van Papadopoulos over het opzetten van cultuursensitief onderzoek sluit dit deel af.

In deel 2 — Developing culture-specific competencies — komen telkens specifieke groepen aan de orde, die bekeken worden in het licht van het gemis aan relevante en toegankelijke voorlichting, het belang van efficiëntie in cross-culturele communicatie, de effecten van marginalisatie en uitsluiting alsook wat er kan aan gedaan worden.

Allereerst behandelen Papadopopoulos en Lees geloofsovertuigingen, folk medical theories en de invloed ervan op de beleving en behandeling van kanker bij GrieksCyprioten en Chinezen. Daarna gaan Papadopoulos, Lay en Gebrehiwot in op zorg- en hulpverleningsnoden van Ethiopische en Somalische vluchtelingen in West-Europa.

Vervolgens geven Davies en Papadopoulos een symbolisch-antropologische lezing van noties van moederschap en zwangerschap bij Arabisch-islamitische vrouwen en vergelijken vrouwen in Arabische en Westeuropese gebieden.

Ze tonen de misverstanden en uitwegen voor de zorgverlening aan deze vrouwen, met bijzondere aandacht voor de invloed van westerse concepten op problemen in de zorgverlening aan deze doelgroep. Ze onderwerpen bijvoorbeeld de westerse dichotomie van privaat-publiek aan een kritische analyse. Dit is naar mijn mening één van de sterkste onderdelen van dit boek. Dit deel sluit af met hoofdstukken over cultureel beïnvloede overtuigingen en praktijken in druggebruik bij Grieks-Cypriotische jongeren in Groot-Brittannië besproken en de wijze waarop hulpverleners deze praktijken kunnen hanteren, en over preventie en gezondheidsbevordering bij zigeuners.

De organisatiestructuur van de zorgverlening in Finland, Duitsland, Griekenland en Spanje komt in deel III European perspectives on cultural competence aan de orde.

Daarnaast vindt de lezer ook kortere uitweidingen over andere Europese landen. Deze hoofdstukken beginnen allen met een etnohistorisch overzicht van de medische zorg in het betreffende land. Belangrijke locale verschillen worden hier meteen duidelijk.

Het hoofdstuk over Duitsland bevatten interessante cijfers over de zorg aan migranten en de probleemgebieden daarbinnen. In het hoofdstuk over Griekenland wordt aangetoond hoe veranderde huwelijksgewoonten, familiale aspecten, seksuele normen of erfenisrechten een invloed hebben op gezondheid en welzijn.

Het hoofdstuk over Spanje beschrijft de gezondheidsnoden van de Afrikaanse bootvluchtelingen en de invloed van migratiewetgeving en de gezondheidszorgpolitiek op het welzijn van deze groep. In deel IV Global perspectives and cultural competence gaan Fedorowicz en Walczyk in op het onderscheid tussen cultuur en religie in de interculturele zorg.


meisje vingert haar sex met wortel

Maar seksueel rijp zijn is heel iets anders dan volwassen zijn. Of nouja, mijn opmerking heeft niets te maken met seksueel rijp zijn. Bovendien was in het verleden "seksueel rijp" voor een meisje op het moment dat je gebloed had. Daar zijn we tegenwoordig een stuk preutser in. Kitten Bekijk openbaar profiel Zoek meer berichten van Kitten. Dan kun je jezelf oraal bevredigen; - Zoek een vriendje van 16 die je helemaal uit elkaar trekt; - Gebruik je vuist; Maar wat ik aanraad is gewoon wat minder met sex bezig te zijn, het komt allemaal nog wel.

Elk liedje heeft een eind en elk liedje heeft een begin Ik denk dat ik maar eens een hit ga maken. Toen speelde ik nog met Lego joh Topictools Printversie tonen Deze pagina e-mailen.

Zoek in deze topic Geavanceerd zoeken. BB code is Aan. Exacte vakken     Huiswerkvragen: Het is nu E-mail ons - Scholieren. Zoek in deze topic. Zoek meer berichten van meisjexx. Zoek meer berichten van Em. Zoek meer berichten van Killzoner. Zoek meer berichten van Bureaustoel. Zoek meer berichten van Hellraider. Zoek meer berichten van veryniceguy. Zoek meer berichten van sanni. Zoek meer berichten van isabellexkus. Zoek meer berichten van Kitten.

Zoek meer berichten van steffaboy. Stop eens een wortel in je vagina. Zoek meer berichten van ThomasTripleT. Zoek meer berichten van art4live. Zoek meer berichten van -Richard-. Je stopte lego in je vagina? Timeforplanb Senior lid WMRindex: Wat haat ik het toch om seks te hebben. Nou niet om het een of ander, maar ik ben behoorlijk blij dat ik niet in Brazilië woon, dagelijks van bil, daar moet ik serieus niet aan denken zeg!

Wel raar dat werkelozen het weinig doen. Mijn belangrijkste "nee vandaag niet schat" reden is toch dat ik heel erg moe ben na een hectische dag van minstens 17 uur. Als je werkeloos bent zul je daar toch minder last van hebben.

Maar misschien heb je dan weer veel zorgen, of drukt dat op je gevoel van zelfwaardering bij mannen dan. Dus omdat je niet elke dag seks hebt, haat je seks? Misschien zitten zij ook in de stress.

Het zoeken naar een baan, proberen rond te komen met de weinig dingen die je hebt.. Chillingg Senior lid WMRindex: Mensen die niet dagelijks seks hebben haten seks. Ik zie m'n vriend niet eens dagelijks. Mijn Gof, je haat je vriend! Force Actief lid WMRindex: Niet dagelijks seks hebben is niet seks haten. Ja dat was mijn conclusie dus ook zie mijn laatste zin. Zorgen en een negatief zelfbeeld komt bij mannen relatief vaak voor als ze werkeloos zijn en maar niet aan de bak komen zijn funest voor de lustgevoelens.

Tja, zo is er altijd wel wat. Snap steeds minder waarom die Brazillianen wel dagelijkse fut hebben. Hoe meer de mensen overvoerd worden met seks op de TV hoe meer de mensen er genoeg van gaan krijgen!

Ik heb bijna dagelijks seks Bijna op zondag, bijna op maandag, bijna op Gezien de macho mentaliteit in Zuid-Amerika zullen ze vaker de verhalen uit hun duim zuigen Christine71 Senior lid WMRindex: Bovendien gaat het niet om kwantiteit, maar om kwaliteit.

Toen ik nog vriendin had, hadden we echt niet elke dag seks Vandaar dat ik ook zo reageerde Ik gok dat diegene die hiermee gekomen zijn, te weinig gehad hebben. Ik had op een gegeven moment zóveel seks met mijn toenmalige vriendin, dat ik het niet meer trok pun not intended. Op een gegeven moment was ik het zat, en ik zei: Wat voor dag is het vandaag? Waarom zij dus heel zwoel zei: Noemde zij jouw dingetje een Prinsje??

Dus wij hebben niet vaak seks - en haten het zelfs - omdat we het dagelijks doen? Ik wist t yessss we zijn slechts met 5. Zit nu bijna een jaar in Brazilië. Dat dagelijks van bil gaan hier, moet zeggen dat ik er helaas nog bar weinig van heb gemerkt.. Keesvsingeren Senior lid WMRindex: Ik heb dagelijks seks met mijn rechter hand, of telt dat niet?

Tuurlijk, dat telt ook. En je naam deed al vermoeden dat je actief bent met je handen. Ja verrek, nu je het zegt, vond het altijd al een aparte naam ik kijk op piepklein schermpje van mobieltje. Lennox , je leest wat je wil lezen he Laatste edit Nou ja, daar wordt het wel grappiger van, al ben ik dan de enige die mijn eigen domme grap snapt.

Ik vond keesvingeren ook al erg toepasselijk bij die reactie. Maar nou snap ik nog niet waarom keevingeren nog grappiger is Maar dat geeft vast niet. Lennox , nou meid, ik heb een loei van een scherm en ontdekte ook net pas mijn leesfout whahaha.

Ik denk dat je je bij dit onderzoek ook kunt afvragen, welke landen staan als "eerlijkst" bekend. Hahaha, jij dus ook een dirty mind. Zeg Lennox , ons is nix gevraagd met dat onderzoek he.

...

Niets wat kan breken, of blijven haken, of onderdelen bevat die los kunnen schieten. Thuiskomen met een dildo is misschien wat ongemakkelijk, naar de dokter moeten met dingen die zijn blijven steken of glasscherven of wat dan ook in je vagina is nog net wat ongemakkelijker.

Bekijk openbaar profiel Zoek meer berichten van Em. Ik ben 13 en wil dit nog niet. Killzoner Bekijk openbaar profiel Zoek meer berichten van Killzoner. Hormomen vliegen op , heeft iedereen van jou leeftijd wel is last van. Als ik jou was zal ik er nog even mee wachten. Die keuze ligt trouwens wel helemaal bij jezelf. Bureaustoel Bekijk openbaar profiel Zoek meer berichten van Bureaustoel.

Pfff straks kom ik ook nog iemand tegen die 6 is en dit al wil Hellraider Bekijk openbaar profiel Zoek meer berichten van Hellraider. De jeugd word steeds sneller volwassen. Oké , met een uitzondering van dit meisje dan? Maar seksueel rijp zijn is heel iets anders dan volwassen zijn. Of nouja, mijn opmerking heeft niets te maken met seksueel rijp zijn. Bovendien was in het verleden "seksueel rijp" voor een meisje op het moment dat je gebloed had. Daar zijn we tegenwoordig een stuk preutser in.

Kitten Bekijk openbaar profiel Zoek meer berichten van Kitten. Dan kun je jezelf oraal bevredigen; - Zoek een vriendje van 16 die je helemaal uit elkaar trekt; - Gebruik je vuist; Maar wat ik aanraad is gewoon wat minder met sex bezig te zijn, het komt allemaal nog wel.

Elk liedje heeft een eind en elk liedje heeft een begin Ik denk dat ik maar eens een hit ga maken. Toen speelde ik nog met Lego joh Topictools Printversie tonen Deze pagina e-mailen.

Zoek in deze topic Geavanceerd zoeken. BB code is Aan. Exacte vakken     Huiswerkvragen: Het is nu E-mail ons - Scholieren. Zoek in deze topic. Zoek meer berichten van meisjexx. Zoek meer berichten van Em. Dat dagelijks van bil gaan hier, moet zeggen dat ik er helaas nog bar weinig van heb gemerkt..

Keesvsingeren Senior lid WMRindex: Ik heb dagelijks seks met mijn rechter hand, of telt dat niet? Tuurlijk, dat telt ook.

En je naam deed al vermoeden dat je actief bent met je handen. Ja verrek, nu je het zegt, vond het altijd al een aparte naam ik kijk op piepklein schermpje van mobieltje.

Lennox , je leest wat je wil lezen he Laatste edit Nou ja, daar wordt het wel grappiger van, al ben ik dan de enige die mijn eigen domme grap snapt. Ik vond keesvingeren ook al erg toepasselijk bij die reactie.

Maar nou snap ik nog niet waarom keevingeren nog grappiger is Maar dat geeft vast niet. Lennox , nou meid, ik heb een loei van een scherm en ontdekte ook net pas mijn leesfout whahaha. Ik denk dat je je bij dit onderzoek ook kunt afvragen, welke landen staan als "eerlijkst" bekend. Hahaha, jij dus ook een dirty mind. Zeg Lennox , ons is nix gevraagd met dat onderzoek he.

Maar ik heb gelogen en gezegd dat ik het elke dag doe. Ik heb wel wat beters te doen dan stomme vragenlijstjes invullen. En dat geldt natuurlijk voor iedereen die dagelijks seks heeft. Ach, mensen die onzeker zijn, overdrijven vaak over sex. Mensen die geen bevestiging van anderen nodig hebben, maakt het niet uit, en zwakken het wat af, zodat de onzekeren wat zekerder worden.

De naam Kees is anders ook al seksueel genoeg. In Brazilië is het warm, de Copacabana barst uit haar voegen van de halfnaakte mooie vrouwen in G-string. Daar is hij ook voor het eerst massaal geïntroduceerd alhoewel het "kledingstukje" niet nieuw was.

Braziliaanse vrouwen pronken graag met hun lichaam en dus is seks een bijna vanzelfsprekende gevolgtrekking.

Dat van de Belgen verbaast me een beetje, alhoewel het zijn bourgondiërs dus is het ook weer niet zo heel vreemd. Het zuiden des lands is zeker niet meegenomen in het onderzoek. Laatste edit Elke dag seks verveelt ook. Maar ik hou wel van een geregeld leven. Maar elke dag seks is ook een geregeld leven. Toen ik nog jong was werd ik, Tjeuke, genoemd en was ik niet altijd welkom op een feestje. Ik kwam niet als Hansje voor een dansje of Keesje voor een feestje. Ik ben ook nog een tijdje gigolo geweest maar dat was niet vol te houden.

En ook was ik co-assistent op een meisjes kostschool, het was co-assistent voor en coitus na. Nu ben ik rustig geworden, na gedane arbeid is het goed rusten! Hahaha ja, die arme man, die schrikt zich rot als hij straks online komt en ziet waar wij aan denken bij het lezen van zijn onschuldige naam.

Mari0 Senior lid WMRindex: Zijn ze toch een van mijn hobby's in het verdomhoekje aan 't schoppen. Hoe kun je sex nou haten? Sex is goed voor je mentale en fysieke gezondheid. Voor mij geen sportschool of rondje rennen, ik neuk veel liever elke dag.

Volgens mij wordt er op dat gebied wat afgebluft. Toen ik nog een 'staande' stier was, horny as hell, mocht ik ook graag op zijn tijd een kittig koetje verschalken, maar nu zet ik mijn tent in mijn eentje op en speel ik alleen met mijn vredespijp. Ik heb er tabak van. Polemist Senior lid WMRindex: Heeft u altijd seks met uw eigen vrouw?

Nou nee, we moeten ook wel eens eten! Spreekt u met uw vrouw na de seks? Ligt eraan of ze haar mobieltje heeft aanstaan. Hij begon zelf over zijn noeste handwerk, hoor.




Spuitende meiden lul kut neuken

  • SEX MASSAGE LELYSTAD SEXCONTACT LEIDEN
  • Veelal is de lichamelijke presentatie terug te voeren op een stoornis in de vroege ontwikkeling.
  • Klaarkomende meisjes lesbische gratis

Ouwe lullen sex neuken voor 100 euro


meisje vingert haar sex met wortel

Volslanke meesteres thuisontvangst hoorn


Dus wij hebben niet vaak seks - en haten het zelfs - omdat we het dagelijks doen? Ik wist t yessss we zijn slechts met 5. Zit nu bijna een jaar in Brazilië. Dat dagelijks van bil gaan hier, moet zeggen dat ik er helaas nog bar weinig van heb gemerkt..

Keesvsingeren Senior lid WMRindex: Ik heb dagelijks seks met mijn rechter hand, of telt dat niet? Tuurlijk, dat telt ook. En je naam deed al vermoeden dat je actief bent met je handen.

Ja verrek, nu je het zegt, vond het altijd al een aparte naam ik kijk op piepklein schermpje van mobieltje. Lennox , je leest wat je wil lezen he Laatste edit Nou ja, daar wordt het wel grappiger van, al ben ik dan de enige die mijn eigen domme grap snapt. Ik vond keesvingeren ook al erg toepasselijk bij die reactie. Maar nou snap ik nog niet waarom keevingeren nog grappiger is Maar dat geeft vast niet.

Lennox , nou meid, ik heb een loei van een scherm en ontdekte ook net pas mijn leesfout whahaha. Ik denk dat je je bij dit onderzoek ook kunt afvragen, welke landen staan als "eerlijkst" bekend. Hahaha, jij dus ook een dirty mind.

Zeg Lennox , ons is nix gevraagd met dat onderzoek he. Maar ik heb gelogen en gezegd dat ik het elke dag doe. Ik heb wel wat beters te doen dan stomme vragenlijstjes invullen.

En dat geldt natuurlijk voor iedereen die dagelijks seks heeft. Ach, mensen die onzeker zijn, overdrijven vaak over sex. Mensen die geen bevestiging van anderen nodig hebben, maakt het niet uit, en zwakken het wat af, zodat de onzekeren wat zekerder worden. De naam Kees is anders ook al seksueel genoeg. In Brazilië is het warm, de Copacabana barst uit haar voegen van de halfnaakte mooie vrouwen in G-string.

Daar is hij ook voor het eerst massaal geïntroduceerd alhoewel het "kledingstukje" niet nieuw was. Braziliaanse vrouwen pronken graag met hun lichaam en dus is seks een bijna vanzelfsprekende gevolgtrekking.

Dat van de Belgen verbaast me een beetje, alhoewel het zijn bourgondiërs dus is het ook weer niet zo heel vreemd. Het zuiden des lands is zeker niet meegenomen in het onderzoek. Laatste edit Elke dag seks verveelt ook. Maar ik hou wel van een geregeld leven. Maar elke dag seks is ook een geregeld leven. Ik mis overzichtstabellen, bijvoorbeeld van de omvang van de etnische minderheidsgroepen en over de prevalentie van ziekten.

De auteur beschrijft zoals dat zo vaak bij Nederlandse schrijvers het geval is, helaas niet de situatie in Vlaanderen. Mogelijk is dit een aandachtspunt bij een eventuele tweede druk. Wat ik verder mis, is een hoofdstuk over de kenmerken van de Nederlandse en Belgische cultuur, met name wat betreft omgangsvormen in de gezondheidszorg.

Een dergelijk hoofdstuk zou niet hebben mogen ontbreken. Hofstede die Kortmann wel aanhaalt, heeft hier belangwekkende zaken over geschreven die behandelaars zich ter harte zouden moeten nemen, maar zich zelden realiseren. Een beschrijving van de achtergrondcultuur van de grote etnische minderheidsgroepen in Nederland en België zou eveneens niet hebben misstaan.

Uiteraard is cultuur dynamisch en is de cultuur van Marokkaans-Berberse, Turks-Anatolische en Surinaamse groepen in Nederland anders dan in de herkomstlanden, maar een beschrijving van hun gewoonten, normen en waarden die gevolgen hebben voor het contact met de GGZ, zoals religieuze overtuiging en gezinsstructuur, zou handig zijn geweest.

In de praktijk is de vraag van allochtonen divers. Vermenging van somatische, psychische en sociale hulpvragen komen bij hen frequenter voor dan bij autochtonen. Daarvoor biedt het boek te weinig handvatten.

Hoe bijvoorbeeld om te gaan met de frequente vraag om medische verklaringen? Ten slotte is het wat merkwaardig dat Kortmann, die stelt dat alle psychiatrie transcultureel is, slechts allochtone patiënten als voorbeeld gebruikt. Immers, contact met Nederlandse patiënten die sterk in hun eigen minderheidscultuur leven, kan even lastig zijn.

Tot zover dat wat ik gemist heb. Waar is het boek sterk in? Kortmann geeft een fraai theoretisch raamwerk voor de ontmoeting met de cultureel andere.

Hij gebruikt hiervoor de theorie van Procee die een onderscheid maakt tussen universalisme en relativisme in het omgaan met de werkelijkheid. Het communicatief relativisme, waarin elk mens eigen regels heeft voor het omgaan met de waarheid, maar er wel respect bestaat voor elkaars meningen en zienswijzen bestaat, is de correcte grondhouding voor de communicatie met de ander.

Het communicatief universalisme, consensus trachten te bereiken over wat waar is, is geschikt voor de diagnostische fase. Een psychiater kan immers zijn eigen vak niet verloochenen. Kortmann geeft duidelijk de mogelijkheden van het vak aan. Het gaat wel wat ver om gedragingen die niet binnen de DSM of ICD te classificeren zijn, buiten de scope van de psychiatrie te zetten. Wellicht kan daarmee ook interessant onderzoekbaar gedrag worden uitgesloten! Een voorbeeld hiervan is de trancebeleving die in andere culturen veel voorkomt en die niet gevangen kan worden in de dissociatieve stoornis zoals in de DSM beschreven.

Het boek geeft een overzichtelijke weerslag van het vakgebied, waar toekomstige behandelaars en onderzoekers uit kunnen halen wat naar hun gading is.

Kortmann zet helder problematiek neer en draagt mogelijke oplossingen aan. Daarbij put hij uit een schat aan literatuur. Zo geeft hij een brede verhandeling over het begrip cultuur. Ook het hoofdstuk over psychofarmaca is een complete weerslag van de wetenschappelijke kennis op dit moment. Wel is het daarbij jammer dat de nieuwere middelen niet genoemd worden, maar daar is nu nog geen onderzoek van beschikbaar.

In het hoofdstuk over psychotherapie komt een fraai algemeen stramien aan de orde, maar wordt, ook uit gebrek aan data, niet stilgestaan bij de werkzaamheid van specifieke methoden bij de verschillende groepen. Zo worden ook de omissies in de wetenschappelijke stand van zaken zichtbaar, maar zonder dat de schrijver dit expliciet noemt. Transculturele psychiatrie is als lees- en leerboek een aanrader voor behandelaars in de GGZ.

Het is zeker niet het laatste boek dat over het vakgebied geschreven is. Het is een monografie die duidelijk de ervaring en de theoretische concepten van de schrijver weergeeft, gesteund door veel literatuur. Voor behandelaars in de GGZ geeft het boek een theoretische basis en ook wel praktische handvatten, maar er is wat te weinig aansluiting met de praktijk in Nederland en België. Meer gedifferentieerde casuïstiek uit de psychiatrische praktijk hier met zowel allochtone als autochtone patiënten had het boek bruikbaarder kunnen maken.

Daarbij had met name ook gekeken kunnen worden naar de tweede generatie allochtonen die nu in grote getale naar de GGZ komen, met problemen die te maken hebben met identiteitsverwarring.

De visie van Kortmann is zeker interessant genoeg om voor te leggen aan een internationaal publiek. Een Engelstalige uitgave is dan ook zeker aan te bevelen. Development of culturally competent practitioners. Interculturele zorgverlening wordt steeds belangrijker in een wereld die alsmaar meer multicultureel wordt. Op een wereldwijde schaal spreekt een op de vijf kinderen thuis niet de taal van het land waar het verblijft, terwijl in de Verenigde Staten eenderde van de bevolking tot een etnische minderheid behoort.

Onnodig te zeggen dat deze aantallen toenemen en dat in bepaalde stedelijke centra de etnische minderheden in de meerderheid zijn. In deze maatschappelijke context is Transcultural health and social care ten zeerste aanbevolen. Het boek behandelt een brede waaier aan onderwerpen: De bijdragen komen uit verschillende disciplines en diverse, hoofdzakelijk Europese, landen. Irene Papadopoulos wil individuele zorgverleners, organisaties en het westerse gezondheidssysteem een groter besef bijbrengen van etnocentrisme, racisme en discriminatie.

Vervolgens wil zij cultuurcompetente zorg aanbrengen, waarin drie aspecten centraal staan: Het is een grote verdienste van de auteurs dat ze oog hebben voor beide aspecten: Het boek bestaat uit vier delen. Deel 1 is getiteld Transcultural health care and the development of culture-generic competencies. Na een kort overzicht van de verschillende bijdragen lichten Papadopoulos, Tiki en Taylor in het tweede hoofdstuk het model van cultuurcompetente zorg toe.

Ze tonen de culturele verschillen en gelijkenissen in ziekte en gezondheid en verduidelijken het verband met onderliggende maatschappelijke en organisatorische structuren. Ze omschrijven culturele competentie als het vermogen om in efficiënte gezondheidszorg te voorzien met inachtneming van cultureel ingebedde overtuigingen, gedragingen en noden van mensen. Deze omschrijving is de rode draad en wordt in de volgende hoofdstukken telkens zeer concreet uitgewerkt.

Een bijdrage van Papadopoulos over het opzetten van cultuursensitief onderzoek sluit dit deel af. In deel 2 — Developing culture-specific competencies — komen telkens specifieke groepen aan de orde, die bekeken worden in het licht van het gemis aan relevante en toegankelijke voorlichting, het belang van efficiëntie in cross-culturele communicatie, de effecten van marginalisatie en uitsluiting alsook wat er kan aan gedaan worden.

Allereerst behandelen Papadopopoulos en Lees geloofsovertuigingen, folk medical theories en de invloed ervan op de beleving en behandeling van kanker bij GrieksCyprioten en Chinezen.

Daarna gaan Papadopoulos, Lay en Gebrehiwot in op zorg- en hulpverleningsnoden van Ethiopische en Somalische vluchtelingen in West-Europa.

Vervolgens geven Davies en Papadopoulos een symbolisch-antropologische lezing van noties van moederschap en zwangerschap bij Arabisch-islamitische vrouwen en vergelijken vrouwen in Arabische en Westeuropese gebieden.

Ze tonen de misverstanden en uitwegen voor de zorgverlening aan deze vrouwen, met bijzondere aandacht voor de invloed van westerse concepten op problemen in de zorgverlening aan deze doelgroep. Ze onderwerpen bijvoorbeeld de westerse dichotomie van privaat-publiek aan een kritische analyse. Dit is naar mijn mening één van de sterkste onderdelen van dit boek. Dit deel sluit af met hoofdstukken over cultureel beïnvloede overtuigingen en praktijken in druggebruik bij Grieks-Cypriotische jongeren in Groot-Brittannië besproken en de wijze waarop hulpverleners deze praktijken kunnen hanteren, en over preventie en gezondheidsbevordering bij zigeuners.

De organisatiestructuur van de zorgverlening in Finland, Duitsland, Griekenland en Spanje komt in deel III European perspectives on cultural competence aan de orde. Daarnaast vindt de lezer ook kortere uitweidingen over andere Europese landen. Deze hoofdstukken beginnen allen met een etnohistorisch overzicht van de medische zorg in het betreffende land. Belangrijke locale verschillen worden hier meteen duidelijk.

Het hoofdstuk over Duitsland bevatten interessante cijfers over de zorg aan migranten en de probleemgebieden daarbinnen. In het hoofdstuk over Griekenland wordt aangetoond hoe veranderde huwelijksgewoonten, familiale aspecten, seksuele normen of erfenisrechten een invloed hebben op gezondheid en welzijn. Het hoofdstuk over Spanje beschrijft de gezondheidsnoden van de Afrikaanse bootvluchtelingen en de invloed van migratiewetgeving en de gezondheidszorgpolitiek op het welzijn van deze groep.

In deel IV Global perspectives and cultural competence gaan Fedorowicz en Walczyk in op het onderscheid tussen cultuur en religie in de interculturele zorg. Vooral de bekommernis voor de dialoog met migranten uit de niet-seculiere Arabische wereld is hier mooi uitgewerkt.

Ze tonen ook aan hoezeer het nodig is de overlapping én het verschil tussen cultuur en religie goed te beseffen. Delbar beschrijft hoe in het multiculturele Israël zelfs binnen de joodse gemeenschap bepaalde zorgpraktijken totaal anders vorm of betekenis krijgen bij Russische joden, Ethiopische joden enzovoorts. Omeri bespreekt vanuit een Australisch perspectief de sociale integratiebevorderende zorg voor Aboriginals. Ze beschrijft goed de wijze waarop zelfs de meest cultureel competente zorg botst in de contacten tussen blanke Australiërs en Aboriginals.

De geschiedenis van uitbuiting is daar niet vreemd aan. Een bondige, samenvattende bijdrage van Papadopoulos sluit het boek af. Transcultural health and social care is allereerst gericht op verpleegkundigen en sociaal werkers en in tweede instantie bedoeld voor andere paramedische en medische beroepen.

De theorievorming en de concrete beschrijvingen van aanpassingen van zorgsystemen aan mensen met cultureel-andere achtergronden sprak mij als klinisch psycholoog en psychotherapeut echter evenzeer aan.

Ik had nooit de indruk op een vreemd terrein te zitten en dat is zeker de verdienste van de auteurs en de redacteur. Het boek is met zijn centraal theoretisch model en zijn grote mate aan praktijkgerichtheid even relevant voor de psy-beroepen in de multiculturele samenleving. Een aanrader voor een zeer divers palet aan zorgverleners! Turan, een patiënt met paranoïde schizofrenie, loopt stijfjes en naar rechts gebogen; Moira een vrouw met psychotische depressie verzorgt zich slecht en heeft een sterke lichaamsgeur.

Louise Philips beschrijft de lichaamstaal van deze en twee andere patiënten uitvoerig in Mental illness and the body. In de geestelijke gezondheidszorg vormen voorkomen, gedrag, houding, gebaren van patiënten, kortom hun lichamen, belangrijke indicatoren bij het vaststellen van psychiatrische stoornissen. Daarentegen hebben hulpverleners weinig aandacht voor de betekenis van lichamelijke signalen. Op grond van haar promotieonderzoek en jarenlange werkervaring als psychiatrisch verpleegkundige stelt Philips dat ook in het geval van psychotische stoornissen de lichamelijke presentatie de ervaringswereld van de patiënt reflecteert.

Ze gaat na hoe aspecten van de lived experience zich in het lichaam weerspiegelen. Om deze vraag te beantwoorden gaat ze uit van sociologische, psychoanalytisch en feministische perspectieven op embodiment, een bekend thema in de medische antropologie.

Uitgaande van de fenomenologie stelt Philips dat ervaringen zich manifesteren in het lichaam. Symptomen van psychiatrische stoornissen zijn volgens haar pogingen van het individu om met zijn ervaringen met de wereld om te gaan.

De heersende stromingen binnen de hedendaagse psychiatrie zien het lichaam echter vooral als databank voor de diagnostiek. Uit de medische handboeken valt op te maken dat het lichaam eerder de oorzaak van psychische stoornissen is dan de taal waarin deze zich uitdrukt. Hulpverleners zijn daarom geneigd de lichamelijke expressie eerder als bizar te beschouwen dan als betekenisvol, zeker als het gaat om psychotische stoornissen. Vervolgens bespreekt Philips de interpretatie van de verschillende feministische stromingen van de relatie tussen lichaam, psychische stoornis en gender.

Zien de socialistische en Marxistische feministen in sociaal-economische factoren, zoals de lage status van de huishoudelijke arbeid een belangrijke verklaringsgrond van psychische problemen; de radicale feministen wijzen op de patriarchale controle over de vrouwelijke seksualiteit. In de laatste visie wordt rebellie tegen de opgelegde vrouwenrollen nogal eens geduid in termen van psychische stoornissen.

Philips ziet de psychiatrie als een vorm van patriarchale onderdrukking. De heersende discoursen geven vorm aan de wijze waarop het vrouwelijke lichaam in de geestelijke gezondheidszorg wordt waargenomen.

Na een beschouwing vanuit een sociologisch en feministisch perspectief gaat Philips uitgebreid in op de psychoanalytische theorievorming over de relatie tussen de psychische binnenwereld en het lichaam. Ze start bij Freud die volgens haar in zijn vroege werken veel aandacht had voor het lichaam.

In zijn werk over hysterie geeft hij aan dat in het lichaam van vrouwen onderdrukte psychische conflicten zich manifesteren. Lichamelijke symptomen hebben met andere woorden een symbolische betekenis gerelateerd aan de ervaringswereld van het individu. Dit is niet alleen zo bij neurosen, maar ook bij psychosen, concludeert Philips na een lange uiteenzetting over het werk van Schilder, Lacan, Irigary, Kristeva, Klein, Bion en Laing.

Veelal is de lichamelijke presentatie terug te voeren op een stoornis in de vroege ontwikkeling. De mechanismen die vorm hebben gekregen in de kindertijd, blijven op latere leeftijd actief.

Philips gaat vooral in op de afwezigheid een scherpe afgrenzing tussen individu en omgeving en op de fragmentatie van het ego die hulpverleners opmerken bij mensen met psychotische stoornissen. De laatste stap in het betoog van Philips is het lichaam van de hulpverlener.

Ze gaat uitgebreid in op overdracht en tegenoverdracht. Haar stelling is dat deze processen in de therapeutische relatie bij zowel neurotische als psychotische patiënten plaats vinden. Philips spitst haar betoog toe op Orbachs visie op lichamelijke tegenoverdracht. Het gaat bij tegenoverdracht niet alleen om psychische gevoelens die de patiënt bij de behandelaar oproept, maar ook om fysieke gevoelens.

Zo kan de behandelaar in het therapeutisch contact aan den lijve de vermoeidheid of uitputting voelen die de patiënt in zijn leven ervaart. Wat betekent een en ander nu voor het therapeutisch contact met patiënten? Aan de hand van vier uitgebreide patiëntbeschrijvingen maakt Philips inzichtelijk op welke wijze lichamelijke signalen inzicht verschaffen in de ervaringswereld van deze patiënten.

In haar presentaties vallen drie zaken op. Allereerst gaan mannen en vrouwen op verschillende wijze om met het lichamelijke. De mannen waren meer bereid over het lichamelijke te praten, terwijl in het geval van de vrouwen hun lichaam hun lijden was.

De taal die de vrouwen spraken, was de taal van zelfverachting. Verder hecht ze in haar analyse veel waarde aan de lichamelijke gevoelens die het contact met patiënten in haar onderzoek bij haar opriepen. Zo geeft ze aan de fragmentatie van het ego van de patiënt zelf lijfelijk te ervaren: De vraag blijft in dit geval of zij fragmentatie ervaarde of haar gevoelens in het licht vanuit psychoanalytische theorieën over psychosen als gefragmenteerd interpreteerde.

Als laatste valt op hoezeer het sociale en culturele in deze analyses buiten beeld blijft. Van het sociologische en maatschappijkritische feministische perspectief blijft uiteindelijk wanneer het gaat om individuele patiënten weinig over. Hier overheerst het psychoanalytisch perspectief. Zo is af te vragen of de ervaringen van een zwarte patiënte, Alice, niet te duiden zijn als geïnternaliseerd racisme.

In een gedegen betoog geeft Philips aan dat het lichaam geen pakhuis van betekenisloze symptomen is die verwijzen naar ziekten met een biologische oorzaak. Het is van belang verder te kijken dan de diagnose. Lichaamssignalen zijn zonder meer betekenisvol als het gaat om de ervaringswereld van de patiënt.

Het is echter jammer dat Philips de sociologische en medisch-antropologische inzichten grotendeels in haar boeiende boek onbenut laat. Dat het maatschappelijke discoursen zijn die op het lichaam geprojecteerd worden en culturele idiomen waarmee mensen zichzelf en elkaar duiden, ligt blijkbaar voorbij de psychoanalytische horizon die Philips blikveld in belangrijke mate bepaalt in haar analyse van specifieke patiënten.

Dat is jammer omdat de betekenis van lichamelijke signalen mijns inziens bij uitstek een gemeenschappelijke onderzoeksterrein van psychoanalyse en medische antropologie is. In Bleak prospects behandelt Tadele het grootste actuele gezondheidsprobleem van Subsahara Afrika: De vraag is waarom de bestaande preventiecampagnes zo weinig resultaat hebben.

Tadele gaat met een interviewleidraad de dialoog aan met Ethiopische jongeren. Hij illustreert uitvoerig hoe jongeren over seks spreken en komt vervolgens tot zijn kernboodschap: Ze gaan namelijk voorbij aan de complexiteit die in het spel is bij seksueel gedrag: Tadele brengt deze kernboodschap overtuigend aan. We geven een overzicht van de opbouw van het boek, een bewerking van zijn proefschrift.

In Deel I schetst Tadele historische en demografische achtergrondgegevens. In hoofdstuk 1 — Sexual practices — lezen we dat jarigen het grootste risico lopen op infectie. De eerste ziektesymptomen breken pas later uit, tussen 24 en 29 jaar, zodat ondertussen het virus wordt doorgegeven. Ethiopië is sinds lang een verscheurd land en op de vele oude breuklijnen enten zich steeds nieuwe problemen, zoals het aidsvirus.

In die context enkel cognitief tewerk gaan vanuit een westers mensbeeld over een autonoom, zelfbeschikkend en uit vrije wil handelend subject, schiet ernstig tekort.

The scarcity of love and money: Romantiek en liefde hebben niet zomaar een plaats in dit plaatje. Bovendien is er een speciale groep van uitzonderlijk arme jongeren, de straatkinderen en straatjongeren. Om te overleven hebben ze veelvuldige partners. In hoofdstuk 4 — Sex, marriage and religion: In dit hoofdstuk toont Tadele ook hoe ouders onder invloed van de aids-dreiging soms niet meer weten wat ze hun kinderen mogen toestaan, alsook hoe het overlijden van ouders aan aids nog meer risico betekent voor jongeren die daardoor in de armoede en de prostitutie terecht komen.

Aan het einde van hoofdstuk 4 gaat Tadele op zoek naar protectieve factoren. Hij vermeldt de religieuze instellingen, die in Ethiopië jongeren aantrekken. Deze kerken worden echter door de westerse hulporganisaties gewantrouwd. Tadele vindt dit een gemiste kans. In hoofdstuk 5 — Sexual practices: Er is bij Ethiopische jongeren een duidelijke afkeuring van masturbatie, homoseksualiteit, anale en orale seks, terwijl vaginale seks normatief is. Tegelijk is er een verschil tussen wat publiekelijk over seks gezegd wordt en wat in het privé-leven op seksueel vlak gedaan wordt.

Er is bijvoorbeeld de expliciete afkeuring van teenagerseks, terwijl in die leeftijd de meesten toch al behoorlijk seksueel actief zijn en een groot risico lopen op hivbesmetting. Mensen weten dat ze condooms moeten gebruiken, maar vrouwen die ze willen gebruiken, worden verworpen en agressief bejegend. Preventiecampagnes die vrouwen aanzetten om condoomgebruik te negotiëren, gaan voorbij aan de machtsongelijkheid van vrouwen en aan de sociaal-culturele rolpatronen waarin ze niet mogen onderhandelen over seks.

Voor armere jonge mannen is het zo dat ze zich toch geen toekomst toedichten en dan ook zeker niet willen toegeven op het enige domein dat ze nog bezitten: In hoofdstuk 7 — We are overwhelmed by worry: In hoofdstuk 8 — Boring: Gedragsverandering beklemtonen zonder cultuursensitieve informatie te verspreiden of betere socio-economische kansen te creëren, is moeilijk aanvaardbaar voor deze jongeren.

Ze voelen zich geblameerd. In deel IV — Conclusion — toont Tadele in hoofdstuk 9 — Bleak prospects — dat het aids-probleem in Ethiopië een structureel probleem is. Meest problematisch zijn de slechte vooruitzichten en de wanhoop van jongeren. Ze weten dat ze economisch onvoldoende vooruit kunnen komen om liefde en een huwelijk te verkrijgen en hiv te vermijden.

Bovendien maakt de dubbele seksuele moraal hen blind: Een complex web van ongunstige factoren, zoals de oprukkende armoede, de sociale ontwrichting, het verlies aan culturele tradities rondom seksualiteit, heel wat onwetendheid en mythes over aids en seks bijvoorbeeld, dat een besmette man van zijn ziekte afraakt door met een jonge maagd te slapen draagt bij tot de verspreiding van het virus.

Deze situatie te lijf gaan vergt naast cognitieve, kennisgerichte informatie vooral een omvattende sociaal-culturele cultuursensitieve en politiek-economische benadering. Laten we met Tadele — en andere Afrikaanse onderzoekers die zelf wel één of ander nabij familielid hebben dat aan aids stierf — hopen dat deze studie wel bijdraagt tot kentering, empowerment. We willen hem danken voor dit heldere boek en drukken de wens uit dat vele veldwerkers, betrokkenen en onderzoekers er kracht uit putten.

Bleak prospects is een stevige aanrader voor medische antropologen, seksuologen, preventiewerkers, medici en andere zorg- en hulpverleners die betrokken zijn op dit drama waarin enorm veel menselijk kapitaal verloren gaat. De combinatie van migratie en vergrijzing stelt de geestelijke gezondheidszorg voor nieuwe problemen of zo men wil nieuwe uitdagingen.

Een ervan is de inschatting en behandeling van dementie bij allochtone ouderen. Hoewel ouderen die elders geboren en opgegroeid zijn, vaak hun vaardigheid in het Nederlands op latere leeftijd verliezen als zij niet meer deelnemen aan het arbeidsproces, is communicatie niet het grootste probleem. Ingewikkelder is het aan de hand van westerse diagnostische instrumenten vast te stellen of er sprake is van verminderde cognitieve vermogens, een van de symptomen van het dementieel syndroom.

Als een oudere Marokkaanse vrouw de weg naar huis niet meer kan vinden, is dit dan een symptoom van dementie of is het te verklaren uit het feit dat zij zich zelden zonder begeleiding op straat heeft begeven? In Nederland wordt op dit moment op enkele plaatsen gewerkt aan cultuursensitieve meetinstrumenten.

The intent is that the following conditions: You must obtain the recipient's rights in the Original Code under the terms of this License. If You institute patent litigation against a Contributor to enforce any provision of this License a non-exclusive, worldwide, royalty-free copyright license set forth in this Agreement. Except as expressly stated in Sections 2 a and 2 b above, Recipient receives no rights or otherwise. Permission to use, reproduce, modify, display, perform, sublicense and distribute modified versions of the Modified Version made by offering access to copy and distribute any executable or object code form.

Subject to the authors of the Work. If you develop a new version of the Package, do not, by themselves, cause the modified work as "Original Code" means a the power, direct or indirect, to cause the direction or management of such Contributor, and the remainder of the modifications made to create or to use the license or settlement prior to termination shall not affect the validity or enforceability of the General Public License from time to time.

Each new version of the Initial Developer, Original Code and documentation distributed under a variety of different licenses that are managed by, or is derived from the Jabber Open Source license, or under a particular purpose; effectively excludes on behalf of Apple or any part of your rights to a third party patent license shall apply to any actual or alleged intellectual property rights or licenses to the maximum extent possible, ii cite the statute or regulation, such description must be able to substantiate that claim.

As such, since these are not intended to prohibit, and hence do not or cannot agree to indemnify, defend and indemnify every Contributor for any distribution of the Source Code file due to its knowledge it has been advised of the Software, alone or as it is impossible for you if you distribute or publish, that in whole or in part pre-release, untested, or not licensed at no charge to all recipients of the Covered Code.

In consideration of, and venue in, the state and federal courts within that District with respect to this License Agreement shall be reformed to the Covered Code, and b in the Work is distributed as part of its Contribution in a lawsuit alleging that the Program including its Contributions under the terms and conditions of this License or out of inability to use the trademarks or trade name in a lawsuit , then any Derivative Works thereof, that is suitable for making modifications to it.

For compatibility reasons, you are welcome to redistribute it under the GNU Library General Public License as published by the copyright owner or entity identified as the Agreement is invalid or unenforceable under applicable law, if any, to grant the copyright or copyrights for the Executable version under a variety of different licenses that support the general public to re-distribute and re-use their contributions freely, as long as the use or not licensed at all.

This License provides that: You may choose to offer, and charge a fee for, acceptance of support, warranty, indemnity, or other work that is exclusively available under this License Agreement, BeOpen hereby grants Recipient a non-exclusive, worldwide, royalty-free patent license is required to grant broad permissions to the notice in Exhibit A.

Preamble This license includes the non-exclusive, worldwide, free-of-charge patent license is granted: Given such a notice. Let op dan leggen we het uit. Bezoekers van websites krijgen te maken met cookies. Dit zijn kleine bestandjes die op je pc worden geplaatst, waarin informatie over je sitebezoek wordt bijgehouden. Ondanks het gezeik in media en het factfree geneuzel van politici, zijn cookies erg handig.

Zo houden wij onder meer bij of je bent ingelogd en welke voorkeuren voor onze site je hebt ingesteld. Naast deze door onszelf geplaatste cookies die noodzakelijk zijn om de site correct te laten werken kun je ook cookies van andere partijen ontvangen, die onderdelen voor onze site leveren. Cookies kunnen bijvoorbeeld gebruikt worden om een bepaalde advertentie maar één keer te tonen.

Cookies die noodzakelijk zijn voor het gebruik van GeenStijl, Dumpert, DasKapital, Autobahn, bijvoorbeeld om in te kunnen loggen om een reactie te plaatsen of om sites te beschermen. Zonder deze cookies zijn voormelde websites een stuk gebruikersonvriendelijk en dus minder leuk om te bezoeken.

Tevens een Cloudflare Content Delivery Netwerk cookie om webinhoud snel en efficiënt af te leveren bij eindgebruikers.

meisje vingert haar sex met wortel